wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Introductiequiz Nederlands

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen zelfstandig naamwoord?

a)

vriendschap

b)

Joep

c)

bank

d)

gisteren

2.

Wanneer gebruik je geen hoofdletter?

a)

aan het begin van een zin

b)

bij aardrijkskundige namen

c)

bij maanden en seizoenen

d)

bij officiële feestdagen

3.

Welk woord is onjuist gespeld?

a)

menuutje

b)

taxi'tje

c)

baby'tje

d)

fotootje

4.

Welk woord uit deze zin is een bijvoeglijk naamwoord? "Deze film is ontzettend ingewikkeld."

a)

deze

b)

film

c)

ontzettend

d)

ingewikkeld

5.

Welk van de volgende woorden is "onzijdig"?

a)

schip

b)

koelkast

c)

jongen

d)

tafel

6.

In welke zin is de persoonsvorm verkeerd geschreven?

a)

Word nou eens wakker!

b)

Vindt jij dit ook een goed idee?

c)

Jij gelooft ook altijd alles.

d)

Hij wordt later beroemd.

7.

In welke zin bestaat het werkwoordelijk gezegde uit 3 werkwoorden?

a)

Zij zijn aan het roddelen over hun docent.

b)

Janine en Leila fietsen naar huis.

c)

Daar moet ik meer van weten.

d)

Ik zou graag een nieuwe telefoon willen kopen.

8.

Welk signaalwoord past niet bij een chronologisch tekstverband?

a)

maar

b)

toen

c)

daarna

d)

uiteindelijk

9.

Welk woord is onjuist gespeld?

a)

ideeën

b)

theorieën

c)

industrieën

d)

olieën

10.

De signaalwoorden 'bijvoorbeeld, zo, zoals, denk aan, neem nou' passen bij een...

a)

tegenstellend verband

b)

toelichtend verband

c)

opsommend verband

d)

voorwaardelijk verband

11.

Welk van deze woorden is GEEN vragend voornaamwoord?

a)

wie

b)

wat

c)

waarom

d)

welke

12.

Welk woord is onjuist gespeld?

a)

gameboy's

b)

kiwi's

c)

cafés

d)

decoraties

13.

"De schrijver wil dat je zijn mening overneemt". Dit past bij het tekstdoel...

a)

amuseren

b)

informeren

c)

overtuigen

d)

activeren

14.

Wat is in de volgende zin het meewerkend voorwerp? "Karin zal Florine op haar verjaardag een cadeau geven."

a)

Karin

b)

Florine

c)

op haar verjaardag

d)

een cadeau

15.

Welk van de volgende woorden is GEEN voorzetsel?

a)

in

b)

wegens

c)

omdat

d)

tijdens

16.

Wat is GEEN bijwoordelijke bepaling in deze zin? "Over drie weken gaat de hele klas met de bus naar Frankrijk."

a)

Over drie weken

b)

de hele klas

c)

met de bus

d)

naar Frankrijk

17.

Welke zin staat in de onvoltooid verleden tijd (ovt)?

a)

Guus maakte een tekening.

b)

Guus had een tekening gemaakt.

c)

Guus heeft een tekening gemaakt.

d)

Guus maakt een tekening.

18.

Hoe heb je vorig jaar gescoord voor het vak Nederlands?

a)

Een onvoldoende (onder 5,5)

b)

Een krappe voldoende (5,5-6)

c)

Een voldoende (6-7,5)

d)

Goed! (7,5-10)