wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ontstaan van leven op aarde 3kgt biologie

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

de aarde is ontstaan ...

a)

4,6 miljard jaar

b)

13,7 miljard jaar

c)

4,4 miljard jaar

2.
Voorbeelden van rudimentaire organen bij de mens zijn:
a)
dunne dram en staartbeen
b)
dunne darm en blinde darm
c)
blinde darm en staartbeen
3.

Door middel van DNA kan worden nagegaan of twee dieren verwant zijn.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.
Dieren die allebei vliegen met hun vleugels zijn altijd verwant.
a)
Niet waar, want ze kunnen verschillende voorouders hebben.
b)
Waar, want ze hebben dezelfde voorouder.
5.
Het leven op het land was er eerder dan het leven in het water.
a)
Waar
b)
Niet waar
6.
Dieren waren de eerste organisme die op de aarde leefden.
a)
Waar
b)
Niet waar
7.

Alle organisme delen één voorouder met elkaar volgens de evolutietheorie.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Waarom zijn fossielen een belangrijk argument voor de evolutietheorie?

a)

Door fossielen kunnen we aantonen dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

b)

Door fossielen weten we de afstamming van alle soorten

c)

Uit fossielen kan DNA worden gehaald. Dit DNA geeft aan dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

d)

Fossielen geven te weinig informatie over de evolutie van soorten en het is een te zwak argument voor de evolutietheorie.

9.

Des te dieper je in de grond graaft des te groter is de kans dat je grote fossielen van gewervelden zal vinden.

a)

niet waar

b)

waar

10.

In welke periode leven we nu? afb. 52

a)

cenozoïcum

b)

kwartair

c)

MJG

d)

tertiair

11.

Welke overeenkomsten in soorten worden als een verklaring voor de evolutietheorie gegeven? (meerdere antwoorden)

a)

fossielen

b)

DNA

c)

rudimentaire organen

d)

overeenkomst in bouw

e)

embryo ontwikkeling

12.

Welke onderdelen hebben de grootste kans om een fossiel te worden?

a)

botten en tanden

b)

spieren en pezen

c)

rudimenten

d)

huid en haren

13.

Wat is geen argument voor de evolutietheorie?

a)

Veranderingen in DNA (dat iedereen een beetje anders is)

b)

dat er heel veel soorten op aarde zijn

c)

elk organisme heeft een leven vol concurrenten en gevaren

d)

overerving van de goede eigenschappen

14.

Als we over de indeling van de geologische tijdschaal spreken rangschikken we van groot naar klein...

a)

geologische tijdschaal - tijdvakken - era - periodes

b)

tijdvakken - periodes - era - geologische tijdschaal

c)

era - periodes - tijdvakken - geologische tijdschaal

d)

geologische tijdschaal - era - periodes - tijdvakken

15.

Tijdens welke periode was het het warmst op aarde?

a)

Carboon

b)

Devoon

c)

Krijt

d)

Pleistoceen