wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

5.1 t/m 5.4 Werkwoord alle tijden, actief en passief

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

perdemus

a)

wij vernietigen

b)

wij viernietigden

c)

wij zullen vernietigen

d)

wij zullen hebben vernietigd

2.

intendunt

a)

zij richten

b)

zij richtten

c)

zij zullen richten

d)

zij hebben gericht

3.

habemus

a)

wij hebben

b)

wij zullen hebben

c)

wij zullen hebben gehad

d)

wij hadden

4.

defenduntur

a)

hij wordt verdedigd

b)

zij worden verdedigd

c)

hij werd verdedigd

d)

zij werden verdedigd

5.

acceperimus

a)

wij ontvangen

b)

wij hebben ontvangen

c)

wij zullen ontvangen

d)

wij zullen ontvangen hebben

6.

permittam

a)

ik sta toe

b)

ik zal toestaan

c)

ik stond toe

d)

ik zal hebben toegestaan

7.

colitur

a)

hij vereert

b)

hij wordt vereerd

c)

hij is vereerd

d)

hij werd vereerd

8.

frangebas

a)

jij breekt

b)

jij hebt gebroken

c)

jij brak

d)

jij zult breken

9.

victa erat

a)

zij wordt overwonnen

b)

zij is overwonnen

c)

zij was overwonnen

d)

zij al overwonnen zijn

10.

relictus eris

a)

jij wordt verlaten

b)

jij zult verlaten zijn

c)

jij bent verlaten

d)

jij was verlaten

11.

instructi sumus

a)

wij zijn opgesteld

b)

wij waren opgesteld

c)

wij worden opgesteld

d)

wij hebben opgesteld

12.

obsidemini

a)

jullie worden belegerd

b)

wij worden belegerd

c)

jullie zullen worden belegerd

d)

wij zullen worden belegerd

13.

merebo

a)

ik verdien

b)

ik zal verdienen

c)

ik verdiende

d)

ik zal hebben verdiend

14.

revocati erunt

a)

zij zullen teruggeroepen zijn

b)

zij zullen teruggeroepen worden

c)

zij zijn teruggeroepen

d)

zij waren teruggeroepen

15.

expugnatum erit

a)

het is veroverd

b)

het was veroverd

c)

het zal veroverd zijn

d)

het zal veroverd worden

16.

aperiebatur

a)

hij wordt geopend

b)

hij werd geopend

c)

hij zal worden geopend

d)

hij is geopend

17.

paruerimus

a)

wij zullen gehoorzamen

b)

wij hebben gehoorzaamd

c)

wij hadden gehoorzaamd

d)

wij zullen gehoorzaamd hebben

18.

relati sunt

a)

zij worden teruggebracht

b)

zij zijn teruggebracht

c)

zij waren teruggebracht

d)

zij zullen teruggebracht zijn

19.

didiceris

a)

jij zult leren

b)

jij had geleerd

c)

jij hebt geleerd

d)

jij zult hebben geleerd

20.

revocaris

a)

jij roept terug

b)

jij wordt teruggeroepen

c)

jij zult worden teruggeroepen

d)

jij zult hebben teruggeroepen