wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hulp ww en volt dw

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het hulpwerkwoord in de zin: Melle heeft van het weekend gezeild.

a)

Melle

b)

heeft

c)

weekend

d)

gezeild

2.

Wat is het hulpwerkwoord in de zin: Koen is paars geworden

a)

Koen

b)

is

c)

paars

d)

geworden

3.

Wat is het hulpwerkwoord in de zin: Mara is in groep 5 een echte diva geweest.

a)

Mara

b)

is

c)

diva

d)

geweest

4.

Wat is het hulpwerkwoord in de zin: Ik ben dankzij juf Ekelijn naar groep 6 gegaan.

a)

Ik

b)

ben

c)

dankzij

d)

gegaan

5.

Wat is het hulpwerkwoord in de zin: De meester heeft goed les gegeven

a)

heeft

b)

gegeven

c)

De

d)

Ik snap het niet

6.

Wat is het voltooid deelwoord in de zin: Ik heb Luna met een leeuw gezien.

a)

ik

b)

heb

c)

Luna

d)

gezien

7.

Wat is het voltooid deelwoord in de zin: Lukas heeft nooit ruzie met zijn broer gehad

a)

gehad

b)

heeft

c)

Lukas

d)

echt wel

8.

Wat is het voltooid deelwoord in de zin: Ilvy heeft een pandaknuffel gekocht

a)

Ilvy

b)

heeft

c)

een

d)

gekocht

9.

Wat is het voltooid deelwoord in de zin: Sylvian heeft een raket gebouwd.

a)

gebouwd

b)

Sylvian

c)

heeft

d)

Nee, alleen het ontwerp

10.

Wat is het voltooid deelwoord in de zin: May-Lynn is verhuist.

a)

May-Lynn

b)

is

c)

verhuist

11.

Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:


Het gedicht is prachtig.

a)

prachtig

b)

het

c)

gedicht

d)

is

12.

Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:


Ik hou erg van boeken.

a)

Ik

b)

boeken

c)

hou

d)

erg

13.

Klik het zelfstandig naamwoord/ de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


Vader is vijf jaar voorzitter geweest.

a)

vader

b)

voorzitter

c)

vader en voorzitter

d)

vijf jaar en vader

14.

Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


Moeder gaat koekjes bakken.

a)

bakken en koekjes

b)

moeder en bakken

c)

moeder en koekjes

15.

Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


De aardige jongen redde een straatkatje en verzorgde het dier goed.

a)

aardige, jongen, dier

b)

jongen, straatkatje, dier

c)

aardige, jongen, straatkatje

d)

jongen, verzorgde, dier, straatkatje

16.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:

Veel gecamoufleerde dieren weten zich heel stil te houden.

a)

Veel

b)

stil

c)

dieren

d)

gecamoufleerde

17.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:

Besmettelijke ziektes zijn soms gevaarlijk.

a)

Besmettelijke

b)

ziektes

c)

soms

d)

gevaarlijk

18.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:

Maar voor wilde dieren en planten is er geen plaats meer.

a)

wilde

b)

dieren

c)

planten

d)

plaats

19.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:

Daarna hoor je een harde knal.

a)

daarna

b)

hoor

c)

harde

d)

knal

20.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:

Op straat afval achterlaten is in vele landen verboden.

a)

afval

b)

achterlaten

c)

vele

d)

verboden

21.
de
a)
lidwoord
b)
zelfstandig naamwoord
c)
anders
22.
het
a)
lidwoord
b)
zelfstandig naamwoord
c)
anders
23.
een
a)
lidwoord
b)
zelfstandig naamwoord
c)
anders
24.

Wat is het meervoud van PRUIK?

a)

pruiken

b)

pruikken

25.

Wat is het meervoud van DOUCHE?

a)

douchen

b)

douches

c)

douche's

26.

Wat is het meervoud van SCHROEF?

a)

schroeffen

b)

schroefen

c)

schroeven

27.

Wat is het meervoud van MODEL?

a)

modellen

b)

models

c)

moddellen

d)

moddelen

28.

Voor een werkwoord kun je ik, hij wij zetten. Zoals bij lopen: ik loop, hij loopt wij lopen. Wat weet je nog meer van een werkwoord?

a)

Je gebruikt het bij cijferen (rekenen)

b)

Het is iets wat je doet