wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1 planten en dieren

Total questions: 59

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een organisme?

(a)  

2.

Waaraan herken je dat een organisme leeft?

a)

Levenskenmerken

b)

Levende kenmerken

c)

Kenmerken

d)

Niet

3.

Selecteer de levenskenmerken

a)

Ademhalen

b)

Overgeven

c)

Voeden

d)

Drinken

e)

Uitscheiden

4.

Wanneer noemen we iets levenloos?

a)

als het nooit heeft geleefd

b)

als het dood is

c)

als iets leeft

5.

Is de bewering juist of onjuist?

- Een eikenboom is een organisme

a)

juist

b)

onjuist

6.
Dit gebakken eitje is.......
a)
levend
b)
dood
c)
levenloos
d)
geen van de genoemde 3
7.
Op de afbeelding zie je een voorbeeld van ......
a)
een natuurgetrouwe tekening van een bloem
b)
een schematische tekening van een bloem
8.
Uit een kiem groeit een nieuwe plant.
a)
Waar
b)
Niet waar
9.

Met welk nummer is de navel aangegeven?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

10.

Je kunt zien dat de uil is gegroeid, omdat de uil zwaarder is geworden

a)

juist

b)

onjuist

11.

Wat is een goed voorbeeld van ontwikkeling?

a)

Als een boom een dikkere stam krijgt

b)

Als een boom zijn bladeren laat vallen

c)

Als een plant een langere steel krijgt

d)

Als een plant grotere bladeren krijgt

12.

Wat is de naam van onderdeel 6?

a)

De kiem

b)

De zaadhuid

c)

Het poortje

d)

De zaadlob

13.

Welk onderdeel heeft de volgende functie:

Het opnemen van water

a)

De navel

b)

Het poortje

c)

De zaadlab

d)

De kiem

14.

Als een boom elk jaar zwaarder wordt, noem je dat ontwikkeling

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Ontwikkeling is het veranderen van bouw en leefwijzen van organismen

a)

juist

b)

onjuist

16.

Tot welke type ontwikkeling behoort het leren typen op een toetsenbord?

a)

lichamelijke ontwikkeling

b)

motorische ontwikkeling

c)

geestelijke ontwikkeling

17.

Welke leeftijdsfase is dit?

- Leren met anderen spelen

a)

Peuters

b)

Kleuters

c)

Pubers

d)

Schoolkind

18.

Welke leeftijdsfase is dit?

- geheel zelfstandig zijn

a)

Adolescent

b)

Volwassene

c)

Pubers

d)

Schoolkind

19.

Welke vorm van ontwikkeling zien we hier?

a)

Geestelijke ontwikkeling

b)

Lichamelijke ontwikkeling

c)

Motorische ontwikkeling

20.

Mensen krijgen alleen een groeispurt in de puberteit

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Wanneer beginnen de voortplantingsorganen te functioneren?

a)

Bij pubers

b)

Bij adolescenten

c)

Bij volwassene

d)

Bij schoolkinderen

22.

Een koper standbeeld op een plein is..

a)

levenloos

b)

dood

c)

levend

23.

Wat zijn wel levenskenmerken?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Ontwikkelen

d)

Voortplanten

e)

Waarnemen

24.

De (a)   is een witte plek op een zaadje waarmee deze vastzat aan de plant.

25.

Een kind leert fietsen. Deze manier van ontwikkeling heet

a)

Geestelijke ontwikkeling

b)

Lichamelijke ontwikkeling

c)

Motorische ontwikkeling

26.

Welke levensfase bij de mens duurt gemiddeld van 12 tot 16 jaar?

a)

Adolescent

b)

Schoolkind

c)

Puber

27.

De plant maakt voor de mensen en dieren een heel belangrijke stof.

Dit is:

a)

koolstofdioxide

b)

water

c)

licht

d)

zuurstof

28.

Het proces waarbij suiker gemaakt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

29.

In welke delen kan deze plant zuurstof maken?

a)

in de bladeren en de bladstelen

b)

in de wortels en de bladstelen

c)

in de bladeren en de wortels

d)

in alle zichtbare delen

30.

De energie die wij krijgen als we plantaardig voedsel eten komt eigenlijk van ...

a)

het water

b)

de koolstofdioxide

c)

de zon

d)

het bladgroen

31.
Hoe heet het als een plant zelf voedsel maakt?
a)
fotokopiëren
b)
Clonen
c)
Fotosynthese
d)
Produceren
32.
Wat heeft een plant nodig voor fotosynthese?
a)
lucht, water, koolstof
b)
licht, ranja, kooldioxide
c)
licht, water, bloemkool
d)
licht, water, kooldioxide
33.
Wat is kooldioxide?
a)
En stof in de lucht.
b)
Een stof in de bodem.
c)
Een lekker luchtje.
d)
Een stoffig dingetje.
34.
Welk voedsel maakt de plant?
a)
Zout
b)
Jodium
c)
Pap
d)
Suiker
35.
Fotosynthese is:
a)
Dat de plant voedsel maakt uit water, licht en kooldioxide
b)
Dat de plant een winterslaap houdt
c)
Dat de plant hongerig is
d)
Dat de pant voedel maakt uit zijn eigen afval
36.

Wat voor soort ganger is de mens?

a)

Zoolganger

b)

Topganger

c)

Teenganger

d)

Voetganger

37.

In vochtig milieu hebben planten grote bladeren.

a)

Juist

b)

Onjuist

38.

Zoogdieren kunnen gestroomlijnd zijn.

a)

Juist

b)

Onjuist

39.

Wat voor een soort poten heeft een hond?

a)

Zoolgangers

b)

Teengangers

c)

Topgangers

d)

Hoefgangers

40.

Wat voor een soort snavel heeft de scholekster?

a)

Kegelsnavel

b)

Pincetsnavel

c)

Haaksnavel

d)

Priemsnavel

41.

Wat voor een soort loper is de kluut?

a)

Zangvogel

b)

Loopvogel

c)

Steltloper

d)

Watervogel

42.

Waarom hebben dieren aanpassingen?

a)

Omdat ze dan een voordeel hebben in hun omgeving.

b)

Omdat dieren dan sneller zijn.

c)

Door fouten bij de ontwikkeling.

d)

Hier is geen reden voor.

43.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Vleugels

b)

Gestroomlijnd

c)

Bescherming

d)

Voeden

44.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Uitdroging (dikke bladeren)

b)

Bescherming (schutkleur)

c)

Voeden (betere fotosynthese)

45.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Voeden

b)

Uitdroging

c)

Bescherming

46.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Voeden

b)

Bewegen

c)

Verdediging

47.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Bescherming

b)

Bewegen

c)

Voeden

d)

Uitdroging

48.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Voeden

b)

Bewegen

c)

gestroomlijnd

d)

Bescherming

49.

Wat kan een plant doen tegen uitdroging? (Meerdere antwoorden goed)

a)

Veel wortels

b)

Kleine dikke bladeren

c)

Grote dunne bladeren

d)

Weinig wortels

e)

Stekels op de takken

50.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Bescherming

b)

Bewegen

c)

Voeden

d)

Uitdrogen

51.

Van wanneer tot wanneer is je puberteit?

a)

6 tot 12 jaar

b)

12 tot 16 jaar

c)

16 tot 21 jaar

d)

21 tot 65 jaar

52.

Wat hebben mensen voor voordeel van fotosynthese?

a)

Zuurstof

b)

Voedsel

c)

CO2

d)

Water

53.

Een snavel die goed is voor stukken vlees scheuren is een

a)

Priemsnavel

b)

Haaksnavel

c)

Zeefsnavel

d)

Kegelsnavel

54.
Op de afbeelding zie je een voorbeeld van ......
a)
een natuurgetrouwe tekening van een bloem
b)
een schematische tekening van een bloem
55.

Is deze tekening natuurgetrouw?

a)

Ja

b)

Nee

56.

Welk aanzicht heeft deze afbeelding?

a)

Buitenaanzicht

b)

Dwarsdoorsnede

c)

Lengtedoorsnede

57.

Karel maakt een tekening van een peer. Hij gebruikt een pen om te schetsen. Houdt hij zich aan de tekenregels?

a)

Ja

b)

Nee

58.

Wat voor soort tekening maak je als je alleen de belangrijkste kenmerken wilt tekenen?

a)

Schematisch

b)

Natuurgetrouw

59.
Wat is geen tekenregel?
a)
Teken groot.
b)
Schrijf er altijd bij wat je getekend hebt.
c)
Je moet altijd een doorsnede tekenen.
d)
Teken eerst dun en als het goed is ,maak je de lijnen dikker