wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo 2 thema 5 erfelijkheid en evolutie

Total questions: 36

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Fons zegt: Tweeeiige tweelingen hebben allebei hetzelfde genotype

Maarten zegt: Eeneiige tweelingen hebben allebei hetzelfde fenotype

a)

Beide hebben gelijk

b)

Fons geeft gelijk

c)

Maarten heeft gelijk

d)

Beide ongelijk

2.

Uit bovenstaande moedercel worden geslachtscellen (dochtercellen) gevormd.

Hoeveel verschillende geslachtscellen kunnen ontstaan?

a)

8

b)

4

c)

3

d)

1

e)

6

3.

Bij een kikker bevatten bepaalde cellen per kern in totaal 13 chromosomen.

Zijn deze cellen geslachtscellen of lichaamscellen?

a)

Geslachtscellen

b)

Lichaamscellen

c)

kun je niet weten

4.

Wat is de jongste periode van het Palaeozoicum?

a)

Perm

b)

Trias

c)

Cambrium

d)

Precambrium

e)

Krijt

5.

Hoe noemen we de informatie voor al je erfelijke eigenschappen in een cel

(a)  

6.

Tijdens alle stadia van de metamorfose van de vlinder is

a)

Het genotype gelijk

b)

Het fenotype gelijk

c)

Zowel het genotype als het fenotype gelijk

d)

zowel het genotype als het fenotype anders

7.

Welke uitspraak of uitspraken is/zijn juist?

a)

Geslachtscellen bevatten slechts 1 chromosoom

b)

In een zaadcel kan een X-chromosoom voorkomen

c)

Alle zaadcellen bevatten hetzelfde geslachtschromosoom

d)

Een geslachtscel heeft altijd 24 chromosomen

8.

Twee uitspraken:

Merle zegt: Op elk chromosoom ligt 1 gen

Werner zegt: Chromosomen komen in lichaamscellen in paren voor

Wie heeft gelijk?

a)

Beide hebben gelijk

b)

Merle heeft gelijk

c)

Werner heeft gelijk

d)

Beide hebben ongelijk

9.

Het fenotype van een organisme komt tot stand door het genotype en door invloeden uit het (a)  

10.

Het genotype is de som van de zichtbare eigenschappen van het fenotype plus de invloed van het milieu

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

De evolutietheorie gaat uit van:

Veranderingen in genotype, (a)   en van het ontstaan van nieuwe soorten.

12.

Het genotype ontstaat bij

a)

Meiose

b)

Bevruchting

c)

Mitose

d)

Geslachtsgemeenschap

13.

Hoeveel genen voor een erfelijke eigenschap heb je als je heterozygoot bent?

a)

1

b)

2

c)

23

d)

46

14.

Welke kleur is dominant?

a)

Wit

b)

Zwart

15.

Een recessief allel komt tot uiting wanneer

a)

Hij samen met een dominant allel staat

b)

Hij homozygoot voorkomt

c)

Hij heterozygoot voorkomt

d)

hij komt nooit tot uiting

16.

Hoeveel chromosomen zitten er in de geslachtscellen van een mens?

a)

46

b)

12

c)

92

d)

23

17.

Een mutatie komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Een mutant is een organisme

a)

waarvan het DNA in de cellen plotseling veranderd is

b)

waarvan het plotseling veranderde DNA tot uiting is gekomen

c)

Waarvan de zaadcellen/eicellen een mutatie bevatten

d)

waarvan de lichaamscellen een mutatie bevatten

19.

Wat is het fenotype van het blonde meisje?

a)

AA

b)

Aa

c)

aa

20.
Voorbeelden van rudimentaire organen bij de mens zijn:
a)
dunne dram en staartbeen
b)
dunne darm en blinde darm
c)
blinde darm en staartbeen
21.
Dieren die allebei vliegen met hun vleugels zijn altijd verwant.
a)
Niet waar, want ze kunnen verschillende voorouders hebben.
b)
Waar, want ze hebben dezelfde voorouder.
22.
Het leven op het land was er eerder dan het leven in het water.
a)
Waar
b)
Niet waar
23.

Waarom zijn fossielen een belangrijk argument voor de evolutietheorie?

a)

Door fossielen kunnen we aantonen dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

b)

Door fossielen weten we de afstamming van alle soorten

c)

Uit fossielen kan DNA worden gehaald. Dit DNA geeft aan dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

d)

Fossielen geven te weinig informatie over de evolutie van soorten en het is een te zwak argument voor de evolutietheorie.

24.

Aan welke groep zijn de gorilla’s het meest verwant volgens de stamboom?

a)

aan de apen van de oude wereld

b)

aan de apen van de nieuwe wereld

c)

aan de chimpansees

d)

aan de gibbons

25.

Uit welk tijdperk zal je geen fossielen vinden van landdieren?

a)

cenozoïcum

b)

mesozoïcum

c)

precambrium

d)

paleozoïcum

26.

Wanneer is het verstandig om een genetisch advies aan te vragen? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Als er een erfelijke ziekte in jouw familie voorkomt.

b)

Als veel van je allelen heterozygoot zijn.

c)

Als je door invloeden vanuit het milieu een ander fenotype hebt gekregen.

d)

Als een vrouw enkele keren al een miskraam heeft gehad.

27.

Welke van deze toepassingen vallen onder de term biotechnologie?

a)

Bacteriën gebruiken om rioolwater te zuiveren

b)

Biobrandstoffen maken m.b.v. micro-organismen

c)

Allergenen in voedsel verminderen

d)

Transgene rijst met een verhoogd gehalte vitamine A

e)

Het verminderen van chemisch afval in de papierindustrie door het gebruik van enzymen

28.

Van welk natuurlijk mechanisme maakt Crispr-cas gebruik?

a)

Het mechanisme dat virussen gebruiken om zich te verdedigen tegen bacteriën

b)

Het mechanisme dat bacteriën gebruiken om zich te verdedigen tegen virussen

c)

Het mechanisme waarbij bacteriën mensen ziek maken

d)

Het mechanisme waarbij virussen in leven blijven

29.
Wat is een soort?
a)
Wanneer individuen van een groep organismen onderling vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
b)
Wanneer 2 individuen gelijke morfologische kenmerken hebben
c)
Een groep dieren of planten die onderling nakomelingen kunnen krijgen.
d)
Een groep dieren en planten die 
30.

Het aanbrengen van gewenste erfelijke eigenschappen bij organismen

(a)  

31.

Voor het maken van welke soort stoffen bevatten genen het ‘recept’?

(a)  

32.

Welke DNA-techniek hoort bij de afbeelding?

a)

synthetische biologie

b)

Crispr-cas

c)

het analyseren van eDNA

d)

genomics

33.

Hoe noemen we dit proces?

a)

natuurlijke selectie

b)

overleving

c)

de struggle van het leven

d)

Biologische differentiatie

34.

 

Fossielen van de mammoet, een uitgestorven zoogdier, kunnen voorkomen in jonge gesteentelagen

a)

onjuist

b)

juist

35.

Op een schaal van 1 tot 5. Vinden jullie dat het herhalen van lesstof via quizzizz goed werkt? 1 = helemaal niet, 5 = heel goed.

a)

1, heel slecht

b)

2, onvoldoende

c)

3, matig

d)

4, voldoende

e)

5, heel goed

36.

Heb je nog opmerkingen over het herhalen van lesstof via quizzizz, dan kan je ze hier typen.

4 lines