wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets H2 en H3 BB

Total questions: 30

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet een ding dat je kunt gebruiken?

a)

Materiaal

b)

Metaal

c)

Voorwerp

d)

stof

2.

Is staal een hard en sterk materiaal?

a)

Ja

b)

Nee

3.

Wat is een niet-metaal?

a)

Ijzer

b)

Staal

c)

Aluminium

d)

Glas

4.

Wat mag je NIET doen bij een practicum?

a)

Schudden

b)

Proeven

c)

Voelen

d)

Ruiken

5.

Wat is GEEN fase?

a)

Versteend

b)

Gas

c)

Vast

d)

Vloeibaar

6.

Hoe heet de fase-overgang van vloeibaar naar gas?

a)

Smelten

b)

Stollen

c)

Verdampen

d)

Condenseren

7.

Wat is GEEN stof-eigenschap?

a)

Smeltpunt

b)

Stolpunt

c)

Kookpunt

d)

Gewicht

8.

Wat is dichtheid?

a)

De massa per cm3 van een stof

b)

De volume per cm3 van een stof

c)

De vorm van een stof

d)

Het gewicht van een stof

9.

Metalen zijn goede warmegeleiders

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Edelmetalen kunnen oxideren

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Aantasten van ijzer en staal door vocht en zuurstof noem je roesten

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Aantasten van andere metalen door vocht en zuurstof noem je oxideren

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Magneten met dezelfde polen trekken elkaar aan

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Wat is keramiek?

a)

Een dun laagje glas

b)

Gebakken klei

c)

Een metaal

15.

Een ander woord voor kunst-stof is plastic

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Hoe heet dit gevarensymbool?

a)

Schadelijk

b)

Explosief

c)

Ontvlambaar

d)

Giftig

17.

Hoe heet dit gevarensymbool?

a)

Bijtend

b)

Slecht voor het milieu

c)

Schadelijk

d)

Giftig

18.

Het grootste deel van de aarde is bedekt met water

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Wat zorgt voor water uit de kraan?

a)

Niks

b)

Een waterbedrijf

c)

Superkrachten

d)

Installatie-bedrijf

20.

Wat is het smeltpunt van water?

a)

1 graden

b)

2 graden

c)

0 graden

d)

-1 graden

21.

Kan vloeibaar water warmer worden dan 100 graden?

a)

Ja

b)

Nee

22.

Wat betekent mengen?

a)

Twee stoffen bij elkaar doen

b)

Stoffen scheiden

c)

Roeren

23.

Het oplosmiddel is de vloeistof waarin je een stof oplost

a)

Waar

b)

Niet waar

24.

Een suspensie is helder en kan je doorheen kijken

a)

Waar

b)

Niet waar

25.

Welke scheidingsmethode is hier te zien?

a)

Filteren

b)

Indampen

c)

Bezinken

26.

Hoe heet de vaste stof die in het filter achterblijft?

a)

Filtraat

b)

Residu

c)

Oplosmiddel

27.

Zeewater wordt gebruikt om drinkwater van te maken

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

Zand filtert giftige stoffen uit het water

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Het water in rivieren, meren en sloten noem je oppervlakte-water

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

Hoe noem je regen dat vervuild is met giftige stoffen?

a)

Giftige regen

b)

Vuile regen

c)

Vieze regen

d)

Zure regen