wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

sinus cosinus tangens

Total questions: 36

Worksheet time: 1hrs 14mins

Name
Class
Date
1.

Met welke goniometrische verhouding reken je de hoek met het vraagteken uit?

a)

Sinus

b)

Cosinus

c)

Tangens

2.

Met welke goniometrische verhouding reken je de hoek met het vraagteken uit?

a)

Sinus

b)

Cosinus

c)

Tangens

3.

Met welke goniometrische verhouding reken je de hoek met het vraagteken uit?

a)

Sinus

b)

Cosinus

c)

Tangens

4.

Met welke goniometrische verhouding reken je de hoek met het vraagteken uit?

a)

Sinus

b)

Cosinus

c)

Tangens

5.

Met welke goniometrische verhouding reken je de hoek met het vraagteken uit?

a)

Sinus

b)

Cosinus

c)

Tangens

6.

Met welke goniometrische verhouding reken je de hoek met het vraagteken uit?

a)

Sinus

b)

Cosinus

c)

Tangens

7.

Met welke goniometrische verhouding reken je de hoek met het vraagteken uit?

a)

Sinus

b)

Cosinus

c)

Tangens

8.

Met welke goniometrische verhouding reken je de hoek met het vraagteken uit?

a)

Sinus

b)

Cosinus

c)

Tangens

9.

Met welke goniometrische verhouding reken je de hoek met het vraagteken uit?

a)

Sinus

b)

Cosinus

c)

Tangens

10.

Met welke goniometrische verhouding reken je de hoek met het vraagteken uit?

a)

Sinus

b)

Cosinus

c)

Tangens

11.

Tan A\angle A   = 10 : 50 Bereken ∠A Wat is de volgende stap?

a)
Tan 10 × 50
b)
Tan -1 (10 : 50)
c)
Tan -1 (50 : 10)
d)
Tan 50 × 10
12.

Tan (50o) = 10AC\frac{10}{\left|AC\right|}  

Bereken |AC|

Wat is de volgende stap?

a)

tan (50o) . 10

b)

1050°\frac{10}{50°}  

c)

10tan(50°)\frac{10}{\tan(50°)}

d)

tan(50°)10\frac{\tan(50°)}{10}  

13.

Tan (50o) = BC5\frac{\left|BC\right|}{5}   Bereken |BC|

Wat is de volgende stap?

a)

5tan(50°)\frac{5}{\tan(50°)}  

b)

tan(50°)5\frac{\tan(50°)}{5}  

c)

5 . tan (50o)

14.
Wat is de tangens van hoek R?
a)
12 : 5 = 2,400
b)
5 : 12 = 0,420
15.
Wat is de tangens van hoek B?
a)
10 : 3 = 3,333
b)
3 : 10 = 0,300
16.

De cosinus van een hoek bereken je door...

a)

aanliggende rechthoekszijde te delen door de schuine zijde

b)

overstaande rechthoekszijde te delen door de schuine zijde

c)

schuine zijde te delen door de aanliggende rechthoekszijde

d)

schuine zijde te delen door de overstaande rechthoekszijde

17.

Hoek  bereken ik met behulp van ...

a)
tangens
b)
sinus
c)
cosinus
d)
Pythagoras
18.

[AC] is de ... van hoek Â.

a)
schuine zijde
b)
overstaande rechthoekszijde
c)
aanliggende rechthoekszijde
19.
Bereken hoek A.
a)

|Â| = sin-1 (7 : 12)

b)

|Â| = sin-1 (12 : 7)

c)

|Â| = cos-1 (7 : 12)

d)

|Â| = cos-1 (12 : 7)

20.

Welke twee zijdes gebruik je bij de tangens?

a)

Overstaande en aanliggende

b)

Overstaande en schuine

c)

Aanliggende en schuine

d)

Overstaande, aanliggende en schuine

21.

Met welk goniometrisch getal kan je |Â| berekenen?

a)

Tangens

b)

Sinus

c)

Cosinus

22.

Met welk goniometrisch getal kan je |Â| berekenen?

a)

Tangens

b)

Sinus

c)

Cosinus

23.

Met welk goniometrisch getal kan je |^R| berekenen?

a)

Tangens

b)

Sinus

c)

Cosinus

24.

Met welk goniometrisch getal kan je |Â| berekenen?

a)

Tangens

b)

Sinus

c)

Cosinus

25.

Met welk goniometrisch getal kan je |^F| berekenen?

a)

Tangens

b)

Sinus

c)

Cosinus

26.

Met welk goniometrisch getal kan je |Â| berekenen?

a)

Tangens

b)

Sinus

c)

Cosinus

27.

Welke manier gebruik je om |BC| te berekenen?

a)

sinus

b)

cosinus

c)

tangens

d)

Pythagoras

28.

Bereken |DF|

a)

56 m

b)

14 m

c)

33 m

d)

3140 m

29.

Bereken |KM|

Rond af op één decimaal.

a)

50,5 m

b)

39,9 m

c)

114,8 m

d)

46,4 m

30.

Bereken |Â| 

a)

37°37\degree  

b)

31°31\degree  

c)

53°53\degree  

d)

59°59\degree  

31.

Van welk goniometrisch getal is dit de definitie? 
aanliggende rechthoekszijde / schuine zijde 

a)

cosinus

b)

sinus

c)

tangens

32.

Bereken het goniometrisch getal (op 0,01 nwk)

tan 51°23' =

(a)  

33.

Bereken de hoek tot op 1" nwk (geen spaties tussen je antwoord!) sin α\alpha  = 0,7

(a)  

34.

Bereken cos 25°36" (op 0,001)

(a)  

35.

Welke uitspraak klopt bij deze figuur?

a)

sin β\beta = bc\frac{b}{c}  

b)

sin β\beta = cb\frac{c}{b}  

c)

sin α\alpha = ac\frac{a}{c}  

d)

sin β\beta = ca\frac{c}{a}  

36.

Is het resultaat een hoekgrootte of een reëel getal?

cos 17°

a)

hoekgrootte

b)

reëel getal