wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vocabulaire Codeplus 3, H2, taak 2-4

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Hongaars is een ingewikkelde taal. Ingewikkeld is:

a)

moeilijk

b)

makkelijk

2.

De leerlingen liepen om de tafels heen. Omheen is:

a)

langs

b)

over

c)

via

d)

rondom

3.

Als je je nieuwe wasmachine wilt gebruiken, kun je beter eerst de gebruiksaanwijzing lezen. Gebruiksaanwijzing is:

a)

handboek

b)

handleiding

4.

De installateur stelde de verwarmingsketel in toen hij hem had geïnstalleerd. Instellen is:

a)

repareren

b)

gebruiken

c)

klaarmaken voor gebruik

5.

Als een kind iets kapotmaakt, zijn de ouders aansprakelijk voor de schade. Aansprakelijk is:

a)

de ouders hoeven de schade niet te betalen

b)

de ouders moeten de schade betalen

6.

Als je de inboedel van je huis verzekerd, betaalt de verzekering de schade bij een brand of een inbraak. Inboedel is:

a)

de inrichting van je huis

b)

het dak van je huis

c)

de keuken

7.

De looptijd van een verzekering is minimaal 5 jaar. Looptijd is:

a)

contract

b)

tijd dat een contract loopt

8.

Voordat we naar Parijs konden gaan, moesten we veel regelen. Regelen is

a)

zorgen dat alles goed gaat

b)

toezicht houden

c)

wachten of alles goed gaat

9.

Mijn baas wil mijn contract verlengen tot 1 oktober. Verlengen is:

a)

stoppen

b)

langer laten duren

10.

In Nederland is een ziektekostenverzekering verplicht. Verplicht is:

a)

je moet je verzekeren

b)

je mag je verzekeren

11.

Je moet vooraf je richtingaanwijzer aandoen voordat je de hoek omgaat. Vooraf is:

a)

van tevoren

b)

achteraf

c)

later

12.

Stoppen voor een rood stoplicht is wettelijk verplicht. Wettelijk is:

a)

volgens de wet

b)

moet van de gemeente

c)

moet van het parlement