wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Trainingskunde P1

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de beste omschrijving van een weefsel?

a)

Verschillende maar samenwerkende organen

b)

Een groep samenwerkende cellen

c)

Groep samenwerkende orgaanweefsels

d)

Groep verschillende maar samenwerkende cellen

2.

Wat doet ons lichaam als de lichaamstemperatuur te hoog dreigt te worden?

a)

Vernauwen van bloedvaten

b)

Verwijden van bloedvaten

c)

Spieractiviteit verhogen

d)

Kippenvel

3.

Van wie kan bloedontvanger 0 bloed krijgen?

a)

Van iedereen

b)

Van 0

c)

Van A & B

d)

Van AB

4.

Wat is de juiste volgorde van de kleine bloedsomloop?

a)

Linkerkamer, longslagader, longen, longaders, rechterboezem.

b)

Rechterkamer, Longslagader, longen, longader, linkerboezem.

c)

Linkerboezem, longader, longen, longslagaders, rechterboezem

d)

Rechterboezem, longslagader, longen, longader, linkerkamer.

5.

Welke slagaders voorzien het hart van bloed?

a)

Aorta

b)

Poortader

c)

Longslagader

d)

Kransslagader

6.

Een slagader vervoert altijd zuurstofrijk bloed

a)

Onjuist

b)

Juist

7.

Wat is een kenmerk van witte bloedcellen?

a)

Geeft de rode kleur aan bloed

b)

Vervoert CO2

c)

Ruimt 'ziektes' op

d)

Zijn in groten getale in je bloed aanwezig

8.

Een ander woord voor Meiose is: reductiedeling

a)

Onjuist

b)

Juist

9.

De huid kan zonlicht omzetten naar vitamine B

a)

Onjuist

b)

Juist

10.

Van klein naar groot

a)

Cel, weefsel, orgaan, orgaanstelsel, organisme

b)

Cel, orgaan, orgaanstelsel, organisme

c)

Cel, weefsel, organisme, orgaan, orgaanstelsel

d)

Organisme, orgaanstelsel, orgaan, weefsel, cel

11.

Welke stellingen zijn juist?

Stelling 1: Ons lichaam produceert warmte door stofwisseling en beweging.

Stelling 2: 'S ochtends id onze temperatuur vaak wat lager dan 's avonds.

a)

Stelling 1

b)

Stelling 2

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

12.

Welke kenmerken zijn juist met betrekking tot mitochondriën?

a)

Verbranden eiwitten waarbij energie vrijkomt

b)

Eiwitten worden opgeslagen en vervoerd.

c)

Stroperige vloeistof waarin opgeloste stoffen zoals eiwitten in zitten.

d)

Een semi-doorlatende wand die voedingsstoffen kan doorlaten.

13.

Wat is een kenmerk van een slagader

a)

Bevat kleppen

b)

Bloed stroomt naar het hart toe.

c)

Hierin vind de uitwisseling van stoffen plaats.

d)

Dikke, elastische wand.

14.

Welke 5 hoofdgroepen weefsels onderscheiden we?

a)

Spierweefsel, Orgaanweefsel, hartweefsel, leverweefsel, dekweefsel

b)

Spierweefsel, zenuwweefsel, orgaanweefsel, bloedweefsel, botweefsel

c)

Spierweefsel, dekweefsel, steunweefsel, zenuwweefsel, transportweefsel

d)

Spierweefsel, transportweefsel, dekweefsel, zenuwweefsel, orgaanweefsel

15.

Welke stelling is onjuist?

Stelling 1: In de kiemlaag zitten levende cellen die zorgen voor vernieuwing en genezing.

Stelling 2: In de lederhuid liggen de uiteinden van bloedvaten en zenuwen.

a)

Alleen stelling 1

b)

Alleen stelling 2

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

16.

De diastolische fase van een hart is de ontspanningsfase.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Het verbranden van stoffen voor energie is een kenmerk voor alle levende organismen.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Bloedgroep B heeft antistof B

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Organen werken het beste als je lichaamstemperatuur hoger is dan 37,5

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

De cel is het kleinst, levende organisme

a)

Juist

b)

Onjuist