wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling les 1 + 2 Zintuigen

Total questions: 15

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

welke zintuigcel is gevoeliger voor een bepaalde prikkel

a)

een zintuigcel met een lage drempelwaarde

b)

een zintuig met een hoge dremelwaarde

2.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw
3.

Welk deel van een zintuig maakt impulsen wanneer het prikkels opvangt?

a)

De tastknopjes

b)

De zintuigcellen

c)

De zenuwcellen

d)

De impulscellen

4.
Met dit deel van het oog kan je scherp zien.
a)
Iris
b)
Pupil
c)
Harde oogvlies
d)
Lens
5.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
6.
Langs welke weg gaat het licht van het oog-zintuig?
a)
Hoornvlies-pupil-lens-glasachtige lichaam-netvlies
b)
Glasachtige lichaam-netvlies-pupil-lens-hoornvlies
c)
Hoornvlies-lens-netvlies
d)
Lens-pupil-hoornvlies-netvlies-glasachtige lichaam
7.

Welke zenuwen vervoeren een impuls vanaf je zintuigen naar je hersenen?

a)

gevoelszenuwen

b)

bewegingszenuwen

8.

Traanklieren produceren traanvocht, wat doet traanvocht voor de ogen?

a)

Het beschermt tegen uitdroging, ziekteverwekkers, stof en vuil.

b)

Het beschermt tegen temperatuurswisselingen.

c)

Het irriteert je ogen.

d)

Het doet helemaal niks.

9.

Benoem het omcirkelde onderdeel.

(a)  

10.

Benoem het omcirkelde onderdeel.

(a)  

11.

Welke lagen heeft de huid, van buiten naar binnen

a)

Opperhuid - lederhuid - onderhuids bindweefsel

b)

Opperhuid - onderhuids bindweefsel - lederhuid

c)

Lederhuid - onderhuids bindweefsel - opperhuid

d)

Onderhuids bindweefsel - lederhuid - opperhuid

12.

Waar liggen de zintuigcellen van het reukzintuig?

a)

Voor in de neus, bij de neusvleugels

b)

Bovenin de neusholte

c)

Tegen het gehemelte in je mond

d)

Achterin de keelholte

13.
Uit welke twee lagen bestaat de opperhuid?
a)
opperhuid en kiemlaag
b)
hoornlaag en opperhuid
c)
hoornlaag en kiemlaag
d)
kiemlaag en lederhuid
14.
In welke laag van de huid vind je de zweetkliertjes?
a)
Opperhuid
b)
Lederhuid
c)
Onderhuids bindweefsel
15.

De drempelwaarde gaat omhoog. Bij welk begrip hoort deze zin?

a)

Motivatie

b)

Gewenning