Font size
WorksheetsR1+R2+R3: Verbes en -ER / - CER / -GER (p.5-10)
Total questions: 66
Worksheet time: 1hrs 6mins
gek zijn op, dol zijn op
(a)
helpen
(a)
houden van
(a)
aankomen
(a)
babbelen
(a)
knutselen
(a)
zingen
(a)
zoeken, halen
(a)
kosten
(a)
dansen
(a)
vragen
(a)
tekenen
(a)
verafschuwen, haten
(a)
geven
(a)
luisteren (naar)
(a)
binnenkomen
(a)
sluiten, dichtdoen
(a)
afspreken
(a)
wonen
(a)
spelen
(a)
laten
(a)
(ver)huren
(a)
instappen, naar boven gaan, naar boven brengen
(a)
tonen
(a)
praten (met/tegen)
(a)
praten (over)
(a)
doorbrengen, voorbijgaan, langskomen
(a)
denken
(a)
dragen
(a)
voorbereiden
(a)
voorstellen (iemand)
(a)
genieten (van)
(a)
vertellen
(a)
kijken (naar)
(a)
ontmoeten
(a)
voorstellen (iets)
(a)
thuiskomen, terugkeren naar huis
(a)
blijven
(a)
dromen (van/over)
(a)
zich interesseren voor
(a)
verzorgen
(a)
(aan)bellen, rinkelen
(a)
surfen
(a)
chatten
(a)
telefoneren naar
(a)
vallen
(a)
draaien
(a)
werken
(a)
bezoeken
(a)
bewegen
(a)
verbeteren
(a)
laden
(a)
uitladen
(a)
verhuizen
(a)
logeren
(a)
eten
(a)
zwemmen
(a)
duiken
(a)
opruimen
(a)
beginnen
(a)
herbeginnen
(a)
gooien
(a)
plaatsen
(a)
kopen
(a)
verkiezen
(a)
koken
(a)
