wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ecologie zelftest

Total questions: 29

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke 4 verschillende niveaus bestudeert de ecologie?

a)

mensen, dieren, planten en levenloze natuur

b)

individu, populatie, levensgemeenschap en ecosysteem

c)

producenten, consumenten, reducenten en afvaleters

d)

producenten, consumenten 1e orde, cons. 2e orde, cons. 3e orde

2.

Welke schakel in een voedselketen heeft meestal het grootst aantal individuen?

a)

Consumenten 3e orde

b)

Consumenten 2e orde

c)

Zoogdieren

d)

Producenten

3.

Hoe worden bacteriën en schimmels genoemd

a)

consumenten 2e orde

b)

consumenten 1e orde

c)

afvaleters

d)

reducenten

4.

Wat ontstaat er bij het proces fotosynthese

a)

water en zuurstof

b)

glucose en koolstof

c)

water en glucose

d)

glucose en zuurstof

5.
Een soortgenoot is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
6.
Een prooidier is een abiotische factor.
a)
Juist
b)
Onjuist
7.
De zon is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
8.
In deze afbeelding zie je een:
a)
levensgemeenschap
b)
individu
c)
biotoop
d)
populatie
9.
Hoe noem je alle biotische en abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer
10.
Hoe noem je alle biotische factoren samen.
a)
ecosysteem
b)
biotoop
c)
levensgemeenschap
d)
niche
11.
De libel is een consument van de 4e orde.
a)
juist
b)
onjuist
12.
Wat is een voedselweb?
a)
Een reeks van eten en gegeten worden.
b)
Alle biotische factoren in een ecosysteem.
c)
Alle voedselrelaties in een ecosysteem.
13.
Het koolmeesje is ...
a)
een producent.
b)
een consument van de eerste orde.
c)
een consument van de tweede orde.
d)
een consument van de derde orde.
14.
In een voedselketen gaat een deel van de energie verloren aan verbranding.
a)
juist
b)
onjuist
15.
Het klimaat heeft veel invloed op de grootte van een populatie.
a)
juist
b)
onjuist
16.

Acacia <-- Gazelle <-- Leeuw


Dit is een voorbeeld van een goed opgestelde voedselketen

a)

Juist

b)

Onjuist

17.
Hoe noemen we de groene planten in een voedselketen?
a)
autotroof
b)
heterotroof
c)
consumenten
d)
producenten
18.
Hoe noemen we deze kringloop?
a)
koolstofkringloop
b)
stikstofkringloop
c)
stoffenkringloop
19.
Wat ontbreekt bij nummer 2?
a)
consument
b)
producent
c)
reducent
d)
afvaleters
20.
Wat ontbreekt bij nummer 3?
a)
consument
b)
reducent
c)
producent
d)
afvaleters
21.
Waarom hebben organismen stikstofzouten nodig?
a)
Ze maken hier koolhydraten van.
b)
Ze maken hier vetten van.
c)
Ze maken hier eiwitten van.
22.
Wat hoort er bij nr 1 te staan?
a)
dierlijke eiwitten
b)
afvalstoffen
c)
verbranding
d)
stikstofzouten
23.
Wat voor een soort voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming.
24.
Wat voor een voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming
25.
Welke schakel heeft altijd de grootste biomassa?
a)
consumenten eerste orde
b)
consumenten 2e orde
c)
producenten
26.
In het voorjaar van het derde jaar is er genoeg te eten en krijgen de koolmezen veel jongen.
a)
juist
b)
onjuist
27.
Het proces dat je in de afbeelding ziet noemen we....
a)
aanpassing.
b)
successie.
c)
biologisch evenwicht.
d)
optimaal.
28.
Dit diagram noemen we ook wel een...
a)
minimum-maximumkromme.
b)
staafdiagram.
c)
milieukromme.
d)
optimumkromme.
29.
Boven het maximum en onder het minimum gaan organismen dood.
a)
juist
b)
onjuist