wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling hoofdstuk 5,7 & 8

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Als een voorwerp rood is, wordt alleen het rode licht door het voorwerp opgenomen. 
a)
Waar
b)
Niet Waar
2.
Bij een convergente lichtbundel komen de lichtstralen samen. 
a)
Waar
b)
Niet Waar 
3.

Een gele trui wordt beschenen door een blauwe lamp.

Je ziet deze trui dan:

a)

geel

b)

blauw

c)

zwart

d)

groen

4.

Tegen ioniserende straling moet je jezelf beschermen.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.
Bij een evenwijdige bundel gaan de lichtstralen uit elkaar.
a)
Waar
b)
Niet Waar
6.

Wat is de fase-overgang van vast naar vloeibaar?

a)

Smelten

b)

Bevriezen

c)

Condenseren

d)

Rijpen

7.

Wat is rijpen?

a)

Van vast naar gas

b)

Van gas naar vast

c)

Van vloeibaar naar vast

d)

Van gas naar vloeibaar

8.
In welke fase zijn de aantrekkingskrachten het grootst?
a)
vaste fase
b)
vloeibare fase
c)
gasfase
d)
alle fasen
9.

Wat gebeurt er met de moleculen als de temperatuur van een stof toeneemt?

a)

De moleculen gaan sneller bewegen.

b)

De moleculen gaan langzamer bewegen.

c)

De moleculen worden groter

d)

De moleculen worden kleiner

10.

Jan heeft vloeibaar waterijs gekocht. Hij stopt deze in zijn vriezer. Wat gebeurt er met de moleculen wanneer het ijs bevriest?

a)

De moleculen gaan sneller bewegen.

b)

De moleculen worden groter.

c)

De moleculen gaan langzamer bewegen.

d)

De moleculen worden kleiner.

11.

Deze straling kun je tegenhouden met een dik boek

a)

alfastraling

b)

bétastraling

c)

gammastraling

12.

Deze straling wordt door een vel papier geabsorbeerd.

a)

alfastraling

b)

bétastraling

c)

gammastraling

13.

Met welke straling zorgt er voor dat je bruiner wordt.

a)

ir- straling

b)

microgolven

c)

uv-straling

d)

röntgenstraling

14.

Welke straling gaat niet door je botten.

a)

ir- straling

b)

microgolven

c)

uv-straling

d)

röntgenstraling

15.

Tegen ioniserende straling moet je jezelf beschermen.

a)

waar

b)

onwaar