Worksheets5.1 t/m 5.4 Werkwoord alle tijden, actief en passief
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
perdemus
wij vernietigen
wij viernietigden
wij zullen vernietigen
wij zullen hebben vernietigd
intendunt
zij richten
zij richtten
zij zullen richten
zij hebben gericht
habemus
wij hebben
wij zullen hebben
wij zullen hebben gehad
wij hadden
defenduntur
hij wordt verdedigd
zij worden verdedigd
hij werd verdedigd
zij werden verdedigd
acceperimus
wij ontvangen
wij hebben ontvangen
wij zullen ontvangen
wij zullen ontvangen hebben
permittam
ik sta toe
ik zal toestaan
ik stond toe
ik zal hebben toegestaan
colitur
hij vereert
hij wordt vereerd
hij is vereerd
hij werd vereerd
frangebas
jij breekt
jij hebt gebroken
jij brak
jij zult breken
victa erat
zij wordt overwonnen
zij is overwonnen
zij was overwonnen
zij al overwonnen zijn
relictus eris
jij wordt verlaten
jij zult verlaten zijn
jij bent verlaten
jij was verlaten
instructi sumus
wij zijn opgesteld
wij waren opgesteld
wij worden opgesteld
wij hebben opgesteld
obsidemini
jullie worden belegerd
wij worden belegerd
jullie zullen worden belegerd
wij zullen worden belegerd
merebo
ik verdien
ik zal verdienen
ik verdiende
ik zal hebben verdiend
revocati erunt
zij zullen teruggeroepen zijn
zij zullen teruggeroepen worden
zij zijn teruggeroepen
zij waren teruggeroepen
expugnatum erit
het is veroverd
het was veroverd
het zal veroverd zijn
het zal veroverd worden
aperiebatur
hij wordt geopend
hij werd geopend
hij zal worden geopend
hij is geopend
paruerimus
wij zullen gehoorzamen
wij hebben gehoorzaamd
wij hadden gehoorzaamd
wij zullen gehoorzaamd hebben
relati sunt
zij worden teruggebracht
zij zijn teruggebracht
zij waren teruggebracht
zij zullen teruggebracht zijn
didiceris
jij zult leren
jij had geleerd
jij hebt geleerd
jij zult hebben geleerd
revocaris
jij roept terug
jij wordt teruggeroepen
jij zult worden teruggeroepen
jij zult hebben teruggeroepen
