wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De grote correlatie quiz - W5

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer je twee groepen met elkaar gaat vergelijken op verschil, welke toets(en) mag je dan gebruiken? Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

T-toets voor afhankelijke steekproeven

b)

T-toets van onafhankelijke steekproeven

c)

Enkelvoudige ANOVA

d)

Spearmans Rho

2.

Wat geeft de p-waarde aan in een onderzoek?

a)

De kans dat je resultaat op toeval berust.

b)

Het significatieniveau

c)

Geen idee ik weet vooral dat p ≥ .05

d)

De kans dat er een verschil is gevonden.

3.

Welke van de volgende onderzoeksvragen onderzoeken onafhankelijke groepen? Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Is er een verschil in speelgedrag tussen kleuters uit de tweede- en de derde kleuterklas?

b)

Is er een samenhang tussen de levensfase waarin iemand zich bevindt en de mate van depressieve gevoelens die iemand ervaart?

c)

Is er een verschil tussen toekenning van WOB-verzoeken in Nederlandse gemeentes?

d)

Is er een samenhang tussen de score op de schaal extraversie op de NEO-PI en de mate van agressie bij studenten economie?

4.

Welke van de volgende onderzoeksvragen onderzoeken afhankelijke groepen? Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Is er een verschil in de glucosewaarde in het bloed in de ochtend ten opzichte van de glucosewaarde in het bloed in de avond?

b)

Is er een samenhang tussen de mate van angstgevoelens en de mate van depressieve gevoelens bij studenten theoretische natuurkunde?

c)

Is er een verschil tussen de score voor het gebruikersgemak van de Fontys-portal tussen studenten uit het propedeusejaar en het tweede jaar van de studie toegepaste psychologie?

d)

Is er een samenhang tussen het volgen van cognitieve gedragstherapie en de mate van mentaal welbevinden bij mensen met een depressie volgens de DSM-V?

5.

Je hebt de volgende onderzoeksvraag: "Is er een samenhang tussen nationaliteit en geloof?" Wat zijn de meetniveaus en de corresponderende statistische toets bij deze onderzoeksvraag?

a)

Afhankelijke: nominaal - Onafhankelijke: nominaal = Chi-Square

b)

Afhankelijke: nominaal - Onafhankelijke: nominaal = Spearmans Rho

c)

Afhankelijke: interval - Onafhankelijke: interval = Pearsons r

d)

Afhankelijke: ordinaal - Onafhankelijke: interval = Spearmans Rho

6.

Wanneer kies je voor Spearmans Rho?

a)

Wanneer N < 30 en beide variabelen zijn op interval meetniveau gemeten

b)

Wanneer N > 30 en beide variabelen zijn op interval meetniveau gemeten.

c)

Wanneer de variabelen op ordinaal en interval meetniveau gemeten zijn.

d)

Wanneer er een afhankelijke steekproef plaatsvindt.

7.

Welk van de volgende opties geeft een sterke samenhang aan?

a)

r = .65, N = 80, p < .001

b)

r = -.85, N = 80, p < .001

c)

r = .45, N = 80, p < .001

d)

r = .25, N = 80, p < .061

8.

Interpreteer Pearsons correlatie en klik vervolgens het juiste antwoord aan.

a)

Pearsons correlatie toonde een significant positief sterk verband aan tussen leeftijd en agressie.

b)

Pearsons correlatie toonde een significant negatief sterk verband aan tussen leeftijd en agressie.

c)

Pearsons correlatie toonde geen significant verband aan tussen leeftijd en agressie

d)

Pearsons correlatie toonde een significant positief middelmatig verband aan tussen leeftijd en agressie.

9.

Ik ben al begonnen met de eindopdracht voor het kwantitatieve gedeelte.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Wat is de richting van de correlatie tussen het aantal kilo's kaas die men eet en het aantal mensen dat overlijd door te stikken in het eigen beddengoed? Denk ook alvast an over wat dit betekent.

a)

Positief

b)

Negatief

c)

Geen correlatie