wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefening : Persoonsvorm

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

_____ (gaan) u naar huis?

a)

Gaan

b)

Ga

c)

Gaat

2.

Robert _____ (wonen) in een dorp.

a)

Wonen

b)

Woon

c)

Woont

3.

De docent _____ (komen) te laat.

a)

Komen

b)

Kom

c)

Komt

4.

Ik _____ (zijn) psycholoog.

a)

Zijn

b)

Ben

c)

Is

5.

We _____ (zitten) vandaag in lokaal 1.10.

a)

Zitten

b)

Zit

c)

Zitt

6.

_____ (studeren) jullie Spaans?

a)

Studeren

b)

Studeer

c)

Studeert

7.

Mila _____ (spreken) al goed Nederlands.

a)

Spreken

b)

Spreek

c)

Spreekt

8.

_____ (komen) jij uit Nederland?

a)

Komen

b)

Kom

c)

Komt

9.

John _____ (kopen) een museumjaarkaart voor Betty.

a)

Kopen

b)

Koop

c)

Koopt

10.

Wat _____ (zeggen) u?

a)

Zeggen

b)

Zeg

c)

Zegt