wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spijsvertering

Total questions: 25

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Deze stoffen geven energie.

a)

Bouwstoffen

b)

Beschermingsstoffen

c)

Brandstoffen

2.

Deze stoffen zorgen dat je kan groeien.

a)

Bouwstoffen

b)

Beschermingsstoffen

c)

Brandstoffen

3.

Deze stoffen beschermen tegen ziektes.

a)

Bouwstoffen

b)

Beschermingsstoffen

c)

Brandstoffen

4.

Een appel is een ...

a)

Bouwstof

b)

Voedingsmiddel

c)

Voedingsstof

d)

Beschermingsstof

5.

Een vitamine is een ...

a)

Bouwstof

b)

Voedingsmiddel

c)

Voedingsstof

d)

Brandstof

6.

Dit orgaan maakt een hele toer in je buik en haalt water uit etensresten.

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Blinde darm

7.

Dit orgaan kan uitzetten en inkrimpen om voedsel te verkleinen en verteren.

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Blinde darm

8.

Dit orgaan is 8 meter lang en verwijderen niet-verteerbare voedselresten.

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Blinde darm

9.

Welk orgaan is aangeduid met een blauwe bol?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Lever

10.

Welk orgaan is aangeduid met een blauwe bol?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Lever

11.

Welk orgaan is aangeduid met een blauwe bol?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Lever

12.

Welk orgaan is aangeduid met een blauwe bol?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Lever

13.

Welk orgaan is aangeduid met een blauwe bol?

a)

Slokdarm

b)

Blinde darm

c)

Aars

d)

Mond

14.

Welk orgaan is aangeduid met een blauwe bol?

a)

Slokdarm

b)

Blinde darm

c)

Aars

d)

Mond

15.

Welk orgaan is aangeduid met een blauwe bol?

a)

Slokdarm

b)

Blinde darm

c)

Aars

d)

Mond

16.

Welk orgaan is aangeduid met een blauwe bol?

a)

Slokdarm

b)

Blinde darm

c)

Aars

d)

Mond

17.

Welke soort stof zijn eiwitten en water?

(a)  

18.

Welke soort stof zijn vitamines en mineralen?

(a)  

19.

Welke soort stof zijn koolhydraten en vetten?

(a)  

20.

Welk orgaan is dit?

(a)  

21.

Geef een voorbeeld van een beschermingsstof.

(a)  

22.

Geef een voorbeeld van een bouwstof.

(a)  

23.

Geef een voorbeeld van een brandstof.

(a)  

24.

Welk orgaan is dit?

(a)  

25.

Welk orgaan is dit?

(a)