wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2A Wschat herh H5

Total questions: 25

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Het voorvoegsel 'her' betekent

a)

niet

b)

zonder

c)

opnieuw

d)

slecht

2.

Benoem drie andere woorden die met het voorvoegsel 'her' beginnen.

4 lines
3.

Het voorvoegsel 'non' betekent:

a)

niet meer, van vroeger

b)

slecht

c)

verkeerd, fout

d)

niet, zonder

4.

Het voorvoegsel 'wan' betekent:


(denk aan wandaad)

a)

niet meer, van vroeger

b)

tussen

c)

slecht , verkeerd

d)

niet, zonder

5.

Het voorvoegsel 'ex' betekent:

a)

niet meer, van vroeger

b)

slecht

c)

verkeerd, fout

d)

niet, zonder

6.

Het voorvoegsel 'on' betekent:

a)

niet meer, van vroeger

b)

slecht

c)

verkeerd, fout

d)

niet, zonder

7.

Welk woord heeft een achtervoegsel?

a)

heldendaad

b)

herleiden

c)

voordeel

d)

zichtbaar

8.

Is het onderstreepte woord juist of onjuist gebruikt in de zin? Contactloos betalen is lastig: je moet steeds je pinpas in de automaat stoppen en je code intoetsen.

a)

juist

b)

onjuist

9.

Welk woord heeft een achtervoegsel?

a)

achteruit

b)

grijsaard

c)

klokhuis

d)

verdelen

10.

Welke woord is een samenstelling?

a)

brandbaar

b)

brandblusser

c)

branding

d)

verbranding

11.

Welke woord is een samenstelling?

a)

geweer

b)

verweerd

c)

weerbaar

d)

weervrouw

12.

Welk woord heeft een voorvoegsel?

a)

onverstaanbaar

b)

verstaanbaar

c)

wetenschappelijk

d)

schoonheid

13.

Welke twee voorvoegsels betekenen ongeveer hetzelfde?

a)

wan- en ex-

b)

anti- en inter-

c)

mis- en wan-

d)

on- en her-

14.

Welke woorden bevatten achtervoegsels waardoor je weet dat het om een vrouw gaat?

a)

schrijfster

b)

stewardess

c)

docente

d)

doktersassistent

e)

apotheker

15.

Wat is het lidwoord in deze zin?

Een cadeau is eergisteren door mijn moeder aan Kees gegeven.

a)

een

b)

cadeau

c)

moeder

d)

Kees

16.

Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin?

De directeur stemde in met het ontslag.

a)

de

b)

directeur

c)

directeur en ontslag

d)

ontslag

17.

Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin?

Is Harry ook geschrokken van die aardbeving in Japan?

a)

Harry

b)

aardbeving

c)

Japan

d)

Harry en aardbeving

e)

Harry, aardbeving en Japan

18.

Wat zijn de bijvoeglijke naamwoorden in deze zin?

Die oude vrouw zou alsnog een nieuwe woning kunnen krijgen.

a)

die

b)

oude

c)

vrouw en woning

d)

oude en nieuwe

e)

nieuwe

19.

Wat zijn de bijvoeglijke naamwoorden in deze zin?

Maten zijn voor deze scholieren heel makkelijk.

a)

maten

b)

deze

c)

scholieren

d)

makkelijk

20.

Maak van het zelfstandig naamwoord 'leugen' een bijvoeglijk naamwoord door er een achtervoegsels achter te zetten.

(a)  

21.

Maak van het zelfstandig naamwoord 'schrift' een bijvoeglijk naamwoord door er een achtervoegsel achter te zetten.

(a)  

22.

Maak van het zelfstandig naamwoord 'droom' een bijvoeglijk naamwoord door er een achtervoegsel achter te zetten.

(a)  

23.

Maak van het werkwoord 'vergaderen' een zelfstandig naamwoord door er een achtervoegsel achter te zetten.

(a)  

24.

Maak van het werkwoord 'repareren' een zelfstandig naamwoord door er een achtervoegsel achter te zetten.

(a)  

25.

Maak van het werkwoord 'proberen' een zelfstandig naamwoord door er een achtervoegsel achter te zetten.

(a)