wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

PDO Blok 8 H4 Herhaling

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welke fase komt voor de concreet operationele fase?

a)

Formeel operationele fase

b)

Pre operationele fase

c)

Sensomotorische fase

2.

In de ... fase volgt een baby objecten met zijn/ haar oogjes.

a)

Pre operationele

b)

Concreet operationele

c)

Sensomotorische

d)

Formeel operationele

3.

Nadenken over rechtvaardigheid

a)

Sensomotorische fase

b)

Preoperationele fase

c)

Concreet operationele fase

d)

Formeel operationele fase

4.

Kind handelt hoofdzakelijk op basis van zintuiglijke indrukken.

a)

Sensomotorische fase

b)

Pre operationele fase

c)

Concreet operationele fase

d)

Formeel operationele fase

5.
Iedereen bereikt de formeel operationele fase rond het 12e levensjaar.
a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Joris uit groep 6 weet dat 16+8 hetzelfde is als 8+16.

a)

Sensomotorische fase

b)

Preoperationele fase

c)

Concreet operationele fase

d)

Formeel operationele fase

7.

Jip is net 4 geworden en zit nu een week op de basisschool. De taak die je hierboven ziet beheerst zij nog niet.

a)

Sensomotorische fase

b)

Preoperationele fase

c)

Concreet operationele fase

d)

Formeel operationele fase

8.

Bij welke leeftijd past het magisch denken het beste?

a)

0-2 jaar

b)

2-4 jaar

c)

4-6 jaar

d)

6-8 jaar

9.

Jolijn begrijpt dat een smal hoog glas niet betekent dat in dat glas meer water kan dan in een breed lager glas.

Van welk begrip is hier sprake?

a)

Conservatie

b)

Magisch denken

c)

Animistisch denken

d)

Objectpermanentie

10.

Pubers komen vaak laat in slaap door bepaalde hormonen.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Wat is de juiste volgorde van de onderstaande fasen:

Formeel operationele fase, sensomotorische fase, pre operationele fase, concreet operationele fase

a)

for-con-sen-pre

b)

pre-sen-con-for

c)

sen-pre-con-for

d)

sen-con-for-pre

12.

Een kind kan zich maar op een aspect van het probleem focussen waardoor andere belangrijke aspecten niet worden meegenomen in de oplossing

a)

Conservatie

b)

Centratie

c)

Experimenteren

d)

Mentale representatie

13.

Max is een schatkaart aan het uittekenen met zijn vrienden. Als de kaart klaar is, gaan ze hem testen in het echt.

a)

Psychische operatie

b)

Experimenteren

c)

Abstract denken

d)

Reflecteren

14.

Kinderen wilden een tosti-ijzer in de klas, maar dat mocht niet. Toen ze in de lerarenkamer een tosti-ijzer zagen, gebruikten ze dat als argument om er ook een in de klas te mogen hebben

a)

Reflecteren

b)

Strategieën

c)

Abstract denken

d)

Psychische operatie

15.

Welke begrippen horen bij de linker hersenhelft?

a)

Zoeken

b)

Volgorde

c)

Woorden

d)

Kleur

e)

Ritme

16.

Welke begrippen horen bij de rechterhersenhelft?

a)

Ruimtelijk inzicht

b)

Dagdromen

c)

Volgorde

d)

Tijde

e)

Regels

17.

Hersenen ontwikkelen zich het hele leven door. Wat wordt als eerste ontwikkeld bij kinderen?

a)

Zintuigen

b)

Taal en motoriek

c)

Complexe vaardigheden

18.

Straffen werkt het beste bij

a)

Jonge kinderen

b)

Oudere kinderen

19.

Het maken van verbindingen in de hersenen noemen we associaties

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

Als iets op een bepaalde manier goed werkt in de hersenen dan blijven de hersenen dat zo doen.

a)

Hersengebieden

b)

Patroonherkenning

c)

Associaties

d)

Omgevingsinvloed