wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3H/V verbanden en signaalwoorden

Total questions: 30

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Indien je weg wilt blijven bij de extra instructie, zul je nu je werk af moeten maken.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Concluderend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

2.

Hij had vorig jaar een onvoldoende voor vier vakken, daarom is hij blijven zitten.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Concluderend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

3.

Zodra hij klaar is met sporten, luncht hij samen met zijn beste vriend

a)

Chronologisch verband / Tijdsvolgorde

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Concluderend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

4.

Die jongens doen veel sporten, onder andere voetbal.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Concluderend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

5.

Doordat zij al snel hun werk af hadden, konden ze eerder naar huis.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Concluderend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

6.

Hij testte positief, dus moest hij een week in quarantaine.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Concluderend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

7.

Hoewel er heel veel voordelen aan echte schoolboeken zijn, is het wel vervelend dat ze zo zwaar zijn.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Tegenstellend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

8.

Tijdens het eten zat hij alleen maar te praten.

a)

Chronologisch verband / Tijdsvolgorde

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Tegenstellend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

9.

Tenzij je hartstikke ziek bent, zul je de toets gewoon moeten maken.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Tegenstellend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

10.

In tegenstelling tot de meeste oude mensen, is onze docent nog best modern.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Tegenstellend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

11.

Dankzij de goede lessen van de docent Nederlands, vliegen je cijfers omhoog.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Tegenstellend verband

e)

Toelichtend verband (voorbeeld)

12.

Nadat de leerlingen pauze hadden gehad, gingen ze weer met volle moed aan het werk.

a)

Opsommend verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Tegenstellend verband

e)

Chronologisch verband

13.

In de Action koop ik pennen, schriften, stiften en een etui.

a)

Opsommend verband

b)

Redengevend verband

c)

Oorzakelijk verband

d)

Tegenstellend verband

e)

Chronologisch verband

14.

In de Action koop ik schoolspullen, zoals pennen en schriften.

a)

Opsommend verband

b)

Redengevend verband

c)

Toelichtend verband

d)

Tegenstellend verband

e)

Chronologisch verband

15.

Omdat hij lui is, slaapt hij het hele weekend

a)

Opsommend verband

b)

Redengevend verband

c)

Toelichtend verband

d)

Tegenstellend verband

e)

Chronologisch verband

16.

Om te slagen voor hun examens, zijn de leerlingen nu al begonnen met leren.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Tegenstellend verband

c)

doel-middelverband

d)

Redengevend verband

e)

Concluderend verband

17.

Mohamed heeft de hele vakantie gegamed, dus heeft hij geen letter in zijn boek gelezen.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Tegenstellend verband

c)

doel-middelverband

d)

Redengevend verband

e)

Concluderend verband

18.

Hoewel Yasmin de hele vakantie ziek was, is zij toch weer vrolijk naar school gekomen.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Tegenstellend verband

c)

Vergelijkend verband

d)

Redengevend verband

e)

Concluderend verband

19.

Zet de poot op het tafelblad. Vervolgens draai je hem aan. Schroef daarna de lades tegen het blad en draai de tafel tenslotte om.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Chronologisch verband / Tijdsvolgorde

c)

Vergelijkend verband

d)

Redengevend verband

e)

Concluderend verband

20.

Aangezien zij nooit iets deed in de les, heeft ze een onvoldoende gehaald voor het SE.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Opsomming

c)

Vergelijkend verband

d)

Redengevend verband

e)

Concluderend verband

21.

Doordat het nog glad was op de weg, ging Rayan onderuit met zijn fatbike.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Chronologisch verband / Tijdsvolgorde

c)

Vergelijkend verband

d)

Oorzakelijk verband

e)

Concluderend verband

22.

Voordat Abdel gaat eten, wast hij zijn handen.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Chronologisch verband / Tijdsvolgorde

c)

Vergelijkend verband

d)

Oorzakelijk verband

e)

Concluderend verband

23.

Als je echt zo graag vanavond met je vrienden wilt chillen, moet je eerst je huiswerk afmaken.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Chronologisch verband / Tijdsvolgorde

c)

Doel-middelverband

d)

Oorzakelijk verband

e)

Concluderend verband

24.

Francisco stelt nog wat extra vragen aan de docent, opdat hij alles heel goed snapt.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Doel-middelverband

d)

Oorzakelijk verband

e)

Concluderend verband

25.

Rodaina stelt nog wat extra vragen aan de docent, omdat ze alles echt heel goed wil snappen.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Doel-middelverband

d)

Oorzakelijk verband

e)

Concluderend verband

26.

Nouhaila bleef weer veel te lang in haar bed liggen, waardoor ze weer te laat in de les kwam.

a)

Voorwaardelijk verband

b)

Redengevend verband

c)

Doel-middelverband

d)

Oorzakelijk verband

e)

Concluderend verband

27.

Ik sport ontzettend veel, zo ga ik elke dag zwemmen.

a)

Toelichtend verband (voorbeeld)

b)

Redengevend verband

c)

Doel-middelverband

d)

Oorzakelijk verband

e)

Concluderend verband

28.

Je weet echt veel van dit onderwerp. Hieruit blijkt dat je goed oplette in de les.

a)

Opsomming

b)

Redengevend verband

c)

Doel-middelverband

d)

Toelichtend verband (voorbeeld)

e)

Concluderend verband

29.

Ik binge echt heel veel series op Netflix, onder andere Stranger Things.

a)

Opsomming

b)

Redengevend verband

c)

Doel-middelverband

d)

Toelichtend verband (voorbeeld)

e)

Concluderend verband

30.

Hij moet echt niet zo zeuren, hij heeft immers heel veel cadeaus gehad.

a)

Opsomming

b)

Redengevend verband

c)

Doel-middelverband

d)

Toelichtend verband (voorbeeld)

e)

Concluderend verband