wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kruisingsschema's V3

Total questions: 19

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer de eigenschap voor bruine ogen dominant is en een persoon heeft bruine ogen dan is hij/zij waarschijnlijk .... voor deze eigenschap.

a)

Homozygoot

b)

Heterozygoot

c)

Homozygoot en heterozygoot zijn beide mogelijk

2.

AA x aa geeft de volgende nakomelingen:

a)

50% AA en 50% aa

b)

100% Aa

c)

100% AA

d)

25% AA, 50% Aa en 25% aa

3.

Aa x Aa geeft de volgende nakomelingen:

a)

100% Aa

b)

50% AA en 50% aa

c)

25% AA, 50% Aa en 25% aa

4.

3. Bij maïsplanten komt een dominant gen R voor dat er voor zorgt dat maïskorrels heel hard worden. Een plant met genotype Rr wordt gekruisd met een andere plant met genotype Rr.

Hoeveel procent de maïsplanten in de F1 heeft harde zaden? Werk deze kruising uit op papier en geef dan het goede antwoord

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

5.

Kleurenblindheid is een recessieve, X chromosomale eigenschap. Een vrouw die heterozygoot is voor kleurenblindheid krijgt een dochter van een man die kleurenblind is.

Hoe groot is de kans dat deze dochter kleurenblind is?

a)

25%

b)

50%

c)

75%

d)

100%

6.

de eerst geboren kinderen in een kruisingsschema noemen we

a)

p-generatie

b)

f1-generatie

c)

f2-generatie

7.

Een ouderpaar heeft allebei bruine ogen en krijgen een kind met blauwe ogen. Kan dit? Bruin is dominant. Probeer eerst op papier deze kruising uit te werken en geef dan het goede antwoord.

a)

ja dat kan, omdat de ene ouder homozygoot recessief is en de ander homozygoot dominant

b)

ja dat kan, omdat beide ouders heterozygoot zijn

c)

ja dat kan , omdat beide ouders homozygoot recessief zijn

d)

Ja dat kan, omdat beide ouders homozygoot recessief zijn

e)

nee, dat kan nooit.

8.

Een zwarte vacht bij cavia's is dominant over wit. Een witte cavia wordt gekruist met een homozygote zwarte cavia. Wat is de kans op een homozygoot jong?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

9.

Een plant met witte en een plant met paarse bloem worden gekruist. De nakomelingen hebben allemaal blauwe bloemen. Twee van deze blauwe bloemen worden gekruist. Wat is de kans op een homozygoot blauwe bloem?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

10.

Bij fruitvliegjes is het allel zwarte ogen dominant over het allel voor rode ogen. Een vliegje met rode ogen wordt gekruist met een homozygoot dominant vliegje. De nakomelingen worden nog een keer gekruist. Wat is bij de nakomelingen de kans op het dominante uiterlijk?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

11.

Wat is geen voorbeeld van ongeslachtelijke voortplanting

a)

Het maken van knollen door een plant

b)

Het vermeerderen van planten door stekken

c)

Het vermeerderen van planten door weefselkweek

d)

Het ontstaan van zaden

12.

Een mutatie komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Een mutant is een organisme

a)

waarvan het DNA in de cellen plotseling veranderd is

b)

waarvan het plotseling veranderde DNA tot uiting is gekomen

c)

Waarvan de zaadcellen/eicellen een mutatie bevatten

d)

waarvan de lichaamscellen een mutatie bevatten

14.

Welke kleur is dominant?

a)

Wit

b)

Zwart

15.

Wat is het fenotype van het blonde meisje?

a)

AA

b)

Aa

c)

aa

16.
Is een albino een mutant? 
a)
juist
b)
onjuist
17.

Wat is meiose?

a)

Deling van geslacht cellen

b)

Erfelijkheid

c)

een fenotype

18.

Twee ouders (AA x aa) paren en krijgen nakomelingen.

Hoe wordt onderlinge voortplanting van dieren in de kruisingsschema weergegeven?

a)

AA x aa

b)

AA x Aa

c)

Aa x Aa

d)

Aa x aa

e)

aa x aa

19.

Een wipneus is dominant over rechte neus.

Een homozygote dominante moeder, en een homozygote recessieve vader krijgen een kindje

a)

dit kindje heeft een rechte neus

b)

dit kindje heeft een wipneus

c)

je weet niet wat dit kindje voor neus heeft