Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Regelmatige werkwoorden Check voor toets

Total questions: 25

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welk ezelsbruggetje kun je inzetten bij de uitgangen van de regelmatige werkwoorden zonder uitzonderingen?

a)

e st t en t en

b)

e est t en en en

c)

e t t en t en

d)

geen idee!

2.

Hoe maak je in het Duits een stam van een werkwoord?

Voorbeeld: SPIELEN

a)

+ en erachter zetten

b)

alleen een -n eraf halen. Je houdt dan de -e over.

c)

Je haalt -en eraf en dat is het

d)

geen idee!

3.

Geef de stam van het volgende werkwoord:

gehen

(a)  

4.

Geef de stam van het volgende werkwoord:

besuchen

(a)  

5.

Hoe maak je een stam als een werkwoord niet eindigt op -en: Voorbeeld:

feiern

a)

Niks aan de hand gewoon de -n eraf en klaar

b)

Je kunt geen stam maken van dit soort werkwoorden

c)

je haalt er een -n af maar zet een -e ervoor in de plaats

d)

Geen idee!

6.

Geef van het volgende werkwoord de stam:

angeln (vissen)



(a)  

7.

Wat gebeurt er als een stam eindigt op een S-klank?

S, SS, ß, Z, X

a)

Dan komt overal een extra -e

b)

Dan krijg je bij de du-vorm alleen een -t (beetje veel anders)

c)

Dan krijg je bij du, er, sie, es en ihr een extra -e

d)

Geen idee!

8.

Wat gebeurt er als de stam eindigt op een -D of -T?

arbeiten - finden

a)

Dan krijg je bij de du-vorm geen -s

b)

Dan gebeurt er niet zoveel. Alles blijft gelijk.

c)

Dan krijg je bij de du, er,sie, es en ihr-vorm een extra -e

du arbeitest

d)

Geen idee!

9.

Neem onderstaande over en maak af:

du reis...

(a)  

10.

Neem onderstaande over en maak af:

er find...

(a)  

11.

Neem onderstaande over en maak af:

arbeit... ihr

(a)  

12.

Neem onderstaande over en maak af:

es kost...

(a)  

13.

Vul alleen de vorm van het werkwoord in:

Ich find... Deutsch ein tolles Fach.

(a)  

14.

Vul alleen de vorm van het werkwoord in:

Zum Frühstück koch... mein Vater immer Eier.

(a)  

15.

Vul alleen de vorm van het werkwoord in:

Wie heiß... deine Schwester eigentlich?

(a)  

16.

Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in:

Was bestell... ihr von der Speisekarte?

(a)  

17.

Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in:

Reservier... du den Tisch für heute Abend?

(a)  

18.

Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in:

Der Kuchen schmeck... uns sehr gut.

(a)  

19.

Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in:

Du rat... nie was ich heute gegessen habe!

(a)  

20.

Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in:

Die Kartoffeln wachs... am liebsten in der Sonne.

(a)  

21.

Vertaal:

hij koopt

a)

es kauft

b)

er kauft

c)

er kocht

22.

Wat is de stam van:

kommen

a)

kom

b)

komme

c)

komm

d)

Geen idee!

23.

Vertaal:

jullie betalen

a)

ihr bezahlt

b)

ihr bezahlen

c)

Sie bezahlen

d)

Geen idee

24.

Vertaal:

zij hoort

a)

sie hort

b)

sie hört

c)

sie hoort

d)

Geen idee!

25.

Moet je extra oefenen?

a)

ja

b)

nee