Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H17 en 18.1

Total questions: 15

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welk(e) van de aangegeven plaatsen is een peptidebinding / zijn peptidebindingen?

a)

alleen 3

b)

alleen 1 en 4

c)

alleen 2 en 5

d)

1,2,3,4 en 5

2.

Het wel of niet aanwezig zijn van alfa-helices en beta-platen hoort bij welk structuurniveau van polypeptideketens?

a)

primaire

b)

secundaire

c)

tertiaire

d)

quaternaire

3.

S-bruggen bepalen (samen met andere type bindingen) deze structuur...

a)

primaire

b)

secundaire

c)

tertiaire

d)

quaternaire

4.

Eiwitsynthese! Benoem de juiste volgorde van onderdelen betrokken bij de eiwitsynthese.

a)

celkern - ribosoom - ruw ER - glad ER - blaasje - Golgi-syst. - blaasje

b)

celkern - ribosoom - Golgi-syst. - blaasje - ruw ER - glad ER - blaasje

c)

celkern - blaasje - ribosoom - glad ER - ruw ER - blaasje - Golgi-syst. - blaasje

d)

celkern - ruw ER - ribosoom - blaasje - glad ER - Golgi-syst. - blaasje

5.

Het veranderen van de ruimtelijke structuur van een eiwit door bijv. hoge temperatuur heet ...

(a)  

6.

Welk van volgende termen is typisch voor genregulatie bij een eukaryoot?

a)

TATA-box

b)

Promotor

c)

Splicing

d)

Operon

e)

Silencer

7.

Door een insertie van twee nucleotiden in een exon is een gen ernstig gemuteerd en daarbij disfunctioneel geraakt. Waarom leidt deze mutatie tot dit functieverlies? Noem de term (1 woord).

(a)  

8.

Het retinoblastoma eiwit voorkomt dat een cel de S-fase betreedt. Pas als een cel gereed is om de S-fase in te gaan wordt dit eiwit inactief. Hoe kun je het gen achter dit eiwit noemen?

a)

Proto-oncogen

b)

Tumor-surpressorgen

c)

Gen idee

9.

Doordenkertje: een coderende streng bevat de volgende sequentie: TCA. Deze sequentie leidt tot een aminozuur bij translatie. Hoe ziet het bijbehorende anticodon van deze sequentie eruit?

a)

UCA

b)

AGT

c)

UGA

d)

AGU

e)

ACU

10.

pre-mRNA --> mRNA. Welke proces wordt bedoeld met de -->

(a)  

11.

DNA-replicatie! Welke termen passen daarbij?

a)

RNA-polymerase

b)

Helicase

c)

Splicing

d)

Okazaki-fragmenten

e)

Promotor

12.

Welk stuk DNA wordt vrijwel alleen door de moeder op haar kind overgedragen?

a)

mtDNA

b)

Y-chromosoom

c)

X-chromosoom

d)

STR's

13.

PCR! Wat gebeurt er bij 72 graden C in een PCR cyclus?

a)

Synthese DNA

b)

Denaturatie DNA

c)

Binden DNA-primers

d)

Gelelektroforese

14.

Een man hooft voor een STR op chromosoom 11 het volgende kenmerk TH01 5/8. Mutaties uitgesloten, welke combinatie kan zijn zoon niet hebben?

a)

TH01 5/5

b)

TH01 6/8

c)

TH01 6/9

d)

TH01 8/9

15.

Ren je rot voor BINAS 71. Aan welke zijde van een mRNA-molecuul bevindt zich het startcodon?

a)

5'-zijde

b)

3'-zijde