wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H8 Je lichaam werkt

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De juiste volgorde van klein naar groot is...

a)

Cel --> Weefsel --> Orgaan --> Orgaanstelsel --> Organisme

b)

Organisme --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Weefsel --> Cel

c)

Cel --> Orgaan --> Weefsel --> Organisme --> Orgaanstelsel

d)

Weefsel --> Cel --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Organisme

2.

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie is een...

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Orgaanstelsel

3.

Een orgaan is een ...

a)

Deel van het lichaam met een bepaalde taak

b)

Groep cellen met dezelfde vorm en functie

c)

Groep organen die samenwerken aan een grotere taak

4.

Op de afbeelding is de reactievergelijking van verbranding in het lichaam te zien. Hij is niet af, welke stof moet op plek 1 staan?

a)

Glucose

b)

Suiker

c)

Koolstofdioxide

d)

Voedingsstof

5.

Op de afbeelding is de reactievergelijking van verbranding in het lichaam te zien. Hij is niet af, welke stof moet op plek 2 staan?

a)

Glucose

b)

Koolhydraat

c)

Koolstofdioxide

d)

Zuurstof

6.

Koolstofdioxide is een afvalstof van de verbranding. Hoe kun je deze afvalstof uitscheiden?

a)

Uitademen

b)

Uitplassen

c)

Uitzweten

d)

Uitpoepen

7.

In de afbeelding hiernaast tref je een aantal verschillende bloeddeeltjes aan. Wat wordt in de afbeelding aangegeven met letter A?

a)

Witte bloedcellen

b)

Rode bloedcellen

c)

Bloedplasma

8.

Met welke letter worden witte bloedcellen aangeven?

a)

A

b)

B

c)

C

9.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 6?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Twaalfvingerige darm

d)

Maag

10.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

11.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

12.

Wat is niet waar?

a)

Als ik ga bewegen, gaat het hart sneller kloppen

b)

Als ik ga bewegen, gaat mijn ademhaling sneller

c)

Als ik ga bewegen, heb ik meer koolstofdioxide nodig

d)

Als ik ga bewegen, heb ik meer zuurstof nodig

13.

Het is beter om door je neus in te ademen, omdat ...

a)

De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën en warm en droger wordt

b)

De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën, kouder en vochtiger wordt

c)

De lucht hierdoor warmer, vochtiger en geroken wordt

d)

De lucht hierdoor gezuiverd, droger en kouder wordt

14.

In de animatie zie je ...

a)

De buikademhaling

b)

De borstademhaling

c)

Allebei

15.

Hoe heet onderdeel 1?

a)

Linkerboezem

b)

Llinkerkamer

c)

Rechterboezem

d)

Rechterkamer

16.

Hoe heet onderdeel 3?

a)

aorta

b)

bovenste holle ader

c)

onderste holle ader

d)

kransslagader

17.

Met welke nummer wordt de linkerkamer aangeven?

a)

7

b)

9

c)

10

d)

12

18.

Met welke nummer wordt de longslagader aangeven?

a)

2

b)

4

c)

5

d)

6

19.

Welke kenmerk hoort niet bij slagaders?

a)

Liggen diep in het lichaam

b)

Hoge bloeddruk

c)

Dikke elastische wand

d)

Bevat veel kleppen

20.
Het hart heeft veel spierweefsel.
Welk deel van het hart is het meest gespierd?
a)
Linkerboezem
b)
Rechterboezem
c)
Linkerkamer
d)
Rechterkamer