Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Poëzie 1

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Distichon is een strofe van ... regels

(a)  

2.

Septet is een strofe van ... regels

(a)  

3.

Een paradox is een ...

(a)  

4.

Het synoniem voor assonantie is...

(a)  

5.

Geef het rijmschema van gekruist rijm

(a)  

6.

Het synoniem voor alliteratie is...

(a)  

7.

Wat tref je in onderstaande zin aan?

En 't loon der zonde is de dood,

a)

Gekruist rijm

b)

Enjambement

c)

Elisie

d)

omarmend rijm

8.

Welke rijmvorm tref je aan in onderstaande zin? Gods wijze glimlach duurde 20 jaar.

a)

Eindrijm

b)

Alliteratie

c)

Assonantie

d)

Elisie

9.

Een vers is ...

a)

...een ander woord voor een regel in een gedicht.

b)

...een aantal regels dat samenhoort.

c)

...een regel die voortdurend terugkomt in een gedicht.

10.

Een reeks verzen die samenhoort met een witregel op het einde is een ...

a)

... een regel.

b)

... een refrein.

c)

... een gedicht.

d)

... een strofe.

e)

... alliteratie.

11.

Wat is vrij vers?

a)

Een gedicht dat verschillende vormen rijm bevat.

b)

Een gedicht dat met één bepaald rijmsoort is opgebouwd.

c)

Een gedicht zonder rijm.

d)

Een gedicht dat rijmt, maar de rijm komt gekunsteld over.

12.

Welke rijmvorm herken je in dit gedicht?

a)

Gepaard rijm

b)

Omarmend rijm

c)

Gekruist rijm

d)

Vrij vers

13.

Welke rijmvorm herken je in dit gedicht?

a)

Gepaard rijm

b)

Omarmend rijm

c)

Gekruist rijm

d)

Vrij vers

14.

Welke rijmvorm herken je in dit gedicht?

a)

Gepaard rijm

b)

Omarmend rijm

c)

Gekruist rijm

d)

Vrij vers

15.

'Lientje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan' is een voorbeeld van

a)

assonantie

b)

alliteratie

16.

Een sonnet heeft altijd...

a)

14 versregels

b)

Een wending tussen de eerste en tweede strofe

c)

5 stofes

d)

een omarmend rijmschema

17.

Welke beeldspraak herken je?


"De middag sterft"

a)

personificatie

b)

synesthesie

c)

metafoor

d)

metonymie

18.

Welke beeldspraak herken je?


"Scherpe woorden"

a)

metafoor

b)

personificatie

c)

metonymie

d)

synesthesie

19.

De zaal klapte enthousiast toen hij zijn enerverende presentatie afrondde.

a)

metoniem

b)

metafoor

c)

vergelijking

d)

personificatie

20.

Kalm aan, en rap een beetje!

a)

metoniem

b)

paradox

c)

metafoor

d)

vergelijking