NEW
Font size
WorksheetsV4 Herhaling Thema 2 Voortplanting en thema 3 erfelijkheid
Total questions: 18
Worksheet time: 9mins
Tijdens welke fase van de celcyclus vindt verdubbeling van het aantal chromosomen plaats?
M-fase
S-fase
G1-fase
G2-fase
In zaadbuisjes worden zaadcellen gevormd in verschillende stappen. Deze stappen zijn:
a) Cellen van de wand van het zaadbuisje ondergaan mitose
b) De daaruit gevormde cellen differentiëren
c) De daaruit gevormde spermatocyten ondergaan meiose I en II
Wat is de goede volgorde?
abc
acb
bca
cab
In welk opzicht verschillen klievingsdelingen van gewone celdelingen?
Bij klievingsdelingen wordt het aantal chromosomen gehalveerd.
Bij klievingsdelingen ontbreekt de S-fase van de celcyclus.
Bij klievingsdelingen ontbreekt de daaropvolgende plasmagroei.
Hoe zien chromosomen bij de mens eruit na meiose I?
46 chromosomenparen bestaande uit twee chromatiden.
46 chromosomen bestaande uit twee chromatiden.
23 chromosomen bestaande uit twee chromatiden.
23 chromosomen bestaande uit één chromatide.
Onderstaand plaatje laat de menstruatiecyclus van iemand zien. Op welke dag is waarschijnlijk het gele lichaam ontstaan?
12 april
22 maart
29 maart
5 april
Welk hormoon zal in concentratie veel toenemen na het ontstaan van het gele lichaam?
Oestrogeen
Testosteron
Progesteron
HCG
Bij de bevruchting van een eicel moet de zaadcel een bepaalde barrière passeren. Welke barrière is dit?
Celmembraan van de eicel
Een of meer cellen van de eierstok
Bindweefsel van de eierstok
De eischil van een eicel
Welke manier van voortplanting is voordeliger in een omgeving die regelmatig verandert?
Geslachtelijke voortplanting
Ongeslachtelijke voortplanting
Bij welke manier van voortplanting hoeft geen energie gestoken te worden in het vinden van een partner?
Geslachtelijke voortplanting
Ongeslachtelijke voortplanting
Kanaries komen gekuifd of met een gladde kop voor. Het hebben van een kuif is dominant over het hebben van een gladde kop. Twee heterozygote kanaries worden met elkaar gekruist. De verhouding kuif : gladde kop bij de nakomelingen is 2:1 in plaats. Maar bij deze kruising zou je verwachten dat de verhouding 3:1 zou zijn. Waardoor zou deze verandering in de verhouding veroorzaakt kunnen worden.
We hebben te maken met twee onvolledig dominanten allelen waardoor het fenotype verandert.
We hebben te maken met een intermediaire eigenschap waardoor het fenotype verandert.
We hebben te maken met een letale factor waarbij de homozygoot dominanten sterven.
We hebben te maken met multipele allelen waarbij meerdere eigenschappen in het fenotype tot uiting kunnen komen.
In de afbeelding is een stamboom van cavia's weergegeven. Wat kun je zeggen over het allel voor witte vacht?
Het allel voor witte vacht is dominant. Dat kan je zien aan nakomeling nummer 15 en haar ouders.
Het allel voor witte vacht is recessief. Dat kun je zien aan nakomeling nummer 15 en zijn ouders.
Wat is het genotype van cavia 11 en 12.
AA
Aa
aa
Wat is het genotype van cavia 15?
AA
Aa
aa
Dat kun je niet weten
Wat is het genotype van cavia 16?
AA
Aa
aa
Dat kun je niet weten
Op welk moment ontstaat het genotype van een mens?
Bij de geboorte
Bij de bevruchting
Door de invloed van milieuomstandigheden
Op het moment dat het fenotype bepaald is
Een kind van twee gezonde ouders heeft een erfelijke aandoening. Het allel voor deze erfelijke aandoening moet dus aanwezig zijn bij de ouders. De ziekte is niet X-chromosomaal. Erft deze erfelijke ziekte dominant of recessief over of is dit niet te bepalen?
Recessief
Dominant
Niet te bepalen
Een erwtenplant met een homozygote aanleg voor gele zaden wordt gekruist met een erwtenplant met een homozygote aanleg voor groene zaden. De F1-planten dragen alleen gele erwten. De aanleg voor geel is dan:
Dominant overervend
Recessief overervend
Intermediair overervend
Heterozygoot overervend
Men vergelijkt de naalden aan één spar. De naalden zijn niet allemaal even lang.Is bij een korte naald het fenotype anders dan bij een lange naald? En het genotype?
Alleen het genotype is anders
Alleen het fenotype is anders
Zowel genotype als fenotype zijn anders
Geen van beiden zijn anders
