wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Basis 2; Bloed

Total questions: 22

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.
Bij welke  aandoening heb je een bloedstolsel binnen een bloedvat, zoals bijvoorbeeld in je been?
a)
Hartinfarct
b)
Trombose
c)
Bloedarmoede
d)
aderverkalking
2.
Met welke nummer wordt witte bloedcellen aangeven?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
3.
Witte bloedcellen hebben een celkern en kunnen van vorm veranderen
a)
Juist
b)
Onjuist
4.
Wat is etter of pus?
a)
Dode rode bloedcellen en kapotte bloedplaatjes
b)
Dode rode- en witte bloedcellen
c)
Dode witte bloedcellen en gedode bloedplaatjes
d)
Dode witte bloedcellen en gedode bacteriën
5.

Hoe worden de grote en de kleine bloedsomloop genoemd?

a)

algemene bloedsomloop

b)

menselijke bloedsomloop

c)

dubbele bloedsomloop

6.

Waar gaat de kleine bloedsomloop naar toe?

a)

de hersenen

b)

alle organen

c)

de longen

d)

de darmen

7.

Waar gaat de grote bloedsomloop naar toe?

a)

alle organen van het lichaam

b)

de longen

c)

de hersenen

8.

Wat haalt de kleine bloedsomloop op?

a)

Koolstofdioxide ( CO2)

b)

zuurstof

c)

hemoglobine

d)

stikstof

9.

Wat brengt de grote bloedsomloop naar alle cellen in het lichaam?

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide (CO2)

c)

voedingstoffen

d)

afvalstoffen

10.

Waar komt het bloed het hart binnen?

a)

in de boezems

b)

in de kamers

11.

Welke helft van het hart bevat bloed met veel zuurstof?

a)

rechterhelft

b)

linkerhelft

12.

Hoe heet de grote lichaamsslagader?

a)

longslagader

b)

aorta

c)

holle ader

d)

longader

13.

Wat is de functie van hartkleppen?

a)

zorgen ervoor dat het bloed sneller stroomt

b)

zorgen ervoor dat het bloed niet terug kan stromen

c)

zorgt ervoor dat het bloed niet kan klonteren

14.

Hoe noemen we nummer 13?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

15.

Met welk nummer is een slagader aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

16.

Wat is dit voor een bloedvat?

a)

slagader

b)

ader

c)

haarvat

17.

Waar worden zuurstof en voedingsstoffen afgegeven aan het bloed?

a)

slagaders

b)

aders

c)

haarvaten

18.

In welk bloedvat is de bloeddruk hoog?

a)

slagader

b)

ader

c)

haarvat

19.

Welke wand is het dunst?

a)

slagader

b)

ader

c)

haarvat

20.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
21.
waar bestaat bloed uit?
a)
bloedplasma, bloedcellen en bloedplaatjes
b)
bloedplasma, lymfevloeistof, witte bloedcellen
c)
bloedplasma, bloedcellen, mineralen
d)
zuurstof, koolstofdioxide, bloedplasma
22.
Wat is JUIST als het om slagaders gaat?
a)
Bloed stroomt altijd van het hart af.
b)
Bloed is altijd helderrood dat hier doorheen stroomt.
c)
Je hebt er maar 4 van in je lichaam.