Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Waarneming en gedrag

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Er zijn vijf zintuigen. Welke zijn dit?

a)

Smaak, reuk, horen, spelen en voelen

b)

Smaak, reuk, voelen, horen en zien

c)

Smaak, lopen, voelen, horen en zien

d)

Smaak, reuk, eten, voelen en zien

2.

Als ik mij verbrand, dan moet ik

a)

Onder warm water houden

b)

Niets, het gaat vanzelf wel over

c)

Koelen onder een lauw warme kraan

d)

De regendans doen

3.

Welke prikkel hoort bij de ogen? En bij de oren?

a)

Smaken en warmte/kou

b)

Geluid en smaken

c)

Geluid en druk/aanraking

d)

Licht en geluid

4.

De huid bestaat uit twee lagen. Welke zijn dit?

a)

Hoornlaag en lederhuid

b)

Opperhuid en lederhuid

c)

Kiemlaag en lederhuid

d)

Hoornlaag en opperhuid

5.

Dankzij zweetklieren kan je lichaam afkoelen

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Wat is nummer 3?

a)

Zweetklier

b)

Bloedvat

c)

Talgklier

d)

Haarzakje

7.

Wat is de functie van talgklieren?

a)

Zweet produceren om het lichaam af te koelen

b)

Talg produceren om haren en hoornlaag soepel te houden

c)

Talg produceren om bacteriën op de huid te doden

d)

Prikkels ontvangen

8.

Welk nummer is de zweetklier?

a)

5

b)

8

c)

2

d)

3

9.

Beschermen tegen uitdroging is een van de functies van de huid

a)

Onjuist

b)

Juist

10.

Wat is nummer 6?

a)

Oorgang

b)

Het slakkenhuis

c)

Trommelvlied

d)

De buis van Eustachius

11.

Wat houdt het trommelvlies soepel?

a)

Oorsmeerkliertjes

b)

Oorschelp

c)

Gehoorgang

d)

Het slakkenhuis

12.

Met welk nummer is de gehoorzenuw aangegeven?

a)

1

b)

8

c)

6

d)

3

13.

Geluid is een?

a)

Zintuig

b)

Prikkel

c)

Waarneming

d)

Impuls

14.

Wat is nummer 6?

a)

Lens

b)

Blinde vlek

c)

Hoornvlies

d)

Gele vlek

15.

Met deze vlek kun je niets zien.

a)

Lege vlek

b)

Zenuw vlek

c)

Gele vlek

d)

Blinde vlek

16.

In welk nummer ontstaan er impulsen?

a)

1

b)

4

c)

8

d)

9

17.

Met dit deel van het oog kun je scherp zien.

a)

Iris

b)

Lens

c)

Harde oogvlies

d)

Pupil

18.

Iemand die dichtbij scherp ziet noem je

a)

Verziend

b)

Bijziend

19.

Waar staat de juiste volgorde van gebeurtenissen?

a)

Impuls-prikkel-hersenen

b)

Impuls-hersenen-prikkel

c)

Prikkel-impuls-hersenen

d)

Hersenen-prikkel-impuls

20.

Wat is een goed voorbeeld van een prikkel?

a)

Zien

b)

Horen

c)

Stoten

d)

Licht

21.

Wat is een goed voorbeeld van een prikkel?

a)

Zien

b)

Horen

c)

Stoten

d)

Licht