Font size
Worksheetswwspelling
Total questions: 18
Worksheet time: 9mins
Wij _________ door de straten.
Het jongetje ____________ over het internet.
Jari en Lisa __________ in het zwembad.
Jari ___________ op een vlot.
Ik __________ je, vanmiddag krijg je echt een snoepje.
Jelle heeft een spannend avontuur (beleven)
beleeft
beleefd
beleefdt
Jitse (plakken, vt) de postzegels in het boek.
plakte
plakde
plaktte
Silke .........gisteren 50 euro onder haar vrienden.
verlote
verloot
verlootte
Sven heeft zich op Valentijnsdag .....voor zijn vriendin.
uitgeslooft
uitgesloofd
slooft zich uit
.......jij straks de kippenpootjes?
braad
braadde
braadt
Vorig jaar ........ Thomas in Nice een paar vrienden.
ontmoet
ontmoeten
ontmoette
De dokter ...de ziekte nu met een medicijn.
bestrijdt
bestrijd
bestreed
Laatst werd Roemer.... door een agent.
bekeuren
bekeurt
bekeurd
Het nieuwe programma kan op mijn computer niet worden ...
geopent
geopend
geopendt
“Het (worden) je vanzelf wel duidelijk”, zei de directeur tegen mij.
word
wort
wordt
Hoeveel dat allemaal moest (kosten), was gisteren nog niet bekend.
kosten
kostten
Vul in.
De leerstof ... (worden) straks herhaald.
(a)
Zij beantwoor... alle vragen op de juiste manier.
beantwoordt
beantwoord
beantwoort
