wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1 BK | Verkennen | BS 1 + 2

Total questions: 50

Worksheet time: 2hrs 40mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent het woordje ''Uniek'' als je het over mensen hebt?

a)

Dat iedereen anders is

b)

Dat iedereen hetzelfde is

c)

Dat iemand raar is

d)

Dat je familie bent

2.

Tik alle voorbeelden van UITERLIJKE EIGENSCHAPPEN aan.


Er zijn 3 goede antwoorden!

a)

Dierenliefhebber

b)

Bruine haren

c)

Draagt een spijkerbroek

d)

Kan goed tekenen

e)

Schoenmaat 40

3.

Tik alle voorbeelden van INNERLIJKE EIGENSCHAPPEN aan.


Er zijn 3 goede antwoorden!

a)

Eigenwijs

b)

Groene ogen

c)

Vrolijk

d)

Kan goed voetballen

e)

Draagt een rood t-shirt

4.

Slordig zijn is een...

a)

Innerlijke eigenschap

b)

Uiterlijke eigenschap

5.

Van dieren houden is een...

a)

Innerlijke eigenschap

b)

Uiterlijke eigenschap

6.

Slecht zijn in rekenen is een...

a)

Innerlijke eigenschap

b)

Uiterlijke eigenschap

7.

Het hebben van krullend haar is een...

a)

Innerlijke eigenschap

b)

Uiterlijke eigenschap

8.

Het dragen van adidas sneakers is een...

a)

Innerlijke eigenschap

b)

Uiterlijke eigenschap

9.

Oorbellen dragen is een...

a)

Innerlijke eigenschap

b)

Uiterlijke eigenschap

10.

Je uiterlijke en innerlijke kenmerken vormen samen je...

a)

Identiteit

b)

Hobbies

c)

Relaties

d)

Communicatie

11.

Wanneer je vrienden met iemand bent en de mening van deze persoon belangrijk vindt heb je een...

a)

Persoonlijke relatie

b)

Functionele relatie

c)

Non-verbale communicatie

d)

Vooroordeel

12.

Wanneer je met iemand moet samenwerken en deze persoon niet als vriend hebt, heb je een...

a)

Persoonlijke relatie

b)

Functionele relatie

c)

Non-verbale communicatie

d)

Vooroordeel

13.

Je familie is een voorbeeld van een...

a)

Persoonlijke relatie

b)

Functionele relatie

14.

Als je verkering met iemand hebt is dit een...

a)

Persoonlijke relatie

b)

Functionele relatie

15.

Wanneer je met iemand bevriend bent is dit een...

a)

Persoonlijke relatie

b)

Functionele relatie

16.

Met je docent heb je een...

a)

Persoonlijke relatie

b)

Functionele relatie

17.

Als je met iemand samen gaat team sporten (bijvoorbeeld: voetbal) maar deze persoon niet kent heb je een...

a)

Persoonlijke relatie

b)

Functionele relatie

18.

Met de mevrouw achter de kassa bij de supermarkt heb je een...

a)

Persoonlijke relatie

b)

Functionele relatie

19.

Wanneer je doet aan verbale communicatie communiceer je met...

a)

Woorden

b)

Gebaren

c)

Lichaamstaal

d)

Gezichtsuitdrukkingen

20.

Er zijn 3 antwoorden goed!


Wanneer je doet aan non-verbale communicatie communiceer je met...

a)

Woorden

b)

Gebaren

c)

Lichaamstaal

d)

Gezichtsuitdrukkingen

21.

Wat wordt er bedoeld met een ''communicatiestoornis''?

a)

Dat iemand je niet, of verkeerd begrijpt

b)

Dat iemand nog niet heeft leren praten

c)

Dat iemand niet kan schrijven

d)

Dat iemand niet kan lezen

22.

Een andere taal spreken waardoor je de ander niet begrijpt is een voorbeeld van...

a)

Communicatiestoornis

b)

Functionele relatie

c)

Non-verbale communicatie

d)

Vooroordelen

23.

Niet luisteren als iemand tegen je praat is een voorbeeld van...

a)

Communicatiestoornis

b)

Functionele relatie

c)

Non-verbale communicatie

d)

Vooroordelen

24.

Het is makkelijk om via social media last te hebben van een communicatie stoornis. Dit komt omdat er een belangrijke manier van communiceren ontbreekt bij bijvoorbeeld appen (zonder emoji's). Namelijk...

a)

Non-verbale communicatie

b)

Verbale communicatie

c)

Relaties

d)

Argumenten

25.

''Ik vind dat gewoon leuk.'' is een voorbeeld van een...

a)

Mening

b)

Argument

c)

Vooroordeel

26.

''Ik hou niet van koffie omdat dit voor mij bitter smaakt'' is een voorbeeld van een...

a)

Mening

b)

Argument

c)

Vooroordeel

27.

''Alle dikke mensen zijn lui'' is een voorbeeld van een...

a)

Mening

b)

Argument

c)

Vooroordeel

28.

''Alle mensen met een bril zijn nerds'' is een voorbeeld van een...

a)

Mening

b)

Argument

c)

Vooroordeel

29.

Tik alle voorbeelden van sociale media aan. Er zijn 3 antwoorden goed!

a)

Twitter

b)

Brief schrijven

c)

Youtube

d)

De krant

e)

Instagram

30.

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie is een...

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Orgaanstelsel

31.

Een orgaan is een...

a)

deel van het lichaam met een bepaalde taak

b)

Groep cellen met dezelfde vorm en functie

c)

Groep organen die samenwerken aan een grotere taak

32.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 1?

a)

Luchtpijp

b)

Slokdarm

c)

Longen

d)

Middenrif

33.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 8?

a)

Luchtpijp

b)

Slokdarm

c)

Longen

d)

Middenrif

34.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 10?

a)

Maag

b)

Nieren

c)

Blaas

d)

Lever

35.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 4?

a)

Maag

b)

Nieren

c)

Blaas

d)

Lever

36.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 6?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Twaalfvingerige darm

d)

Maag

37.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

38.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

39.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

40.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

41.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

42.

Wanneer je eet gaat de doorgeslikte voedselbrij via je ... naar je maag. Welk orgaan moet op de puntjes?

a)

Slokdarm

b)

Luchtpijp

c)

Darmen

d)

Lever

43.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 2?

a)

Luchtpijp

b)

Slokdarm

c)

Longen

d)

Middenrif

44.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 3?

a)

Luchtpijp

b)

Hart

c)

Longen

d)

Middenrif

45.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 4?

a)

Maag

b)

Nieren

c)

Blaas

d)

Lever

46.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 5?

a)

Maag

b)

Nieren

c)

Blaas

d)

Lever

47.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 7?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Twaalfvingerige darm

d)

Maag

48.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 11?

a)

Maag

b)

Nieren

c)

Blaas

d)

Lever

49.

Welke beschrijving past bij het ''Verteringsstelsel''

a)

Dit orgaanstelsel zorgt ervoor dat je eten verteert

b)

Dit orgaanstelsel bestaat uit botten voor stevigheid en beweging

c)

Dit orgaanstelsel zorgt ervoor dat je bloed rond je lichaam stroomt

d)

Dit orgaanstelsel zorgt ervoor dat je kan nadenken en bewegen

50.

Welke beschrijving past bij het ''Zenuwstelsel''

a)

Dit orgaanstelsel zorgt ervoor dat je eten verteert

b)

Dit orgaanstelsel bestaat uit botten voor stevigheid en beweging

c)

Dit orgaanstelsel zorgt ervoor dat je bloed rond je lichaam stroomt

d)

Dit orgaanstelsel zorgt ervoor dat je kan nadenken en bewegen