WorksheetsZinsleer (t.e.m. gezegde)
Total questions: 37
Worksheet time: 22mins
Welke woorden in deze zin horen bij het werkwoordelijk gezegde?
Dirk Bracke heeft veel boeken geschreven.
(a)
Welke woorden in deze zin horen bij het naamwoordelijk gezegde?
Ik ben een filmfan.
(a)
Heeft deze zin een naamwoordelijk of een werkwoordelijk gezegde?
Ik wil later fotograaf worden!
naamwoordelijk gezegde
werkwoordelijk gezegde
Goed geprobeerd... Geen één van de twee!
Heeft deze zin een naamwoordelijk of een werkwoordelijk gezegde?
Ben jij gisteren flauwgevallen?
naamwoordelijk gezegde
werkwoordelijk gezegde
Goed geprobeerd... Geen één van de twee!
Welke delen van het werkwoordelijk gezegde vind je hier in de zin?
Hij heeft zich opgeofferd voor zijn grote liefde!
pv + wed vnw + vd
pv + vd
pv
pv + adpv
pv + wed vnw + adpv
Welke delen van het werkwoordelijk gezegde vind je hier in de zin?
Was jij jou iedere ochtend?
pv + wed vnw + vd
pv + wed vnw
pv
pv + adpv
pv + inf
Welke delen van het werkwoordelijk gezegde vind je hier in de zin?
Breken dieven altijd in met geweld?
pv + adpv + inf
pv + adpv + vd
pv + adpv
pv + wed vnw
Heeft deze zin een naamwoordelijk of een werkwoordelijk gezegde?
De zon schijnt fel.
naamwoordelijk gezegde
werkwoordelijk gezegde
Goed geprobeerd... Geen één van de twee!
Heeft deze zin een naamwoordelijk of een werkwoordelijk gezegde?
Jij lijkt wel Justin Bieber!
naamwoordelijk gezegde
werkwoordelijk gezegde
Goed geprobeerd... Geen één van de twee!
Welke woorden in deze zin horen bij het werkwoordelijk gezegde?
Britney probeerde te ontsnappen van de paparazzi.
(a)
Welke woorden in deze zin horen bij het werkwoordelijk gezegde?
Ik wil graag leren fietsen.
(a)
Welke woorden horen bij het naamwoordelijk gezegde?
Mijn lieve, mooie kat heet Rallou.
lieve, mooie heet Rallou
heet Rallou
Mijn lieve, mooie kat
heet
Duid alle woorden aan die bij het werkwoordelijk gezegde horen in deze zin:
De brandweer probeerde de brand te blussen met heel veel water.
De brandweer
probeerde
de brand
te
blussen
Duid alle woorden aan die bij het werkwoordelijk gezegde horen in deze zin:
Hij had die oefening helemaal niet gezien!
Hij
had
die oefening
helemaal niet
gezien
Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin:
Hij heeft de hele avond televisie gekeken.
heeft televisie gekeken
heeft gekeken
televisie gekeken
Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin:
Volgens de buren staat het geluid wel erg hard.
staat
het geluid
staat erg hard
Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin:
Hij had daar moeten staan.
had
had moeten staan
had daar moeten
Welk gezegde herken je in deze zin?
Deze oplossing lijkt mij erg goed.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Welk gezegde herken je in deze zin?
Wanneer knap jij die fiets eens op?
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Welk gezegde herken je in deze zin?
Waarom hebben jullie hem dat niet verteld?
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Welk gezegde herken je in deze zin?
Volgens de minister blijft de hulp noodzakelijk.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordeliik gezegde
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Zij wil nooit haar moeder helpen met de afwas
(a)
Waar of niet waar?
'Aan het' en 'te' kunnen bij het werkwoordelijk gezegde horen.
Waar
Niet waar
Wat zit er altijd in het werkwoordelijk gezegde?
Persoonsvorm
Voltooid deelwoord
Infinitief
Alle vormen komen altijd voor
Het werkwoordelijk gezegde (WWG) zegt wat het onderwerp doet en het naamwoordelijk gezegde (NWG) zegt wat het onderwerp is/wordt/blijft.
juist
fout
We moeten over vijf minuten vertrekken!
persoonsvorm (PV)
imperatief (IMP)
voltooid deelwoord (VD)
infinitief (INF)
Sluit het raam eens a.u.b.
persoonsvorm (PV)
imperatief (IMP)
voltooid deelwoord (VD)
infinitief (INF)
Speel je vaak Fortnite?
persoonsvorm (PV)
imperatief (IMP)
voltooid deelwoord (VD)
infinitief (INF)
De dokter heeft me deze medicijnen gegeven.
persoonsvorm (PV)
imperatief (IMP)
voltooid deelwoord (VD)
infinitief (INF)
Mijn punten voor Nederlands zijn verbeterd.
persoonsvorm (PV)
imperatief (IMP)
voltooid deelwoord (VD)
infinitief (INF)
Waar of niet waar? Bij een zin met meerdere werkwoorden, is de pv altijd het hulpwerkwoord.
Waar
Niet waar
Wat is het hoofdwerkwoord in deze zin?
Dirk en Pieter zullen moeten schuilen voor de regen.
zullen
moeten
schuilen
regen
Wat is het hoofdwerkwoord in deze zin?
Elke zondag blijf ik bij oma slapen.
blijf
slapen
Wat is het hoofdwerkwoord in deze zin?
Elke dag eet ik een boterham met choco.
(a)
Wat is het hoofdwerkwoord in deze zin?
'Grote smurf heeft verschillende oplossingen bedacht.'
Grote Smurf
heeft
verschillende
oplossingen
bedacht
Wat is het hoofdwerkwoord in de volgende zin: 'De kinderen hebben gisteren heerlijk gespeeld in de tuin.'
kinderen
hebben
gespeeld
tuin
Wat is het hoofdwerkwoord in de zin: 'Zij zal morgen haar verjaardag vieren.'
zal
morgen
vieren
