wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

krachtenschaal soorten krachten PER

Total questions: 24

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.
de eenheid van kracht is
a)
Newton
b)
Joule
c)
Kelvin
d)
Tesla
2.
krachten kunnen
a)
de kleur van een voorwerp veranderen
b)
de temperatuur van een voorwerp veranderen
c)
de snelheid van een voorwerp veranderen
d)
niets aan een voorwerp veranderen
3.

Wat is een ander woord voor een vector?

a)

Snelheid

b)

Een pijl

c)

Newton

d)

Versnelling

4.

Zwaartekracht werkt omhoog.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Een kracht teken je met een pijl.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Welke kracht zorgt ervoor dat regendruppels naar beneden vallen?

a)

Trekkracht

b)

Duwkracht

c)

Wrijvingskracht

d)

Zwaartekracht

7.

Welke kracht zorgt voor het bewegen van de schaatser?

a)

spierkracht

b)

zwaartekracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

e)

elektrostatische kracht

8.

Welke kracht werkt in op de auto?

a)

zwaartekracht

b)

gewicht

c)

elektrostatische kracht

d)

magnetische kracht

e)

wrijvingskracht

9.

Welke kracht herken je in onderstaande beschrijving?


Knipperen met je ogen

a)

wrijvingskracht

b)

elektrostatische kracht

c)

gewicht

d)

zwaartekracht

e)

spierkracht

10.

Welke verandering is er op getreden op het cola blikje?

a)

Verandering van gewicht

b)

Verandering van vorm

c)

Verandering van kleur

d)

Verandering van massa

11.

Wat is het symbool voor kracht?

a)

F

b)

N

c)

K

d)

S

12.

Wat is de SI-eenheid van kracht?

a)

newton (N)

b)

Force (F)

c)

massa (kg)

13.

Welke factor speelt geen rol bij een kracht

a)

Grootte

b)

Richting

c)

Aangrijpingspunt

d)

Tijd

14.

Welke kracht wordt afgebeeld op deze tekening?

a)

Zwaartekracht

b)

Duwkracht

c)

Trekkracht

d)

Wrijvingskracht

15.

Met welke kracht heb je niet te maken als je naar huis fietst?

a)

Wrijvingskracht

b)

Spierkracht

c)

Magnetische kracht

d)

Zwaartekracht

16.

Een kracht heeft geen aangrijpingspunt?

a)

waar

b)

niet waar

17.

Welke kracht wilt men tijdens het tijdrijden zo klein mogelijk houden?

a)

Duwkracht

b)

Trekkracht

c)

Zwaartekracht

d)

Wrijvingskracht

18.

Welke kracht zorgt ervoor dat een parachute de val vertraagt?

a)

Duwkracht

b)

Zwaartekracht

c)

Wrijvingskracht

d)

Trekkracht

19.

Welke soort kracht brengt de man over als hij vooruit beweegt met de winkelkar?

a)

Duwkracht

b)

Trekkracht

c)

Wrijvingskracht

d)

zwaartekracht

20.
krachten kunnen
a)
de kleur van een voorwerp veranderen
b)
de temperatuur van een voorwerp veranderen
c)
de snelheid van een voorwerp veranderen
d)
niets aan een voorwerp veranderen
21.
een massa van 500 Kg heeft een zwaartekracht van
a)
50N
b)
500N
c)
5000N
d)
50000N
22.
Op een voorwerp werkt een zwaartekracht van 754N de massa van het voorwerp is
a)
75,4 kg
b)
74,5 kg
c)
54,7 kg
d)
57,4 kg
23.
Jan en Piet duwen een auto. Jan heeft een duwkracht van 300N en Piet van 250NWat is de netto kracht
a)
500N
b)
550N
c)
50N
d)
300N
24.
Wat is geen kracht?
a)
veerkracht
b)
zwaartekracht
c)
gewicht
d)
massa