wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling 2detrim 2de MK

Total questions: 47

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.

Verwoord de toegepaste eigenschap.

4 lines
2.

Verwoord de toegepaste eigenschap.

4 lines
3.

Verwoord de toegepaste eigenschap.

4 lines
4.

 sB(J) =s_B\left(J\right)\ =  

4 lines
5.

 sM([AB]) =s_M\left(\left[AB\right]\right)\ =  

4 lines
6.

 tAB(M) =t_{\overrightarrow{AB}}\left(M\right)\ =  

4 lines
7.

Deze figuur is...

a)

lijnsymmetrisch

b)

puntsymmetrisch

c)

punt- en lijnsymmetrisch

d)

geen van bovenstaande

8.

Deze figuur is...

a)

lijnsymmetrisch

b)

puntsymmetrisch

c)

punt- en lijnsymmetrisch

d)

geen van bovenstaande

9.

Deze figuur is...

a)

lijnsymmetrisch

b)

puntsymmetrisch

c)

punt- en lijnsymmetrisch

d)

geen van bovenstaande

10.

Waar of niet waar?

Een vierhoek met 2 symmetrieassen is een rechthoek.

a)

waar

b)

niet waar

11.

Waar of niet waar?

Een stomphoekige driehoek kan nooit 3 symmetrieassen hebben.

a)

waar

b)

niet waar

12.

Waar of niet waar?

Een vierhoek met 1 symmetrieas is een trapezium.

a)

waar

b)

niet waar

13.

Deze figuur een symmetriemiddelpunt.

a)

waar

b)

niet waar

14.

Deze figuur een symmetriemiddelpunt.

a)

waar

b)

niet waar

15.

Hoeveel symmetrieassen heeft deze figuur?

4 lines
16.

Het gekleurde vlak is een symmetrievlak van deze kubus.

a)

waar

b)

niet waar

17.

Deze hoeken zijn....

a)

complementair

b)

supplementair

c)

geen van beide

18.

Deze hoeken zijn....

a)

complementair

b)

supplementair

c)

geen van beide

19.

Deze hoeken zijn....

a)

complementair

b)

supplementair

c)

geen van beide

20.

Deze hoeken zijn....

a)

complementair

b)

supplementair

c)

geen van beide

21.

Het supplement van een scherpe hoek is een...

a)

stompe hoek

b)

scherpe hoek

c)

nulhoek

d)

rechte hoek

e)

gestrekte hoek

22.

Het complement van een rechte hoek is een...

a)

stompe hoek

b)

scherpe hoek

c)

nulhoek

d)

rechte hoek

e)

gestrekte hoek

23.

Het complement van een scherpe hoek is een...

a)

stompe hoek

b)

scherpe hoek

c)

nulhoek

d)

rechte hoek

e)

gestrekte hoek

24.

Het supplement van een nulhoek is een...

a)

stompe hoek

b)

scherpe hoek

c)

nulhoek

d)

rechte hoek

e)

gestrekte hoek

25.

Bereken hoek A en hoek B.

4 lines
26.

Bereken hoek A en hoek B.

4 lines
27.

Bereken hoek A en hoek B.

4 lines
28.

Deze hoeken zijn... (duid alle juiste antwoorden aan).

a)

aanliggende hoeken

b)

supplementaire hoeken

c)

nevenhoeken

d)

complementaire hoeken

29.

Deze hoeken zijn... (duid alle juiste antwoorden aan).

a)

aanliggende hoeken

b)

supplementaire hoeken

c)

nevenhoeken

d)

complementaire hoeken

30.

Deze hoeken zijn... (duid alle juiste antwoorden aan).

a)

aanliggende hoeken

b)

supplementaire hoeken

c)

nevenhoeken

d)

complementaire hoeken

31.

Deze hoeken zijn... (duid alle juiste antwoorden aan).

a)

aanliggende hoeken

b)

supplementaire hoeken

c)

nevenhoeken

d)

complementaire hoeken

32.

Een hoek is 22° groter dan zijn complement. Hoe groot is deze hoek?

4 lines
33.

Een hoek meet het dubbele van zijn complement. Hoe groot is deze hoek?

4 lines
34.

Hoek A1 en B3 zijn....

a)

verwisselende binnenhoeken

b)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

c)

verwisselende buitenhoeken

d)

buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

e)

overeenkomstige hoeken

35.

Hoek A2 en B2 zijn....

a)

verwisselende binnenhoeken

b)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

c)

verwisselende buitenhoeken

d)

buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

e)

overeenkomstige hoeken

36.

Hoek A2 en B1 zijn....

a)

verwisselende binnenhoeken

b)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

c)

verwisselende buitenhoeken

d)

buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

e)

overeenkomstige hoeken

37.

Hoek A4 en B3 zijn....

a)

verwisselende binnenhoeken

b)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

c)

verwisselende buitenhoeken

d)

buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

e)

overeenkomstige hoeken

38.

Aan welke hoek is hoek A1 gelijk? Geef ook een verklaring.

4 lines
39.

Aan welke hoek is hoek D1 gelijk? Geef ook een verklaring.

4 lines
40.

Bereken de ontbrekende hoek.

4 lines
41.

Bereken de ontbrekende hoek. (gegeven: driehoek ABC)

4 lines
42.

Bereken de hoeken. (gegeven: driehoek ABC)

4 lines
43.

Bereken de hoeken. (gegeven: driehoek ABC)

4 lines
44.

Volgende figuren zijn congruent:

a)

waar

b)

niet waar

45.

Volgende figuren zijn congruent:

a)

waar

b)

niet waar

46.

Beoordeel de uitspraak:

Figuren die door een spiegeling op elkaar kunnen worden afgebeeld, zijn congruente figuren.

a)

waar

b)

niet waar

47.

Duid de juiste optie aan over de congruentiekenmerken.

a)

ZZZ-ZZH-HZH-ZZ90°-ZHZ

b)

ZZH-ZZZ-Z90°Z-HHH-ZHZ

c)

HZH-ZHZ-ZZ90°-ZZZ-ZHH

d)

ZZ90°-ZZZ-HHH-ZZH-HZZ