wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Stofeigenschappen

Total questions: 28

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
Benzine is brandbaar
a)
Wel een stofeigenschap
b)
Niet een stofeigenschap
2.

Welke van onderstaande zijn stofeigenschappen?

a)

Kleur

b)

Smeltpunt

c)

Massa

d)

Dichtheid

3.
Citroenzuur smaakt zuur
a)
Wel een stofeigenschap
b)
Niet een stofeigenschap
4.

Water kookt bij 100 graden Celcius

a)

Wel een stofeigenschap

b)

Niet een stofeigenschap

5.
Een mok met water weegt 350 g
a)
Wel een stofeigenschap
b)
Niet een stofeigenschap
6.

Welk rijtje bevat alleen maar stofeigenschappen?

a)

Kleur, smaak, volume

b)

Gewicht, brandbaarheid, hardheid

c)

Kleur, geur, hardheid

d)

Volume, gewicht, brandbaarheid

7.

Hout is een..........

a)

materiaal

b)

stof

8.

In welke fase bevindt regen zich?

a)

Vast

b)

Vloeibaar

c)

Gas

d)

Waterdamp

9.

Wat is de fase-overgang van vast naar vloeibaar?

a)

Smelten

b)

Bevriezen

c)

Condenseren

d)

Rijpen

10.

Wat is de fase-overgang van gas naar vloeibaar?

a)

Smelten

b)

Stollen

c)

Condenseren

d)

Vervluchtigen

11.

Wat is rijpen?

a)

Van vast naar gas

b)

Van gas naar vast

c)

Van vloeibaar naar vast

d)

Van gas naar vloeibaar

12.

Wat is verdampen?

a)

Van gas naar vloeibaar

b)

Van gas naar vast

c)

Van vast naar gas

d)

Van vloeibaar naar gas

13.

Welke fase-overgang is er als mijn trui hangt te drogen aan de waslijn?

a)

Condenseren

b)

Stollen

c)

Verdampen

d)

Vervluchtigen

14.

In welke fase bevindt deze stof zich?

a)

Vast

b)

Vloeibaar

c)

Gas

15.

In welke fase bevindt deze stof zich?

a)

Vast

b)

Vloeibaar

c)

Gas

16.

In welke fase bevindt deze stof zich?

a)

Vast

b)

Vloeibaar

c)

Gas

17.

In welke fase bevindt deze stof zich?

(a)  

18.

In welke fase bevindt deze stof zich?

(a)  

19.

In welke fase bevindt deze stof zich?

(a)  

20.

In welke fase bevindt deze stof zich?

a)

vaste fase

b)

gasvormige fase

c)

vloeibare fase

21.

In welke fase bevindt deze stof zich?

a)

vaste fase

b)

vloeibare fase

c)

gasvormige fase

22.

welke toestand van water zie je?

a)

gas

b)

vast

c)

vloeibaar

23.

welke toestand van water zie je?

a)

gas

b)

vast

c)

vloeibaar

24.

welke toestand van water zie je?

a)

gas

b)

vast

c)

vloeibaar

25.

Aluminium is een...?

a)

Metaal

b)

Vorm van staal

c)

Bewerkte vorm van koper

26.

Welke verbinding wordt hier gemaakt?

a)

Vormverbinding

b)

Materiaalverbinding

c)

Voorwerpverbinding

27.

Welke uitspraak is juist?

a)

Metaal is niet sterk materiaal

b)

Hout is een goed bewerkbaar materiaal

c)

Aluminium is een erg zwaar metaal

d)

Kunststof is een natuurlijk materiaal

28.

Een fabrikant van kampeerartikelen wil een nieuwe, lichtgewicht pannenset op de markt brengen. Hij heeft hiervoor de beschikking over een aantal materialen. In de tabel staan een aantal materiaaleigenschappen weergegeven. Welk materiaal is het meest geschikt?

a)

materiaal A

b)

materiaal B

c)

materiaal C

d)

materiaal D