wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Sociaal- Maatschappelijke dimensie

Total questions: 40

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een dominante cultuur?

a)

Normen, waarden en gewoonten van sommige mensen in een land

b)

Een cultuur die mensen wordt opgedrongen

c)

Normen, waarden en gewoonten van de meeste mensen in een land

d)

Eén van de subculturen

2.

Wat wordt er met de dominante cultuur bedoeld?

a)

De cultuur van de 65-plussers

b)

De cultuur van de kleinste groep in de samenleving

c)

De overheersende cultuur in de samenleving

d)

De cultuur van jongeren

3.

Vink de drie voorbeelden van subculturen aan.

a)

Afkomst

b)

Geloof

c)

Een gezin

d)

Jongeren

e)

Overheid

4.
De kleinere cultuurgroepen, worden de ......... genoemd. Wat komt er te staan op de stippenlijn?
a)
Dominante culturen
b)
Gothics
c)
Subculturen
d)
Etnische subculturen
5.

een subcultuur is:

a)

De cultuur van een kleine groep mensen

b)

Een cultuur van mensen die graag naar de Subway gaan

c)

De normen waarden en gewoonten van een groep mensen

d)

De cultuur die de meeste mensen in een samenleving hebben.

6.

Subculturen kunnen ontstaan op basis van muzieksmaak en je woonplaats

a)

waar

b)

niet waar

7.

In Nederland hoort Sinterklaas vieren bij een subcultuur

a)

Waar

b)

Niet Waar

8.

Boeren in Nederland behoren tot ... ?

a)

De dominante cultuur

b)

Een subcultuur

c)

Zowel de dominante als een subcultuur

9.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

10.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

11.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

12.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

13.

Moslims vormen in Nederland de dominante cultuur

a)

waar

b)

niet waar

14.
Geef de definitie van de multiculturele samenleving .
a)
Een land met twee culturen.
b)
Een samenleving met verschillende culturen.
15.

Wat is een pluriforme samenleving?

a)

Een samenleving waar maar 1 cultuur is

b)

Een samenleving met 1 dominante cultuur

c)

Een samenleving met veel verschillende subculturen

d)

Samenleving van mensen met verschillende culturen en levensstijlen

16.

Wat hoort bij "sociale controle"?

a)

elkaar opzoeken bij verjaardagen

b)

mensen letten op elkaar

c)

de kerk zorgt voor zieken

d)

sociaal gedrag wordt beloond door de overheid

17.

Vanaf welke leeftijd begint socialisatie

a)

Vanaf de geboorte

b)

Vanaf 4 jaar, dan ga je naar de basischool

c)

Vanaf het moment dat een kind kan praten

d)

Vanaf je 18e, dan ben je volwassen

18.
Socialisatie zorgt onder andere voor:
I.  de ontwikkeling van iemands persoonlijke identiteit.
II.  het doorgeven van waarden, normen en andere   cultuurkenmerken.
a)
I is juist, II is onjuist.
b)
I is onjuist, II is juist.
c)
I en II zijn beide juist.
d)
I en II zijn beide onjuist
19.

Het doel van socialisatie is dat de omgang tussen mensen soepel verloopt, omdat je weet wat je van elkaar kunt verwachten

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

"Iedereen is voor de wet gelijk, het is verboden om anderen te discrimineren vanwege huidskleur, geloof, sekse, politieke reden of welke reden dan ook."


de bovenstaande citaat wordt het …… genoemd

a)

collectivistische visie

b)

opportuniteitsbeginsel

c)

gelijkheidsbeginsel

d)

Maatschappelijk probleem

21.
Er zijn veel wetten. In de …................. staan de belangrijkste rechten en plichten van burgers en de overheid. Welk woord is weggelaten?
a)
mensenrechten.
b)
grondwet
c)
rechtsstaat.
d)
parlementaire democratie.
22.

Tolerantie is...

a)

Mensen veroordelen omdat ze anders over dingen denken dan jou.

b)

Het beter vinden van je eigen cultuur dan andere culturen.

c)

Het accepteren van mensen met andere normen en waarden.

23.

Welke term wordt steeds vaker in plaats van "allochtoon" gebruikt?

a)

inwoners met een migratieachtergrond

b)

verhuisd

c)

ontworteld

d)

inwoners met buitenlands invloed

24.

wanneer ben je allochtoon?

a)

als je zelf in een ander land geboren bent

b)

als één van je ouders in een ander land geboren is

c)

als je ouders allebei in een ander land geboren zijn

d)

als je opa of oma in een ander land geboren is

25.

Welke van de onderstaande mensen is een autochtoon?

a)

Griselda heeft de Nederlandse nationaliteit, maar is geboren in Suriname.

b)

Patrick is geboren in Emmen. Zijn ouders komen uit Drachten, maar zijn grootouders waren Frans.

c)

De Amerikaan John Davis is van de Verenigde Staten naar Nederland verhuisd.

d)

Mariëtte is geboren en opgegroeid in Brussel. Via een uitwisselings­programma studeert ze nu in Amsterdam.

26.

wanneer ben je immigrant?

a)

Als je Nederland binnen komt om er te gaan wonen

b)

Als je uit Nederland vertrekt om in een ander land te gaan wonen

27.

Wanneer ben je een emigrant?

a)

Als je Nederland binnen komt om hier te gaan wonen

b)

Als je Nederland uit gaat om in een ander land te gaan wonen

28.

Welke redenen hadden migranten de afgelopen 60 jaar om naar Nederland te komen?

a)

Het prettige klimaat

b)

werk

c)

gezinshereniging

d)

veiligheid, op de vlucht voor oorlog of ander geweld

e)

ze woonden in Nederlandse koloniën en die werden onafhankelijk. Uit angst voor onrust kwamen ze naar Nederland

29.

Bonus vraag: Wat is een vooroordeel?

a)

Een oordeel over iemand omdat het klopt

b)

Een oordeel over iemand of iets zonder dat je de feiten of de persoon kent

30.

we spreken van racisme als:

a)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar leeftijd

b)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar geslacht

c)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar afkomst

d)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar geloof

31.

Wanneer ben je een asielzoeker?

a)

Als je vlucht voor oorlog

b)

Als je vlucht omdat je homoseksueel bent, en dat in jouw land niet mag

c)

Als je vlucht omdat je leven gevaar loopt vanwege je politieke mening

d)

Als je naar een ander land gaat voor werk, en een beter leven

32.

Vul in: Als je als vluchteling toestemming vraagt om hier te blijven vraag je (a)   aan

33.

Welke stroming vindt dat je zelf verantwoordelijk bent om te integreren?

a)

Liberalisme

b)

Populisme

c)

Sociaal-Democratie

d)

Christen-Democratie

34.

Welk thema staat centraal in 'Wit is ook een kleur'.

a)

Normen en waarden

b)

Black lives matter

c)

Blanke superioriteit

d)

Slavernij

35.

Wat is xenofobie?

a)

Discriminatie op grond van geaardheid

b)

Angst voor vreemdelingen

c)

Wanneer een land polariseert

d)

Discriminatie op grond van iemands geloof

36.

Utrechters hebben een groepsgevoel op basis van ...

a)

Plaats

b)

Geloof

c)

Belangen

d)

Interesses

37.

Wat betekent integratie?

a)

Bevolkingsgroepen leven gescheiden van elkaar

b)

Bevolkingsgroepen moeten zich volledig aanpassen aan de dominante cultuur

c)

Uitwisseling van subculturen van nieuwkomers en de dominante cultuur.

d)

De bevolkingsgroepen moeten zich houden aan de Nederlandse waarden en normen

38.

Vul in: Integratie kan je bevorderen volgens de overheid door extra lessen (a)   te geven

39.

Je vervangt bijna alles van de cultuur uit het land waar je vandaan komt door de dominante cultuur. Dit noem je

a)

assimilatie

b)

segregatie

c)

integratie

40.

Vul in: De overheid probeert de integratie te stimuleren. Dit doen ze door (a)   scholen te stimuleren.