wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K4 Thema 5 Gaswisseling

Total questions: 77

Worksheet time: 42mins

Name
Class
Date
1.
In de afbeelding zie je in het geel
a)
longen
b)
kieuwen
c)
nieren
d)
geen van de drie
2.
In de lucht die we uitademen zit
a)
meer zuurstof
b)
meer koolstofdioxide
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
3.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

4.

Welke letter geeft de luchtpijp aan?

a)

J

b)

K

5.

In de afbeelding is een deel van de wand van de luchtwegen te zien. Wat is de functie van R?

a)

De ingeademde lucht keuren

b)

Ingeademde stofdeeltjes keuren

c)

Slijm produceren

d)

Slijm verplaatsen naar de keelholte

6.

In de afbeelding zie je de wand van de luchtwegen. Wat is de naam van onderdeel R?

a)

Slijm producerende cellen

b)

Trilhaarcellen

c)

Neusharen

d)

Reukzintuig

7.

Het opnemen van zuurstof en het afgeven van koolstofdioxide noem je ?

a)

Gaswisseling

b)

Stofwisseling

c)

Fotosynthese

8.

Welke functie heeft de huig?

a)

De huig sluit tijdens het ademhalen de neusholte af.

b)

De huig sluit tijdens het slikken de luchtpijp af

c)

De huig sluit tijdens het slikken de neusholte af

9.

Afbeelding 1 is een schematische tekening van een doorsnede van het hoofd. In afbeelding 2 is een stukje weefsel getekend dat de binnenwand van de luchtwegen bedekt.

Op welke van de genummerde plaatsen komt het weefsel voor?

a)

Alleen op plaats 4

b)

op de plaatsen 1 en 2

c)

op de plaatsen 1 en 4

d)

op de plaatsen 1, 3 en 4

10.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht droger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht schoner wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
11.
Welke weg ,legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?Wat is het juiste antwoord?
a)
Neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie
b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
12.

Het opnemen van zuurstof en het afgeven van koolstofdioxide noem je ?

a)

Gaswisseling

b)

Stofwisseling

c)

Fotosynthese

13.

Je ziet een schematische tekening van enkele longblaasjes met longhaarvaten. Drie plaatsen zijn aangegeven met P, Q en R. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.

Op welke plaats is het koolstofdioxidegehalte het hoogst?

a)

op plaats P

b)

op plaats Q

c)

op plaats R

14.

wat zie je hier

a)

de longblaasjes

b)

de luchtpijp

c)

de bronchien

d)

de luchtpijptakjes

15.

Hoe krijg je vuil uit de longen?

a)

vuil plakt aan slijm en wordt door trilhaarcellen naar de keelholte gebracht

b)

vuil plakt aan slijm en dat snuit je uit je neus

c)

vuil plakt aan haren en die scheer je weg

d)

vuil komt in de longblaasjes en gaan daar het bloed in

16.

In welk orgaan vindt ademhaling plaats?

a)
b)
c)
d)
17.

Benoem cijfertje 1.

a)

Longblaasjes

b)

Luchtpijp

c)

Longtak

d)

Longhaarvaten

18.

Nummer 3 op de afbeelding is een ...

a)

longtak

b)

longtrechtertje

c)

longblaasje

d)

haarvaten

e)

luchtpijptak

19.

Nummer 2 op de afbeelding is ...

a)

de luchtpijp

b)

de slokdarm

c)

een luchtpijptak

d)

een longbuis

e)

een longblaasje

20.

Nummer 4 op de afbeelding is ...

a)

de linkerlong

b)

de rechterlong

c)

de lever

d)

het hart

e)

de maag

21.

Wat is de naam van het orgaan bij de pijl?

a)

keelholte

b)

mondholte

c)

neusholte

22.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

ze een heel groot oppervlakte samen hebben

b)

ze een dikke wand hebben

c)

ze makkelijk glucose kunnen uitwisselen

d)

ze makkelijk water kunnen uitwisselen

23.

Het precentage stikstof wat je in en uitademt is gelijk

a)

waar

b)

niet waar

24.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

25.

Welk gas wordt er opgenomen in de longblaasjes?

a)

Stikstof

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

26.

Bloed dat naar de longblaasjes toestroomt is ...

a)

Zuurstofarm

b)

Zuurstofrijk

c)

Het is gewoon bloed

27.

In de bronchiën vindt gaswisseling plaats

a)

waar

b)

niet waar

28.

Zit de luchtpijp voor of achter de slokdarm?

a)

voor

b)

achter

29.

Welke spieren spelen een grote rol bij de buikademhaling?

a)

Tussenribspieren

b)

Borstspieren

c)

Middenrif

d)

Buikspieren

30.

Welke spieren beïnvloeden de borstademhaling?

a)

Tussenribspieren

b)

Borstspieren

c)

Middenrif

d)

Buikspieren

31.

Bij de ademhaling ontspannen tussenribspieren en het middenrif. Wat gebeurt er hierdoor?

a)

Borstkas wordt groter (= inademen)

b)

Borstkas wordt groter (= uitademen)

c)

Borstkas wordt kleiner (= inademen)

d)

Borstkas wordt kleiner (= uitademen)

32.

Bij de inademing gaan de ribben en het middenrif omhoog?

a)

Waar

b)

Niet waar

33.

Bij de borstademhaling gebruik je de:

a)

Tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

Buikspieren

d)

Spieren bij het sleutelbeen

34.

Bij de buikademhaling gebruik je de:

a)

Tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

Buikspieren

d)

Spieren bij het sleutelbeen

35.

Wat is de juiste volgorde bij buikademhaling?

a)

Lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter - middenrif naar beneden

b)

middenrif naar beneden - lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter

c)

middenrif naar beneden - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

d)

binnenste tussenribspieren trekken samen - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

36.

Wat is de juiste volgorde bij borstademhaling?

a)

Lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter - middenrif naar beneden

b)

binnenste tussenribspieren trekken samen - lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter

c)

middenrif naar beneden - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

d)

binnenste tussenribspieren trekken samen - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

37.

Als je uitademt, dan gaan je ribben....

a)

naar beneden

b)

naar boven

38.

Welke organen behoren tot het ademhalingstelsel?

a)

longen

b)

bloedvaten

c)

mondholte

d)

luchtpijp

e)

zenuwen

39.

Als je uitademt, dan gaat je middenrif

a)

omhoog

b)

omlaag

40.

De ribben gaan omhoog en omlaag. Welk soort ademhaling is dit?

a)

borstademhaling

b)

buikademhaling

41.

Het middenrif ontspant en spant aan. Welk soort ademhaling is dit?

a)

borstademhaling

b)

buikademhaling

42.

In welke volgorde komt lucht de longen binnen?

a)

keelholte - luchtpijp - middenrif - luchtpijptakken - longblaasjes

b)

neusholte - luchtpijp - bronchien - longblaasjes

c)

neusholte - bronchien - luchtpijp - longblaasjes

d)

keelholte - middenrif - luchtpijp - luchtpijptak - longblaasjes

43.

De ribben gaan omlaag, het middenrif beweegt niet. Dit is de

a)

buikademhaling

b)

borstademhaling

44.
In de animatie zie je 
a)
de buik- of middenrifademhaling
b)
de borstademhaling
c)
allebei
d)
geen van beide
45.

COPD is een verzamelnaam voor twee aandoeningen.

Welke aandoeningen worden aangeduid met COPD?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

longemfyseem

46.

Jeroen heeft soms een aanval van ernstige benauwdheid. Hij heeft dit vooral als er huisdieren in de buurt zijn. Na een tijdje gaat de benauwdheid over en kan hij weer normaal ademhalen.

Van welke aandoening heeft Jeroen waarschijnlijk last?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

Hooikoorts

d)

Longemfyseem

47.

Bij een astma-aanval worden de luchtwegen nauwer. Daarom moeten mensen met astma bij een astma-aanval medicijnen gebruiken.

Bij welke manier van toedienen zal het medicijn het snelst werken?

a)

Bij het inslikken van de pil

b)

bij injecteren

c)

bij innemen met een inhalator

48.

Als je stopt met roken, kunnen je longen zich herstellen.

a)

Waar

b)

Niet waar

49.
Bronchitis is meestal een ontsteking bij letter
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
50.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
51.

Wat is 'long emfyseem'?

a)

Slappe en verwijde longblaasjes bij COPD

b)

Schade aan het strottenhoofd bij COPD

c)

Schade aan de keelholte

52.

COPD bestaat uit chronische bronchitis en longemfyseem.

a)

Antwoord is juist

b)

Antwoord is niet juist

53.

Hooikoorts is eveneens een longaandoening. De stelling hierbij: iedereen heeft altijd in de maand mei last van hooikoorts. Is dit waar of niet waar en waarom wel of niet.

a)

waar, in de maand mei zit er stuifmeel in de lucht

b)

waar, alleen in de maand mei zit er stuifmeel in de lucht

c)

niet waar, in alle maanden zit er stuifmeel in de lucht

d)

niet waar, mensen zijn gevoelig voor een bepaald type stuifmeel, dit kan vrijkomen op verschillende momenten van het jaar

54.

Door een astma-aanval kan

a)

er minder lucht door de bronchiën

b)

er meer lucht door de bronchiën

c)

er net zoveel lucht door de bronchiën als eerst

55.

Een hooikoorts-patiënt reageert op

a)

stuifmeel van insectenbloemen

b)

stuifmeel van windbloemen

c)

de geur van insectenbloemen

d)

de geur van windbloemen

56.

Voor mensen met een allergie kunnen stuifmeel en

voedingsmiddelen gevaarlijk zijn.

a)

Juist

b)

Fout

57.

Wat zijn symptonen van een allergische reactie?

a)

Rode vlekken op huid

b)

Veel slijm aanmaken

c)

Opgezwollen ogen

d)

COPD krijgen

e)

Overgeven

58.

In de afbeelding zie je de onderste helft van de bek en de kieuwholten van een vis.

Met welk nummer worden de kieuwplaatjes aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

59.

Een snoek is een roofvis die in helder, zoet water leeft. Op een bepaald moment is bij een snoek de bek gesloten en zijn de kieuwdeksels geopend. Op dat moment wordt er water naar …...

a)

buiten geperst

b)

binnen geperst

60.

In slootwater leven onder andere klokdiertjes, muggenlarven en pantoffeldiertjes (zie afbeelding 1, 2 en 3).

Bij welke twee van deze diertjes vindt gaswisseling via het celmembraan plaats?

a)

klokdiertjes en pantoffeldiertjes

b)

muggenlarve en klokdiertjes

c)

pantoffeldiertjes en muggenlarve

61.

In de afbeelding zijn vier typen longen schematisch weergegeven.

Welke long is afkomstig van een zoogdier?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

62.

Op de bodem van een diepe vijver kan een kikker goed overwinteren. De temperatuur wordt daar nooit lager dan 0 °C.

Met welk orgaan zal de kikker tijdens de winter ademhalen?

a)

Alleen met de huid

b)

alleen met de longen

c)

met de huid en longen

63.

In de afbeelding zie je een deel van het ademhalingsstelsel van een insect. Wat is de naam van onderdeel 3?

(a)  

64.

Een stekelbaarsje is een kleine vis die je in sloten kunt tegenkomen. Als bij een stekelbaarsje de bek gesloten is en de kieuwdeksels geopend zijn, wordt er water naar buiten geperst.

Is dat water zuurstofarm of zuurstofrijk?

a)

zuurstofarm

b)

zuurstofrijk

65.

Een muggenlarve leeft in het water en heeft een adembuis waarmee lucht kan worden opgenomen. Via deze adembuis gaat de lucht naar het ademhalingsorgaan.

Welk ademhalingsorgaan heeft een muggenlarve?

a)

Celmembraan

b)

Kieuwen

c)

Tracheeën

66.
Zoogdieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
67.

Hoe heten de openingen aan de zijkant van het achterlijf van een rups?

a)

Tracheeën

b)

Stigma's

68.

Bij vissen zijn bij inademing:

a)

de bek open en de kieuwdeksels open

b)

de bek open en de kieuwdeksels dicht

c)

de bek dicht en de kieuwdeksels dicht

d)

de bek dicht en de kieuwdeksels open

69.
Insecten halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
70.
Eencellige dieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
71.
Reptielen halen adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
72.
Volwassen amfibieën halen adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
73.
Jonge amfibieën halen adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
74.
De vogel die hier zwemt haalt adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
75.
In de afbeelding zie je achter de ogen:
a)
longen
b)
kieuwen
c)
tracheeën
d)
geen van de drie
76.
In de afbeelding zie je schematisch getekend: 
a)
longen
b)
kieuwen
c)
tracheeën
d)
geen van de drie
77.
Deze afbeelding is een schematische tekening van
a)
een longlaasje
b)
een luchttakje
c)
een bronchie
d)
de luchtpijp