Worksheetswoordsoorten Nederlands
Total questions: 24
Worksheet time: 12mins
Wat zijn de lidwoorden?
voor, in, achter
de. het, een
een, twee, drie
aap, noot mies
Wat zijn voorbeelden van voorzetsels (vz)?
de, het, een
aap, noot, mies
in, op, over
mooiste, laagste, liefste
Hoe herken je een bijvoeglijk naamwoord (bn)?
Het zegt altijd iets over een zelfstandig naamwoord (zn)
Het zegt altijd iets over het werkwoord (ww)
Het zegt altijd iets over het lidwoord
Het zegt altijd iets over een voorzetsel
Wat zijn voorbeelden van zelfstandige naamwoorden?
aap, noot mies
mooiste, laagste, hoogste
eten, werken, lopen
de, het, een
wat zijn voorbeelden van bijvoeglijke naamwoorden (bn)?
aap, noot mies, Scheveningen,
mooiste, hoogste, laagste, liefste
de, het, een
om, op, in, over
Hoe herken je een zelfstandig naamwoord (zn)?
je kan het in de verleden tijd zetten
je kan er een voorzetsel achter zetten
je kan het vervoegen
Het zijn altijd mensen, dieren of dingen en je kan er een lw voor zetten
Wat zijn voorbeelden van werkwoorden?
op, in, over
de, het, een
eten, lopen, leren
mooiste, liefste, dromerige
Hoe check je of een woord een werkwoord is?
Je kan het vervoegen (met ik, jij, hij, wij ervoor)
je kan het voor een zn zetten
je kan het voor 'de kast' zetten
je kan het voor een lw zetten
Kies in deze zin een geschikt bijvoeglijk naamwoord (bn) :
Wat een .................................boek!!
katoenen
probleem
fantastisch
gelegen
Hoe herken je een voorzetsel (vz)?
Je kan het eten
Je kan het voor 'de kast' zetten
Je kan het vervoegen
je kan er een bn voor zetten
Welke opmerking is juist?
Een werkwoord is een doe-woord
Een werkwoord zegt iets over een ander woord
een werkwoord kan je voor 'de kast' zetten
een werkwoord kan je eten
Welke opmerking is juist?
Een telwoord zegt waar iets is
Een telwoord zegt hoeveel er van iets is
Een telwoord kan je eten
Een telwoord zegt iets over een bn
Wat zijn voorbeelden van telwoorden?
de het, een
een, twee, drie, eerste, tweede, derde
eten, lopen, slapen, lachen, leren
aap, noot, mies
Wat zijn goede voorbeelden van werkwoorden?
de, het, een, en, maar, op
giechelen, niezen, traplopen, eten
voor, achter, naast
liefste, knapste, katoenen
Welk woord past niet in het rijtje:
schip, schoon, katoenen, groot
schip
schoon
katoenen
groot
Welk woord past niet in het rijtje?
vergeten werken zoentje bedoelt
vergeten
werken
zoentje
bedoelt
Wat zijn de lidwoorden in deze zin?:
Een blije S10 behaalt straks de eerste plaats op het songfestival in de hoofdstad.
blije, eerste
behaalt
een, de, de
straks, in
Wat zijn de werkwoorden in deze zin?:
Een blije S10 behaalt straks de eerste plaats op het songfestival in de hoofdstad.
een, de, de
blije
behaalt
hoofdstad, S10, plaats
Wat zijn de zelfstandige naamwoorden (zn) in deze zin?:
Een blije S10 behaalt straks de eerste plaats op het songfestival in de hoofdstad.
behaalt
blije, eerste
songfestival, S10, hoofdstad, plaats
op, het, in, een
Wat zijn de telwoorden in deze zin?:
Een blije S10 behaalt straks de eerste plaats op het songfestival in de hoofdstad.
blije
eerste (en eigenlijk lijkt S10 ook een beetje op een telwoord maar het is een naam)
songfestival, hoofdstad,
behaalt
Wat zijn de bijvoeglijke naamwoorden (bn) in deze zin?:
Verstandige mensen kennen de gevaren van wilde dieren.
verstandige, wilde
mensen, gevaren, dieren
gevaren
dieren
Wat zijn de zelfstandige naamwoorden (zn) in deze zin?:
Verstandige mensen kennen de gevaren van wilde dieren.
verstandige, wilde
mensen, gevaren, dieren
kennen
de, van
Wat zijn in deze zin de zelfstandige naamwoorden (zn)?
Wat DIrk-Jan in zijn wagentje heeft, is waarschijnlijk niet wat de klant wil
wat, waarschijnlijk, wil
DIrk-Jan, wagentje, klant
heeft, is wil
in zijn wat
Wat zijn de bijvoeglijke naamwoorden (bn)?
Een verdwaalde toerist wilde in de vroege lente van 2019 in een safaripark een jonge luipaard aaien
een, de, een, een
verdwaalde, vroege, jonge
toerist, lente safaripark, luipaard
wilde, aaien
