wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3hv Nederlands H3 en H4

Total questions: 14

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Welke stijlfiguur zit er in onderstaande zin?

We zullen even nachecken of je mobiele telefoonnummer bij ons bekend is.

a)

pleonasme

b)

tautologie

c)

contaminatie

2.

Welke stijlfiguur zit er in onderstaande zin?

Haastig liep hij snel naar zijn zitplaats op de tribune.

a)

pleonasme

b)

tautologie

c)

contaminatie

3.

Welke stijlfiguur zit er in onderstaande vraag?

In de natte regen fietsten we naar onze oma in het bejaardentehuis.

a)

pleonasme

b)

tautologie

c)

contaminatie

4.

Welke stijlfiguur zit er in onderstaande zin?

De overstap van havo naar vwo bleek voor haar een stap te ver gegrepen.

a)

pleonasme

b)

tautologie

c)

contaminatie

5.

Wat is de betekenis van alert?

(a)  

6.

Wat is de betekenis van nagenoeg?

(a)  

7.

Wat betekent medicus?

a)

dokter

b)

iemand die belangeloos goede dingen doet

c)

verschijnsel

d)

overdracht; overbrenging

8.

Wat betekent consumeren?

a)

al het werk dat een kunstenaar gemaakt heeft

b)

dokter

c)

eten

d)

waarschuwen

9.

Wat is de juiste spelling van de werkwoorden tussen haakjes?

Vanwege de harde wind […] (durven, vt) de gemeente het niet aan en […] (afgelasten, vt) vanochtend het traditionele paasvuur af. 

a)

durfde en laste

b)

durfde en lastte

c)

durfte en laste

d)

durfte en lastte

10.

Wat is de juiste spelling van de werkwoorden tussen haakjes?

[…] (worden, pvtt) het lintje van de cabaretier afgenomen, omdat hij de koninklijke familie in een voorstelling heeft […] (beledigen)?

a)

word en beledigt

b)

word en beledigd

c)

wordt en beledigt

d)

wordt en beledigd

11.

Schrijf het woord aaneen waar dat moet. Voeg zo nodig een liggend streepje (koppelteken

of weglatingsteken) toe.

groen + geel

(a)  

12.

Schrijf het woord aaneen waar dat moet. Voeg zo nodig een liggend streepje (koppelteken

of weglatingsteken) toe.

hoog + en + laag + gebergte

(a)  

13.

reclame + advertentie

(a)  

14.

Schrijf het woord aaneen waar dat moet. Voeg zo nodig een liggend streepje (koppelteken

of weglatingsteken) toe.

mond + op + mond + reclame

(a)