wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

facilitaire dienst Catering en Inrichting

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Bij welk begrip hoort de volgende omschrijving.

Het warm houden of gaar laten worden van voedsel in een waterbad.

a)

Au bain-marie

b)

Koken

c)

Stomen

d)

Verwarmen

2.

Groene zeep is een natuurlijk of een Synthetisch reinigingsmiddel

a)

Natuurlijk

b)

Synthetisch

c)

Geen van beide

d)

Afhankelijk van het merk

3.

Je gaat strijken en opvouwen.

Wat is geen platgoed?

a)

Zakdoeken

b)

Handdoeken

c)

Servetten

d)

Keukenschorten

4.

Waar houd je geen rekening mee tijdens het bepalen van de hoeveelheid wasmiddel tijdens het wassen van kleding?

a)

De hardheid van het water.

b)

Het merk wasmachine

c)

De warmte van de omgeving.

d)

De vuilgrqad van de was.

5.

Welk woord ontbreekt in deze zin.

De huid is witgrijs of zwart en de zenuwen zijn verbrand. Er is sprake van

een ...........................brandwond

a)

Eerstegraads

b)

Tweedegraads

c)

Derde graads

d)

Geen van deze antwoordenm

6.

Je werkt als receptioniste op een scholengemeenschap. Er komt een man bij je aan de balie. Hij zegt tegen je dat hij een afspraak met Tom Dekker heeft , de mentor van zijn zoon.

Wat is een goede zin die je tegen de meneer zegt?

a)

Dag, fijn dat u er bent. Heeft u het makkelijk kunnen vinden? Als u even wacht, bel ik meneer Dekker.

b)

Ga maar vast zitten, dan zal ik zo meneer Dekker voor je bellen.

c)

Goedendag, neemt u maar even plaats. Ik zal meneer Dekker laten weten dat u er bent.

d)

Hallo, heb je een moment? Ik bel meneer Dekker op

7.

Welke naaam wordt gebruikt in het internationale telefoonalfabet voor het spellen van de letter B.

a)

Barcelona

b)

Baltimore

c)

Berlijn

d)

Brussel

8.

Welke naam wordt gebruikt in het Nederlandse telefoonalfabet voor het spellen van de letter T ?

a)

Teun

b)

Theodoor

c)

Tijmen

d)

Tommie

9.

Oude en kapotte producten kun je inleveren. Deze worden gerecycled of hergebruikt. Bij hergebruik wordt een voorwerp opnieuw gebruikt, al dan niet voor een ander doel. Bij recycling wordt een afvalstof omgezet in een nieuw product.

Welke zinnen kloppen.

a)

Oud papier wordt gerecycled.

Gft wordt hergebruikt

b)

Oud papier wordt gerecycled.

Gft wordt gerecycled

c)

Oud papier wordt hergebruikt

Gft wordt gerecycled

d)

Oud papier wordt hergebruikt.

Gft wordt hergebruikt

10.

Welk soort schoonmaakmiddel zorgt ervoor dat de meeste micro-organismen doodgaan ?

a)

Desinfectiemiddel

b)

Onderhoudsmiddel

c)

Oplosmiddel

d)

Reinigingsmiddel

11.

Welk soort schoonmaakmiddel zorgt ervoor dat de linoleum vloer langer meegaat?

a)

Desinfectiemiddel

b)

Onderhoudsmiddel

c)

Oplosmiddel

d)

Reinigingsmiddel

12.

Wat zijn de schoonmaakregels?

1. Werk van schoon naar vuil.

2. Werk van buiten naar binnen

3.Werk van hoog naar laag

a)

Al deze regels kloppen.

b)

Geen van deze regels kloppen.

c)

Regel 1 klopt de rest niet

d)

Regel 1 klopt niet de rest wel.

13.

Op het etiket van je kleding staat dit symbool, Wat betekent dit?

a)

Strijken op hoge temperatuur,

b)

Trommeldrogen

c)

Bleken

d)

Handwas

14.

Een waterbesparende douchekop verbruikt 7 liter per minuut.

Een gewone douchekop gebruikt 11 liter per minuut.

Per dag sta je 10 minuten onder de douche. Hoeveel liter water kan je besparen met een waterbesparende douchekop?

a)

2 liter

b)

20 liter

c)

4 liter

d)

40 liter

15.

Lees goed de volgende omschrijving:

Een besmetting door bacteriën van voedsel via een rauw product of via besmet keukenmateriaal.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving?

a)

Herbesmetting

b)

Kruisbesmetting

c)

Nabesmetting

d)

Voorbesmetting

16.

In de keuken gebruik je verschillende kleuren snijplanken om besmetting te voorkomen, Welke kleur gebruik je voor Vis, schaal- en schelpdieren?

a)

Bruin

b)

Rood

c)

Blauw

d)

Wit

17.

Je werkt in een restaurant. Kinderen kunnen er een pannenkoek naturel bestellen. Een klant vraagt welke allergenen er in de pannenkoek zitten. Welk allergeen zit in de pannenkoek?

a)

Soja

b)

Gluten

c)

Noten

d)

Pinda

18.

Een klant heeft een pinda-allergie. Het dagmenu in een restaurant is nasi met ei, kroepoek en satésaus.

Wat mag de klant daar niet van eten?

a)

Ei

b)

Kroepoek

c)

Nasi

d)

Satésaus

19.

Welk woord ontbreekt?

Zodra Hendrik noten of producten met noten eet, krijgt hij heftige buikpijn. De buikpijn verdwijnt zodra hij stopt met het eten van deze producten.

Hendrik heeft een noten.......................

a)

intolerantie

b)

Allergie

c)

Geen van beide

d)

Afhankelijk van de soort noten

20.

Welke bereidingstechniek hoort bij de volgende omschrijving.

Gerechten gaar maken door deze in een open pan met hete olie of heet vet onder te dompelen.

a)

Grilleren

b)

Koken

c)

Frituren

d)

Smoren

21.
Het in Blokjes snijden van je garnituur zoals aardappel of wortel noemen we ?
a)
Brunoise
b)
Chinoise
c)
Julienne
d)
En des
22.
Het in reepjes snijden van je garnituur zoals aardappel of wortel noemen we ?
a)
Brunoise
b)
Chinoise
c)
Julienne
d)
En des
23.

Dit is een ...

a)

Draadspaan

b)

Spatel

c)

Garde

d)

Klopper

24.

Wat is een richtlijn voor persoonlijke verzorging?

a)

Gebruik opvallende make-up.

b)

Gebruik veel parfum.

c)

Werk je nagellak achter de balie bij.

d)

Zorg voor korte en verzorgde nagels.

25.

Welke secretarieel medewerker heeft ongepaste kleding voor haar functie aan?

a)

Medewerkster A

b)

Medewerkster B

c)

Medewerkster C

d)

Medewerkster D