Font size
Worksheets1C oefenen H4
Total questions: 20
Worksheet time: 12mins
Ik koop een bal.
Hij koopt die auto.
Zij knuffelt haar hond
De hond eet veel te veel.
's Avonds leest mijn moeder me voor.
Wat voor soort tekst hoort bij het tekstdoel activeren?
nieuwsbericht
reclame
strip
recept
Welk tekstdoel hoort bij een leesboek?
informeren
activeren
amuseren
overhalen
Als je zoekend leest, dan kijk je naar
de plaatjes
schema's, grafieken, tabellen
opvallende woorden
alle drie de antwoorden zijn juist
Wat betekent het woord aangepast?
omgekeerd
het gebrek
het dal
geschikt gemaakt
Wat betekent het woord horizontaal?
van links naar rechts
van onder naar boven
van schuin naar boven naar schuin beneden
geen van deze drie is juist
Wat betekent het woord de vallei?
loodrecht
het dal
de beperking
iets
Wat betekent het woord turen?
aandachtig kijken
kleiner worden
niet bewegen
beslist
Wat betekent het woord explosieve sport?
(a)
Wat betekent het woord silhouet?
beslist
schriftelijk
schaduwbeeld
zacht geluid
Benoem de drie lidwoorden.
(a)
De modder stroomt over de weg.
Wat is in deze zin het werkwoord?
de
modder
stroomt
over
Hij heeft een koptelefoon op.
Wat is in de bovenstaande zin het werkwoord?
koptelefoon
heeft
op
hij
De verleden tijd van breien is:
breide
breidde
bree
breed
De verleden tijd van sporten is:
sporttten
spoorten
sporten
sportten
Wat is het meervoud van het woord hobby?
(a)
