wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Leerstof test jezelf juni

Total questions: 50

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Gezondheid gaat niet enkel over het begrip 'ziek zijn'. Binnen welke 3 factoren speelt gezondheid ook een rol?

a)

Fysiek welzijn

b)

Mentaal welzijn

c)

Sociaal welzijn

d)

Hygiënisch welzijn

2.

Wat kan onze gezondheid beïnvloeden? Denk aan de reportage die we gezien hebben. (2)

a)

Je voeding

b)

Onhygiënische en kleine woningen

c)

Onzekerheid over water en elektriciteit

d)

De gemeente waar je woont

3.

In België hebben we gezondheidszorg en welzijnszorg. Dit verdelen we onder in 3 takken, welke?

(a)  

4.

Is welzijnszorg gratis?

a)

Ja

b)

Nee

5.

Zijn de gezondheidszorg en welzijnszorg verplicht in België?

a)

Ja, het is een verworven recht.

b)

Nee, het is pure liefdadigheid.

6.

Wat betekent preventief?

(a)  

7.

Je gebruikt aftersun na een lange dag bakken in de zon. Waar is dit een voorbeeld van?

a)

Preventief

b)

Curatief

8.

We hebben 3 soorten zorg besproken, welke?

(a)  

9.

Verse kledij aandoen is een vorm van?

a)

Zelfzorg

b)

Mantelzorg

c)

Professionele zorg

10.

Een gesprek met een psycholoog is een vorm van?

a)

Zelfzorg

b)

Mantelzorg

c)

Professionele zorg

11.

Je maakt soep voor een zieke vriendin, dit is een vorm van?

a)

Zelfzorg

b)

Mantelzorg

c)

Professionele zorg

12.

Hoeveel lijnen/trappen hebben we in de gezondheidszorg?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

13.

De eerste lijn is meteen toegankelijk, een voorbeeld hiervan is de huisdokter.

a)

Juist

b)

Fout

14.

In de derde lijn heb je heel lange wachtrijen, het is enorm duur en je moet er kennismakingsgesprekken doen.

a)

Juist

b)

Fout

15.

Je hebt een longziekte, je gaat naar de pneumoloog (longdokter). Waaronder hoort dit?

a)

0de lijn

b)

1ste lijn

c)

2de lijn

d)

3de lijn

e)

4de lijn

16.

Het OCMW zit onder?

a)

Welzijnszorg

b)

Gezondheidszorg

17.

Je bent verschrikkelijk ziek geweest, waaronder kunnen we dit plaatsen?

a)

Biologisch/lichamelijk

b)

Gedrag

c)

Milieu

d)

Maatschappij

18.

Het water lekt binnen in je woning via het plafond, waaronder kunnen we dit plaatsen?

a)

Biologisch/lichamelijk

b)

Gedrag

c)

Milieu

d)

Maatschappij

19.

Je hebt een zware druk op je schouders omdat je geen werk hebt, de facturen blijven binnenkomen. Daardoor heb je geen geld om je te verzorgen. Waaronder kunnen we dit plaatsen?

a)

Biologisch/lichamelijk

b)

Gedrag

c)

Milieu

d)

Maatschappij

20.

Je bent beschaamd en durft niet naar school te gaan. Je motivatie is helemaal op. Je hebt donkere gedachten hierdoor. Waaronder kunnen we dit plaatsen?

a)

Biologisch/lichamelijk

b)

Gedrag

c)

Milieu

d)

Maatschappij

21.

Je bio-ritme, wat betekent dit?

a)

Je ritme van slapen en wakker zijn volgens de natuur

b)

Je ritme volgens je indeling van taken

c)

Je ritme volgens de klok

22.

Wanneer kan je bio-ritme verstoord zijn?

(a)  

23.

Hoeveel slaapfases zijn er?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

24.

Hoe heet de eerste fase?

a)

Lichte slaap

b)

Inslaapfase

c)

Diepe slaap

25.

Hoe heet de fase waarin je droomt?

(a)  

26.

Hoe heet de fase waarin je iemand heel moeilijk kan wakker maken, als dat toch lukt weet de persoon helemaal niet goed wat er gebeurd.

(a)  

27.

Wat betekent REM slaap voluit?

a)

Rare eye movement

b)

Rapid eye movement

c)

Random evil moment

28.

Wat kan jouw slaap remmen/tegenhouden?

a)

Pikant eten

b)

Routine

c)

Lichaamsbeweging

29.

Wat kan jouw slaap bevorderen/verbeteren?

a)

Alcohol

b)

Groot bed

c)

Ontspanningsoefeningen

30.

Een vast slaapritueel kan je slaap bevorderen, wat past hier niet in het rijtje? (2)

a)

Tanden poetsen

b)

Boek lezen

c)

Glaasje wijn voor het slapengaan

d)

Naar het toilet gaan

e)

Snel nog iets kleins eten

31.

Hoe heet dit hulpmiddel?

a)

Onrusthaak

b)

Papegaai

c)

Ziekenoplichter

d)

Optrekhaak

32.

Wat is de functie hiervan?

a)

Gemakkelijker verplaatsen

b)

Vallen voorkomen

c)

Comfortabele houding

33.

Hoe kan rust en slaap zorgen voor emotioneel herstel?

a)

Positieve stemming

b)

Via dromen

c)

Hersenontwikkeling

34.

Inwendige delen van het oog: welke hoort niet thuis in het rijtje?

a)

Bindvlies

b)

Iris

c)

Netvlies

d)

Blinde vlek

35.

Wat is de functie van onze pupil (zwart bolletje)?

a)

Vergoten en verkleinen van het beeld

b)

Beschermen van ons oog

c)

Hoeveelheid licht regelen die binnenkomt

d)

Ronde vorm van het oog behouden

36.

Welke delen zorgen voor bescherming? (2)

a)

Hoornvlies

b)

Netvlies

c)

Bindvlies

d)

Vaatvlies

37.

Welk deel zorgt voor de beweeglijkheid in het oog?

a)

Straallichaam

b)

Lens

c)

Glasachtig lichaam

d)

Oogspier

38.

Het beeld dat wij te zien krijgen, waarop wordt dat geprojecteerd?

a)

Bindvlies

b)

Netvlies

c)

Hoornvlies

39.

Ons netvlies bevat 2 soorten zintuigcellen, je kan er kleur en zwart-wit elementen mee opmerken. Hoe heten deze?

(a)  

40.

Je kan in de verte perfect zien. Dichtbij is moeilijker. Wat ben je?

(a)  

41.

Wat mag je nooit doen als je een vuiltje in je oog hebt?

a)

Water erin doen

b)

Wrijven

c)

Knipperen

d)

Trekken aan je ooglid

42.

Wat is géén tip voor het onderhouden van je bril?

a)

Vastnemen met twee handen

b)

Nooit neerleggen op de glazen

c)

Spoelen met een brillenbad

d)

Een papieren doekje gebruiken

43.

Wat mag je niet gebruiken om je lenzen te onderhouden? (3)

a)

Kraantjeswater

b)

Mineraalwater

c)

Onderhoudsvloeistof

d)

Oogdruppels

44.

Uit hoeveel delen bestaat het oor?

a)

2

b)

3

c)

4

45.

Hoe heet de trechter van ons oor die al het geluid opvangt?

a)

Trommelvlies

b)

Oorschelp

c)

Gehoorgang

46.

Hoe heet buisje nummer 12?

(a)  

47.

Wat is nummer 9?

a)

Stijgbeugel

b)

Aambeeld

c)

Evenwichtsorgaan

d)

Hamer

48.

Wat is een synoniem voor tinnitus?

a)

Oorprop

b)

Doofheid

c)

Oorsuizen

d)

Overgevoeligheid

49.

Als je te dicht bij een box hebt gestaan, waaraan ligt het dan?

a)

Erfelijkheid

b)

Lawaai

c)

Aangeboren

d)

Door ziekte

50.

Waar bevindt een oorprop zich?

a)

In het middenoor

b)

In het uitwendig deel

c)

In het inwendig deel