WorksheetsNederlands in gang - Hoofdstuk 2 - bezittelijk voornaamwoord
Total questions: 11
Worksheet time: 13mins
Vul een bezittelijk voornaamwoord - possessief pronomen in.
Nadiia, woont ….. familie ook in Nederland?
(a)
Vul een bezittelijk voornaamwoord - possessief pronomen in.
Ik woon in Rotterdam. ….. adres is Valkstraat 3.
(a)
Vul een bezittelijk voornaamwoord - possessief pronomen in.
Sergii moet voor ……. werk naar Oekraïne.
(a)
Vul een bezittelijk voornaamwoord - possessief pronomen in.
Dit is Nadiia. ……… achternaam is Rozumna.
(a)
Vul een bezittelijk voornaamwoord - possessief pronomen in.
Sergii en Nadiia zitten met …… docent in de auto.
(a)
Vul een bezittelijk voornaamwoord - possessief pronomen in.
Wij komen uit Oekraïne. ….. cursus is op dinsdag.
(a)
Sergii en Nadiia, vertellen jullie eens over ……. vakantie.
(a)
Vul een bezittelijk voornaamwoord - possessief pronomen in.
Mevrouw Rozumna, gaat u met …… zus op vakantie?
(a)
Vul een bezittelijk voornaamwoord - possessief pronomen in.
Ga jij ook naar de cursus? Hoe laat ga je naar ….. cursus?
(a)
Vul een bezittelijk voornaamwoord - possessief pronomen in.
Rita, de docente, spreekt met ….. buurman over de cursus.
(a)
Vul je voornaam, achternaam en e-mailadres in.
