wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Chronic Kidney Disease (CKD) - Alex

Total questions: 25

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de meest correcte definitie voor chronische nierinsufficiëntie (CNI)?

a)

eGFR < 60 ml/min/1.73m2

b)

eGFR < 60 ml/min/1.73m2 gedurende > 3 maand met merkers van nierschade (ACR > 3 mg/mmol, hematurie, RBC casts in sediment, ionstoornissen, histologische afwijkingen op nierbiopsie, structurele afwijkingen op nierecho)

c)

eGFR < 60 ml/min/1.73m2 gedurende > 3 maand

d)

eGFR < 60 ml/min/1.73m2 gedurende > 3 maand en/of merkers van nierschade (ACR > 3 mg/mmol, hematurie, RBC casts in sediment, ionstoornissen, histologische afwijkingen op nierbiopsie, structurele afwijkingen op nierecho)

2.

Wanneer spreekt men over eindstadium nierfalen (ESRD)?

a)

eGFR < 10 ml/min

b)

eGFR < 15 ml/min

c)

eGFR < 20 ml/min

d)

eGFR < 30 ml/min

3.

Wat zijn de 3 meest frequente oorzaken van CNI?

a)

1. Congenitaal (30%), 2. Atherosclerose (30%), Diabetes (10-20%)

b)

1. Atherosclerose (30%), 2. AHT (30%), 3. Diabetes (10-20%)

c)

1. AHT (30%), 2. Diabetes (30%), 3. Glomerulonefritis (10-20%)

d)

1. Diabetes (30%), vasculitiden (30%), AHT (10-20%)

4.

Wat is de gemiddelde eGFR die men zal vinden bij een perfect gezonde persoon van 20 jaar?

a)

60 ml/min/1.73m2

b)

80 ml/min/1.73m2

c)

90 ml/min/1.73m2

d)

110 ml/min/1.73m2

5.

Wat is de gemiddelde eGFR die men zal vinden bij een perfect gezonde persoon van 70+ jaar?

a)

55 ml/min/1.73m2

b)

65 ml/min/1.73m2

c)

75 ml/min/1.73m2

d)

85 ml/min/1.73m2

6.

Wat zijn de metabole complicaties die je met progressie van de niersinsufficiëntie verwacht?

a)

HypoNa+, dehydratatie, hyperK+, jicht (urinezuur stijging), verlaagd serum ureum (BUN daling), hyperfosfatemie, hypocalcemie, metabole acidose, Vit. D deficiëntie, EPO deficiëntie (met normocytaire anemie).

b)

Hypo-Na+, hypoK+, jicht (urinezuur stijging), uremie/azotemie (BUN stijging), hypofosfatemie, hypercalcemie, metabole alkalose, Vit. D deficiëntie, EPO deficiëntie (met microcytaire anemie).

c)

Na+ en H2O retentie, oedemen, hypoK+, jicht (urinezuur stijging), uremie/azotemie (BUN stijging), hypofosfatemie, hypocalcemie, metabole alkalose, Vit. D deficiëntie, EPO deficiëntie (met macrocytaire anemie).

d)

Na+ en H2O retentie, oedemen, hyperK+, jicht (urinezuur stijging), uremie/azotemie (BUN stijging), hyperfosfatemie, hypocalcemie, metabole acidose, Vit. D deficiëntie, EPO deficiëntie (met normocytaire anemie).

7.

Voor welke aandoening is dit EKG kenmerkend?

a)

STEMI

b)

NON-STEMI

c)

HYPO-CALCEMIE

d)

HYPERKALIEMIE

8.

Vanaf welk stadium CNI wordt nierinsufficiëntie meestal symptomatisch?

a)

Stadium 2

(eGFR = 60 - 89ml/min/1.73m2)

b)

Stadium 3a

(eGFR = 45 - 59ml/min/1.73m2)

c)

Stadium 3b

(eGFR = 30 - 44ml/min/1.73m2)

d)

Stadium 4

(eGFR = 15 - 29ml/min/1.73m2)

9.

Wat is de meest frequente doodsoorzaak bij End Stage Renal Disease (ESRD)?

(= patiënten aan dialyse)

a)

Cardiovasculaire sterfte

b)

Ionstoornissen (hyperkalemia, hypocalcemia, hyponatremia)

c)

Uremisch syndroom (azotemia)

d)

Acuut nierfalen op chronisch nierfalen

10.

De NHG guideline CNI (2018) stelt de CKD-EPI als 1ste keus formule voor voor de schatting van de eGFR. Deze formule zal echter de eGFR onderschatten bij:

a)
b)
c)

Inname van trimethoprim, cotrimoxazol, cimetidine

d)

Inname van barbituraten, izoniazide, macroliden

11.

George, een nieuwe patiënt (56 jaar) die je van toeten noch blazen kent komt bij jou op consultatie voor een 'algemene check-up'. Hij voelt zich goed. Je stelt een eGFR = 45 ml/min/1.73m2 vast, en hebt geen eerdere eGFR waarden voorhanden. Wat is je aanpak?

a)

Je verwijst met spoed door naar een nefroloog

b)

Je vraagt een echo nier/blaas aan

c)

Je bepaalt opnieuw de eGFR + ACR (albumine/creatinine ratio) na 1 week (1ste ochtendurine)

d)

Je vraagt een urinesediment aan

12.

Yasmine, een jonge vrouw (27 jaar) die zich de laatste tijd moe voelt, komt voor een check-up. Soms heeft ze steken in de flanken. Ze heeft ook twee maal bloed in haar urine gezien buiten de periode van de menses, en sinds gisteren zijn haar handen en voeten een beetje gezwollen. Je stelt een eGFR = 29 ml/min/1.73m2 vast, en hebt geen eerdere eGFR waarden voorhanden. Wat is je aanpak?

a)

Je verwijst met spoed door naar een nefroloog

b)

Je vraagt een echo nier/blaas aan

c)

Je bepaalt opnieuw de eGFR + ACR (albumine/creatinine ratio) na 1 week (1ste ochtendurine)

d)

Je vraagt een urine sediment aan

13.

Je hebt net CNI gediagnosticeerd bij je patiënt Guillaume (65 jaar) door middel van twee bepalingen van eGFR (< 45 ml/min/1.73m2) + ACR op een 1ste ochtendurine, met drie maand tussentijd. Je hebt intussen ook infecties uitgesloten, je patiënt neemt geen nefrotoxische medicatie, en heeft geen AHT of diabetes. Hij verkeert in een goede klinische conditie. Wat doe je nu?

a)

Je verwijst door naar de nefroloog want je ziet het niet meer zitten

b)

Je doet niets en zegt aan Guillaume dat CNI een chronisch progressief beloop kent, waardoor regelmatige eGFR controles aangewezen zijn

c)

Je vraagt een echo nier/blaas aan

d)

Je vraagt een urinesediment + lipiden profiel aan

14.

Wat zijn risicofactoren voor de ontwikkeling van CNI?

a)

Leeftijd, magere gestalte, AHT, cardiovasculaire ziekte, Caucasisch ras, 1ste graad familielid met CNI, abnormale nierstructuur op echo, hoog geboortegewicht, frequent gebruik van nefrotoxines (medicatie, alcohol, roken)

b)

Leeftijd, obesitas, AHT, diabetes, cardiovasculaire ziekte, Blacks/afro-americans/native americans/aziaten, 1ste graad familielid met CNI, abnormale nierstructuur op echo, hoog geboortegewicht, frequent gebruik van nefrotoxines (medicatie, alcohol, roken)

c)

Leeftijd, AHT, diabetes, cardiovasculaire ziekte, Blacks/afro-americans/native americans/aziaten, abnormale nierstructuur op echo, hoog geboortegewicht, frequent gebruik van nefrotoxines (medicatie, alcohol, roken)

d)

Leeftijd, obesitas, AHT, diabetes, cardiovasculaire ziekte, Blacks/afro-americans/native americans/aziaten, 1ste graad familielid met CNI, abnormale nierstructuur op echo, laag geboortegewicht, frequent gebruik van nefrotoxines (medicatie, alcohol, roken)

15.

De NHG guideline CNI (2018) beveelt aan om bij repetitieve vaststelling van een eGFR 45 - 60 ml/min/1.73m2 bij een patiënt zonder diabetes/ AHT en zonder tekens van nierschade (geen albuminurie, normaal sediment) een nieuwe eGFR schatting te overwegen via nystatine C bepaling. Hoeveel percent van deze patiëntengroep zal dan een normale klaring vertonen (en dus geen CNI) hebben?

a)

10%

b)

20%

c)

33%

d)

50%

16.

Welke patiënten kunnen in beheer van de huisarts blijven, zonder noodzakelijke doorverwijzing naar de nefroloog?

a)

Asymptomatische patiënten met een eGFR \ge  30 ml/min/1.73m2 + ACR < 3 mg/mmol (normale albuminurie)

b)

Asymptomatische patiënten met een eGFR <<  30 ml/min/1.73m2 + ACR < 3 mg/mmol (normale albuminurie)

c)

Asymptomatische patiënten met een eGFR \ge  45 ml/min/1.73m2 + ACR 3 - 30 mg/mmol (matige albuminurie)

d)

Asymptomatische patiënten met een eGFR \ge  45 ml/min/1.73m2 + ACR \ge  30 mg/mmol (ernstige albuminurie)

e)

A

17.

Welke vaccins worden aanbevolen bij iemand met CNI met een eGFR 45 ml/min?

a)

Griepvaccin

b)

Tetanus/dift/pert

c)

HBV

d)

Pneumokokken

18.

Welke niet-medicamenteuze maatregelen raad je aan bij iemand met CNI

(met een eGFR > 30 ml/min)?

a)

1. Gewicht verliezen, liefst BMI < 20, 2. rookstop, 3. Minstens 1 uur sport/dag, 4. zoutvrij dieet, 5. geen eiwitbeperkend dieet

b)

1. Normaal BMI 20-25 nastreven, 2. rookstop, 3. Minstens 1 uur sport/dag, 4. zoutvrij dieet, 5. geen eiwitbeperkend dieet

c)

1. Normaal BMI 20-25 nastreven, 2. rookstop, 3. gezond bewegen, 4. zoutvrij dieet, 5. eiwitbeperkend dieet

d)

1. Normaal BMI 20-25 nastreven, 2. rookstop, 3. gezond bewegen, 4. zoutbeperkend dieet (max. 6g NaCl/dag), 5. geen eiwitbeperkend dieet

19.

Bij wie raad je wel een eiwitbeperkend dieet aan?

(onder begeleiding van een diëtist)

a)

eGFR < 60 ml/min/1.73m2

b)

eGFR < 45 ml/min/1.73m2

c)

eGFR < 30 ml/min/1.73m2

d)

eGFR < 15 ml/min/1.73m2

20.

Jouw patiënt Paul, gekend met CNI en hartfalen, heeft uren liggen bakken in de zon op het strand van Blankenberge, en is nu flink gedehydrateerd. Hij heeft milde verhoging, ziet rood als een kreeft, voelt zich niet zo lekker, en heeft hoofdpijn. Tegen zijn hoofdpijn heeft hij een ibuprofen genomen, het gaat al iets beter nu. Voor zijn hart neemt hij een thiazide en een ACE-I. Wat doe je bij deze patiënt?

a)

1. K.O. en parameters, 2. Bloedname met bepaling van eGFR, K+ en Na+, 3. Stop NSAID, stop diuretica, halveer ACE-I

b)

1. K.O. en parameters, 2. Bloedname met bepaling van eGFR, K+ en Na+, 3. NSAID zo nodig bij hoofdpijn, stop diuretica, halveer ACE-I

c)

1. K.O. en parameters, 2. Bloedname met bepaling van eGFR, K+ en Na+, 3. Stop NSAID, halveer diuretica, halveer ACE-I

d)

1. K.O. en parameters, 2. Bloedname met bepaling van eGFR, K+ en Na+, 3. Stop NSAID, halveer diuretica, stop ACE-I

21.

Met welke factor mag je de SCORE bij de cardiovasculaire risicobepaling vermenigvuldigen bij iemand met CNI?

a)

X 1

b)

X 1.5

c)

X 2

d)

X 3

22.

Bij wie bestaat er een indicatie voor de opstart van een ACE-I?

a)

CNI risico categorie oranje/rood + BD > 130/80 mmHg

b)

CNI risico categorie geel + verhoogd risico bij (SCORE x 1.5) + BD > 130/80 mmHg

c)

Matige albuminurie (ACR > 3 mg/mmol)

d)

Ernstige albuminurie (ACR > 30 mg/mmol)

23.

Hoe frequent wens je je patiënt met CNI minimaal terug te zien op consultatie voor een routine controle?

a)

1 x/ jaar

b)

2 x/ jaar

c)

4 x/ jaar

d)

1 x/ maand want je hebt aandelen in het laboratorium

24.

Danielle (67 jaar) is al een tijdje bij jou in opvolging omwille van hypertensie en CNI (eGFR 35 ml/min/1.73m2 + ACR 20 mg/mmol -> CNI risicogroep ROOD). Ze neemt correct haar ACE-I in en hiermee is haar bloeddruk onder controle. Ze verkiest maar 1x/jaar langs te komen omdat ze zich eigenlijk goed voelt. Waar moet je aandacht voor hebben?

a)

Bepaling K+ en Na+ minimaal 1x/jaar

b)

Bepaling eGFR + ACR 2x/jaar

c)

Navraag inname nefrotoxische medicatie (NSAID, lithium e.d.), bijwerkingen ACE-I

d)

Bepaling K+, fosfaat, calcium, Hb 2-4x/jaar

e)

Bepaling PTH + Vit. D jaarlijks

25.

Wanneer spreekt men over acuut nierfalen (AKI)?

a)

Serum creatinine stijging met \ge  26.5 micromol/L (0.3mg/dL) binnen 48u

b)

eGFR daling > 10% binnen 72u

c)

Serum creatinine stijging > 50% binnen 1 week

d)

Urinaire output (UO) < 0.5 ml/kg/h gedurende > 6 uur