Font size
WorksheetsDuitsKapitel4Woordelijst1
Total questions: 69
Worksheet time: 35mins
das Nesthäkchen
(a)
das Zubehör
(a)
die Clique
(a)
die Herkunft
(a)
die Redewendung
(a)
auslösen
(a)
befolgen
(a)
erfüllen
(a)
gestehen
(a)
schmunzeln
(a)
het voertuig
(a)
het sprookje
(a)
de rivier
(a)
de weduwnaar
(a)
het verstand, het benul
(a)
de waardering
(a)
de relatie
(a)
het podium
(a)
het verhaal
(a)
de beurs
(a)
de moeite
(a)
de bovenbouw
(a)
de schoolspullen
(a)
het weeskind
(a)
de weduwe
(a)
de sympathie
(a)
voorliegen
(a)
gebruiken
(a)
discussiëren
(a)
uitnodigen
(a)
vluchten
(a)
uitgeven
(a)
rekening houden met
(a)
informeren
(a)
zich verplaatsen in
(a)
sich etwas verbitten
(a)
sich versöhnen
(a)
übersiedeln
(a)
wahrnehmen
(a)
beziehungsweise
(a)
dürftig
(a)
jedenfalls
(a)
knifflig
(a)
hinsichtlich
(a)
rücksichtslos
(a)
eingerostet
(a)
zielstrebig
(a)
ruziemaken
(a)
gebruiken
(a)
vergeven
(a)
pijn doen, grieven
(a)
want
(a)
jaloers
(a)
vriendschappelijk
(a)
blij
(a)
gezellig
(a)
verzorgd
(a)
zakelijk
(a)
gescheiden
(a)
tegenwoordig
(a)
op een gegeven moment
(a)
jaarlijks
(a)
ongehuwd
(a)
netjes
(a)
zogenaamd
(a)
koppig, stug
(a)
gratis
(a)
getrouwd
(a)
wat mij betreft
(a)
