wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling mavo 2

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Mijn docent Nederlands is ... in cabaret.

a)

geinteresseerd

b)

geïnteresseerd

2.

Goed voorbereid op reis begint bij je ...

a)

ski uitrusting

b)

skiuitrusting

c)

ski-uitrusting

3.

Bekijk de top 100 van beste ... op Netflix.

a)

komediën

b)

komedieën

c)

komedies

4.

In de vakantie neem ik altijd een mini ... mee.

a)

tandpastatje

b)

tandpastaatje

5.

In de Apenheul ga ik altijd even kijken of de ... er nog zijn.

a)

chimpanses

b)

chimpansee's

c)

chimpansees

6.

Wanneer is ... telefoon gejat?

a)

Ashleys

b)

Ashley's

7.

De regen kwam via het ... naar binnen.

a)

kattenluik

b)

katteluik

8.

Mijn opa trainde vroeger op de ...

a)

sportspeelplaats

b)

sportsspeelplaats

9.

Ik ben er kapot van dat ze het heeft uitgemaakt, hopelijk kom ik ...

a)

er overheen

b)

eroverheen

10.

De schaatser was niet blij met zijn ... medaille.

a)

zilvere

b)

zilveren

c)

zilver

11.

Toen ze moe werden, gingen ze ... naar huis.

a)

allen

b)

alle

12.

Vroeger leefden er in Zuid-Frankrijk ...

a)

Romeinen

b)

romeinen

13.

Welke zin is goed?

a)

zit jij niet op Instagram.

b)

zit jij niet op Instagram?

c)

Zit jij niet op Instagram?

14.

Welke zin is goed?

a)

Wat een pech: de trein reed voor onze neus weg.

b)

Wat een pech de trein reed voor onze neus weg.

15.

Welke zin is goed?

a)

Wist je, ‘fluisterde Sven, dat het geld daar is verstopt?’

b)

Wist je, fluisterde Sven, ‘dat het geld daar is verstopt?’

c)

‘Wist je,’ fluisterde Sven, ‘dat het geld daar is verstopt?’

16.

Je hoeft niet zo te ... hoor!

a)

blèren

b)

bleren

c)

bléren

17.

Met deze kousen zul je het minder ... koud krijgen.

a)

gouw

b)

gauw

18.

Er ... iemand zo hard op de deur, dat iedereen zich een ongeluk schrok.

a)

bonste

b)

bonsde

19.

Men legde de tenniswedstrijd stil, omdat het publiek te hard ...

a)

juichde

b)

juichte

c)

juigte

d)

juigde

20.

De soldaten zijn goed ...

a)

bewapent

b)

bewapend