Font size
Worksheets3L week kerst H1,2,3 1BK
Total questions: 65
Worksheet time: 37mins
Als je een tekst zoekend leest, kijk je naar:
anders gedrukte woorden
tussenkopjes
geeft antwoord op de vraag: waarover gaat deze tekst?
opvallende tekens
je leest de eerste alinea
In de volgende zin zijn de voorbeelden onderstreept. Noteer het woord waar het voorbeelden van zijn.
Er zijn veel verschillende soorten balsporten. Bijvoorbeeld: handbal, volleybal en tennis.
(a)
wat betekent het woord:
Enorm
misschien
denken dat het zo zal zijn
heel groot, heel erg, heel veel
heel klein
wat betekent het woord:
waarschijnlijk
zeker weten
denken dat het zo zal zijn
heel groot, heel erg, heel veel
heel klein
Wat betekent de volgende uitdrukking:
Hij praat aan de lopende band.
Hij wist niet hoe hij moest reageren
Hij werkt erg hard
Hij praat aan een stuk door
Hij zegt maar wat
In de volgende zin zijn de voorbeelden onderstreept. Waar zijn het voorbeelden van?
Er zijn veel lieve kinderen op school, zoals: Nino, Hodan, Tess en Luca.
Nino, Hodan, Tess en Luca.
Lieve kinderen op school
Millan droomt dat hij een top-voetballer is.
Wat is het onderwerp ?
Millan
droomt
dat hij
een topvoetballer is
In onze tuin staat een grote stenen tafel.
Wat is het onderwerp ?
In onze tuin
staat
een grote stenen tafel
Camille slaapt in een kamertje in de toren.
Wat is het onderwerp ?
Camille
slaapt
in een kamertje
in de toren
De oma van Jens houdt van schaatsen.
Wat is het onderwerp ?
De oma van Jens
houdt
van schaatsen
Er staan elf jongens op het voetbalveld.
Wat is het onderwerp ?
Er
elf jongens
op het voetbalveld
staan
De meester legt de oefeningen goed uit.
Wat is het onderwerp ?
De meester
legt
de oefening
goed uit
Soms steekt dat kleine meisje haar tong uit.
Wat is het onderwerp ?
Soms
steekt
dat kleine meisje
haar tong
uit
De kindjes van 3B spelen veel met de bal.
Wat is het onderwerp ?
De kindjes van 3B
spelen
veel
met de bal
In het tweede leerjaar leerden wij de tafels.
Wat is het onderwerp ?
In het tweede leerjaar
leerden
wij
de tafels
Deze zin staat in...
Wat is de pv: Mijn vader viert zijn verjaardag morgen.
Mijn vader
viert
zijn
morgen
Wat is de pv: Wat is jouw naam?
Wat
is
jouw
naam
Wat is de pv: Hebben jullie veel pepernoten gegeten?
Hebben
jullie
pepernoten
gegeten
Wat is de pv: Ik help jou altijd op vrijdag.
Ik
help
jou
op vrijdag
Wat is de pv: Ze hebben de fiets niet binnen gezet
hebben
gezet
Ze
de fiets
Wat is de pv: Ik doe altijd mijn best tijdens toetsen.
mijn best
toetsen
doe
Ik
Wat is de pv: Ga jij de honden nog uitlaten vandaag?
de honden
vandaag
nog
Ga
Hoe vind je het onderwerp?
Wie/wat+...
(a)
De persoonsvorm vind je door de zin vragend te maken. Dit noem je de...
tijdproef
vraagproef
Maak de zin vragend:
Paul en Jan hebben al heel lang geen voetbal meer gespeeld.
(a)
Wat is de ik-vorm?
Dat is de hoofdpersoon in een verhaal.
Dat is het woord dat achter 'ik' staat in een zin.
Dat is het werkwoord dat achter 'ik' kan staan in een zin in de tegenwoordige tijd.
Dat is de stam van een werkwoord.
Dat is het werkwoord dat voor 'ik' kan staan in een zin in de tegenwoordige tijd.
In welke zin is de ik-vorm juist geschreven?
Ik wedt dat hij morgen ziek thuis is!
Hij loopt sneller dan de rest van zijn klas naar het lokaal.
Mijn vader is de beste!
Ik verbied mijn broertje mijn kamer binnen te komen!
Waarop eindigt de ik-vorm nooit?
op een v
op een k
op een z
op een t
De ik-vorm eindigt nooit op twee dezelfde medeklinkers.
Waar
Niet waar
Een werkwoord kan alleen in de ik-vorm staan als er een 'ik' in de zin staat.
Waar
Niet waar
Wat is de ik-vorm van lopen?
(a)
Wat is de ik-vorm van wonen?
(a)
Wat is de ik-vorm van praten? (Denk aan wonen)
(a)
Wat is de ik-vorm van lezen?
(a)
Wat is de ik-vorm van kiezen? (Denk aan lezen)
(a)
Wat is de ik-vorm van fietsen?
(a)
Wat is de ik-vorm van raken?
(a)
Wat is de ik-vorm van lopen?
(a)
Hij ... (kunnen) heel goed voetballen.
kan
kunnen
Hij ... (zijn) een leuke jongen.
zijn
is
ben
bent
Wij ... (hebben) drie honden.
hebben
heb
hebt
Zij ... (willen) naar de zee rijden.
wil
willen
Ik ... (zullen) zal blij zijn als ik naar school mag.
zal
zullen
Mevrouw Jozefien ... (zijn) thuis.
ben
bent
is
zijn
Op woensdag ... (kunnen) wij 10 kilometer lopen.
kunnen
kan
' S morgens ... (zijn) ik nooit moe.
zijn
is
bent
ben
... (hebben) hij honger?
Heb
Hebt
Hebben
Heeft
In welke zin is het werkwoord lezen niet als persoonsvorm gebruikt?
A. Ik heb dat boek gelezen.
B. Ik lees dat boek.
Zin A
Zin B
Een tekst bestaat meestal uit:
begin, vervolg, eind
inleiding, middenstuk, slot
anekdote, deelonderwerp, conclusie
voorbeeld, kern, eind
Waar staat de bron van een tekst?
Bovenaan naast de titel
Onderaan de tekst
Dat staat nooit bij de tekst
Wat is de bron van de tekst?
rood met witte strepen
www.artsenzondergrenzen.nl
Artsen zonder Grenzen
Tekst 1
Waar de tekst over gaat is:
de hoofdgedachte
het thema
het onderwerp
de titel
Ik denk dat ik een voldoende ga halen voor de toets.
Zeker weten!
Misschien...
Nee, echt niet.
De bron van de tekst geeft informatie over
de schrijver van de tekst
de herkomst van de tekst
de plaatsingsdatum ofwel actualiteit
al het bovenstaande staat in de bron
Maak de zin af. De persoonsvorm is altijd...
een woord
een werkwoord
een persoon
een zelfstandig naamwoord
De persoonsvorm heeft een soort relatie met...
een lidwoord
Anja
een zelfstandig naamwoord
het onderwerp
Maak de zin af: Als het onderwerp enkelvoud is,
dan is de persoonsvorm ook enkelvoud
dan is de persoonsvorm meervoud
De persoonsvorm vind je via de vraagproef. Wat is dat?
Maak de zin vragend en kies dan het eerste woord.
Maak de zin vragend en kies dan de eerste persoon.
Maak de zin vragend en kies dan het eerste werkwoord.
