wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 T3 bloed, bloedsomloop en hart

Total questions: 38

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.
Welke bloedcellen zijn onderdeel van het immuunsysteem?
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedplaatjes
d)
Bloedplasma
2.
Welke bloedcel is geen hele cel?
a)
witte bloedcellen
b)
bloedplaatjes
c)
rode bloedcellen
d)
geen van allen
3.
Hoe heet het bovenste bloedbestandsdeel?
a)
bloedplasma
b)
rode bloedcellen
c)
bloedvetten
d)
opgeloste stoffen
4.
Welke cellen zie je op de afbeelding?
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
5.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
6.
Hoe heten de cellen die bij een wondje een korstje maken?
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
7.
Wat is de functie van rode bloedcellen?
a)
Ziekte verwekkers bestrijden
b)
Zuurstof vervoeren
c)
Bloed laten stollen 
d)
CO2 vervoeren
8.
Hoe heet de rode kleurstof in de  rode bloedcel?
a)
Bloedplasma
b)

Fibrinogeen

c)
Hemoglobine
d)
Magenta
9.
Welk  bloedbestanddeel van de mens is het meest geschikt om voedingsstoffen te transporteren (vervoeren)?
a)
Rode bloedcellen
b)
Bloedplaatjes 
c)
Witte bloedcellen
d)
Bloedplasma
10.
Witte bloedcellen hebben een celkern en kunnen van vorm veranderen
a)
Juist
b)
Onjuist
11.
Rode Bloedcellen hebben een celkern en vervoeren zuurstof
a)
Juist
b)
Onjuist
12.

Het bloed stroomt van je hart naar een orgaan

a)

Slagader

b)

Haarvat

c)

Ader

13.

De bloeddruk is laag

a)

Slagader

b)

Haarvat

c)

Ader

14.

De wand is erg dun

a)

Slagader

b)

Haarvat

c)

Ader

15.

Deze liggen meestal diep in je lichaam

a)

Slagader

b)

Haarvat

c)

Ader

16.

De hartslag is niet voelbaar

a)

Slagader

b)

Haarvat

c)

Ader

17.

Deze hebben kleppen

a)

Slagader

b)

Haarvat

c)

Ader

18.

Is het bloed in de halsslagader zuurstofrijk of zuurstofarm?

a)

Zuurstofrijk

b)

Zuurstofarm

19.

Is het bloed in de beenader zuurstofrijk of zuurstofarm?

a)

Zuurstofrijk

b)

Zuurstofarm

20.

Is het bloed in de armslagader zuurstofrijk of zuurstofarm?

a)

Zuurstofrijk

b)

Zuurstofarm

21.

Is het bloed in de onderste holle ader zuurstofrijk of zuurstofarm?

a)

Zuurstofrijk

b)

Zuurstofarm

22.

Is het bloed in de bovenste holle ader zuurstofrijk of zuurstofarm?

a)

Zuurstofrijk

b)

Zuurstofarm

23.

Is het bloed in de longslagader zuurstofrijk of zuurstofarm?

a)

Zuurstofrijk

b)

Zuurstofarm

24.

Is het bloed in de poortader zuurstofrijk of zuurstofarm?

a)

Zuurstofrijk

b)

Zuurstofarm

25.

Is het bloed in de aorta zuurstofrijk of zuurstofarm?

a)

Zuurstofrijk

b)

Zuurstofarm

26.

Hoeveel bloedsomlopen hebben mensen?

a)

Één

b)

Twee

c)

Drie

27.

De kleine bloedsomloop heeft als doel..

a)

zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen

b)

zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven

28.

De grote bloedsomloop heeft als doel..

a)

zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen

b)

zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven

29.

Een rode bloedcel vertrekt vanuit de armader. Welke route volgt deze cel voor hij weer terug komt in de bovenarm?

a)

Armader, bovenste holle ader, hart, onderste holle ader, armslagader.

b)

Armader, bovenste holle ader, hart, longslagader, long, longader, hart, aorta, armslagader.

c)

Armader, bovenste holle ader, hart, longslagader, long, longader, hart, armslagader.

d)

Armader, bovenste holle ader, hart, longader, long, longslagader, hart, aorta, armslagader.

30.

Hoe heet onderdeel 1

a)
aorta
b)
bovenste holle ader
c)
onderste holle ader
d)
kransslagader
31.

Hoe heet onderdeel 11

a)
Linkerboezem
b)
Llinkerkamer
c)
Rechterboezem
d)
Rechterkamer
32.
Met welke nummer wordt  linkerkamer aangeven?
a)

4

b)

6

c)

13

d)

14

33.
Met welke nummer word de longslagader aangeven?
a)

1

b)

2

c)

8

d)

9

34.
In de ......... stroomt het bloed dat rijk is  aan koolstofdioxide
a)
aorta
b)
Darmslagader
c)
longader
d)
poortader
35.
Welke onderstaande bloedvaten is zuurstofarm
a)
Aorta
b)
Kransslagader
c)
Longslagader
d)
Longader
36.
Het hart heeft veel spierweefsel.
Welk deel van het hart is het meest gespierd?
a)
Linkerboezem
b)
Rechterboezem
c)
Linkerkamer
d)
Rechterkamer
37.

In de afbeelding zie je het hart met longen en een aantal bloedvaten. De weg die het bloed door het lichaam aflegt, noem je de bloedsomloop. Welke bloedsomloop zie je in deze afbeelding?

a)

Grote bloedomloop

b)

Kleine bloedsomloop

c)

Geen bloedsomloop

38.

Wat is het grootste bloedvat van ons lichaam?

a)

aorta

b)

longslagader

c)

poortader

d)

borstbuis