wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Rotterdam Cycling on Tour

Total questions: 52

Worksheet time: 2hrs 45mins

Name
Class
Date
1.

a)

Een klim door de Franse bergen

b)

Dat is een korte tijdrit aan het begin van de Tour de France

c)

Een wedstrijd met de beste 10 wielrenners ter wereld

d)

Een kwalificatiewedstrijd die voor de Tour de France plaatsvindt

2.
4 lines
3.

Wat krijg je als je de leider bent van het algemeen klassement?

a)

Een medaille

b)

De eer

c)

De gele trui

d)

Duizend euro

4.
4 lines
5.

In welk jaar startte de eerste Tour de France?

a)

1903

b)

1820

c)

2001

d)

1965

6.
4 lines
7.

Uit hoeveel wielrenners bestaat een Tour de France-ploeg?

a)

1 wielrenner

b)

3 wielrenners

c)

8 wielrenners

d)

12 wielrenners

8.

4 lines
9.

Hoe hard moet je minimaal kunnen fietsen om een prof wielrenner te worden?

a)

50-60 KM per uur

b)

35-40 KM per uur

c)

30-35 KM per uur

d)

25-30 KM per uur

10.
4 lines
11.

Waarom dragen wielrenners strakke kleding?

a)

Om zich te beschermen als ze vallen

b)

Wijde kleding houdt meer wind tegen. Met strakke kleding gaan ze sneller

c)

Omdat ze het mooi vinden staan

d)

Zo laten ze zien bij welk team ze horen

12.

4 lines
13.

a)

Dat ze ruzie hebben

b)

Dat het meisje niet verliefd is op hem

c)

Dat je niet moet appen op de fiets

d)

Dat ze een ongeluk krijgen op de fiets

14.

4 lines
15.

Mag je appen, bellen en naar muziek luisteren op de fiets?

a)

Ja dat mag

b)

Nee dat mag niet

c)

Ja, je mag je telefoon wel vasthouden, maar niet appen of bellen

d)

Ja, het mag al je je telefoon klemt tussen hoofd en schouder

16.
4 lines
17.

Wat betekent dit verkeerbord?

a)

Je moet hier fietsen

b)

Je mag hier niet fietsen

c)

Geen voetgangers

d)

Fietsers hebben voorrang

18.
4 lines
19.

Met hoeveel mensen mag je naast elkaar fietsen?

a)

Met zijn tweeën

b)

Je moet altijd alleen rijden, behalve binnen de bebouwde kom

c)

Met zijn drieën

d)

Daar is geen regel voor

20.
4 lines
21.

Wat zijn verplichte onderdelen op een fiets?

a)

Een goedwerkend voor- en achterlicht

b)

Een fiets standaard

c)

Stevige snelbinders

d)

Een oranje vlag op je fiets

22.
4 lines
23.

Wie heeft er voorrang?

a)

De auto heeft altijd voorrang omdat deze groter is

b)

De fietser en auto stemmen dit zelf af, wie het eerst gaat, die heeft voorrang

c)

De fietser heeft voorrang als de auto de rotonde verlaat

d)

Wanneer de auto 1 keer toetert krijgt de fiets voorrang

24.
4 lines
25.

a)

10 minuten

b)

30 minuten

c)

60 minuten

d)

120 minuten

26.

4 lines
27.

a)

Spierpijn

b)

Zweet

c)

Calorieën

d)

Water

28.

4 lines
29.

a)

10 minuten

b)

20 minuten

c)

30 minuten

d)

40 minuten

30.

4 lines
31.

a)

Fietsen

b)

Stevig wandelen

c)

Touwtjespringen

d)

Voetballen

32.

4 lines
33.

a)

3-4 glazen

b)

5-6 glazen

c)

8-10 glazen

d)

12-14 glazen

34.

4 lines
35.

a)

Banaan

b)

Aardbeien

c)

Mango

d)

Appel

36.

4 lines
37.

a)

Waar

b)

Niet waar

38.

4 lines
39.

a)

2 suikerklontjes

b)

5 suikerklontjes

c)

7 suikerklontjes

d)

10 suikerklontjes

40.

4 lines
41.

Dit is Marieke Keijser uit Rotterdam. Marieke is een Nederlandse roeister. Ze heeft al vele prijzen gewonnen. Dit jaar op de Olympische Spelen behaalde ze brons.

a)

Omdat het leuk is

b)

Tijdens het sporten komen er stofjes vrij die je gelukkig maken

c)

Als je een overwinning behaalt wordt je blij

d)

Als ik sport ben ik vrij van school

42.
4 lines
43.

Welke stelling(en) is waar:

a)

Sporten is belangrijk omdat het je conditie verbetert en het goed is voor je zelfvertrouwen

b)

Sporten is belangrijk omdat je niet leert omgaan met emoties (bv boosheid en verdriet bij verliezen)

c)

Sporten is belangrijk omdat iedereen het moet proberen

44.
4 lines
45.

Waarom doe je een warming-up?

a)

Om op te warmen

b)

Om blessures te voorkomen

c)

Dit is een leuke manier om samen te sporten

d)

Zo wordt het veld ingelopen

46.
4 lines
47.

Waarom krijg je spierpijn?

a)

Door geen (over)belasting op je spieren

b)

Als je heel lang stil zit

c)

Door fysieke inspanning die je niet meer gewend bent, bijvoorbeeld als je zomervakantie gehad hebt en weer gaat trainen

d)

Doordat je te lang op je bed ligt

48.
4 lines
49.

Door te sporten gaat er meer bloed naar je hersenen waardoor je je beter kunt concentreren?

a)

Waar

b)

Niet waar

50.
4 lines
51.

Het maakt niet uit welke sport je doet, als je maar in beweging komt.

a)

Waar

b)

Niet waar

52.
4 lines