wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

mavo 4 erfelijkheid

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Een gen is

a)

alle erfelijke eigenschappen

b)

1 erfelijke eigenschap

c)

al het DNA

2.

Een recessieve eigenschap schrijven we als:

a)

kleine letter

b)

hoofdletter

3.

Hoe noemen we een eigenschap opgeschreven als Dd?

a)

homozygoot dominant

b)

homozygoot recessief

c)

heterozygoot

d)

heterozygoot dominant

4.

Een wipneus is dominant over rechte neus.

Een homozygote dominante moeder, en een homozygote recessieve vader krijgen een kindje

a)

dit kindje heeft een rechte neus

b)

dit kindje heeft een wipneus

c)

je weet niet wat dit kindje voor neus heeft

5.

Dit plaatje is een voorbeeld van een verandering in ........

a)

Genotype

b)

Fenotype

c)

Dna

d)

Milieu

6.

Wanneer komt het genotype van een baby tot stand?

a)

bij de vorming van de eicel

b)

bij de bevruchting

c)

bij de geboorte

7.

Waardoor ontstaat het fenotype?

a)

genotype

b)

invloeden uit het milieu

c)

geen van beiden

d)

zowel genotype als invloeden vanuit het milieu

8.

Twee ouders (Aa x Aa) paren en krijgen nakomelingen.

Hoe groot is de kans dat de nakomelingen in de F1 het genotype AA heeft?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

9.

Bij muizen is het gen voor een zwarte vacht (H) dominant over het gen voor een witte vacht (h). Een zwarte vrouwtjesmuis die homozygoot voor de vachtkleur is, wordt gekruist met een wit mannetje.


Wat zijn de genotypen van de ouders?

a)

mannetje hh x vrouwtje HH

b)

mannetje HH x vrouwtje hh

c)

Hh x Hh

10.

Zaadcellen worden gevormd door ?

a)

Meiose

b)

Mitose

c)

Gewone celdeling

11.

Een vrouw heeft ....

a)

XX chromosomen

b)

XY chromosomen

c)

YY chromosomen

12.

Hoe noem je een plotselinge verandering in het DNA?

a)

mutatie

b)

chromosoom

c)

gen

d)

mitose

13.

Een eeneiige tweeling zijn altijd twee jongens of twee meisjes. Juist of onjuist?

a)

juist

b)

onjuist

14.

Wat zijn de genotypen van de ouders van persoon 2, of is dat niet met zekerheid te zeggen?

a)

Beide ouders zijn heterozygoot

b)

De ene ouder is heterozygoot en de andere ouder homozygoot.

c)

Dat is niet met zekerheid te zeggen.

15.

Een kweker kruist een rode tulp met een paarse tulp. De nakomelingen zijn geel!

Er is hier geen dominante of recessieve eigenschap.

Hoe noemen we deze eigenschap?

a)

heterozygoot

b)

homozygoot

c)

intermediair