Font size
WorksheetsGroep 8 oefening spelling
Total questions: 30
Worksheet time: 15mins
Pieter heeft zijn haar blauw ........(verven).
gevervd
gevervt
geverfd
geverft
Voltooid deelwoord of een persoonsvorm?
De A2 is een aantal jaren geleden verbreed.
voltooid deelwoord
persoonsvorm
Persoonsvorm of een voltooid deelwoord?
Salma herkanst morgen haar toets van Nederlands.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Tijdens de ouderavond krijgen alle ouders chocomel (kids niet).
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Wat is het onderwerp ?
Wij vertrekken binnenkort naar Argentinië (Isabel).
(a)
Wat is het onderwerp ?
's Morgens nemen de kinderen een goed humeur mee.
(a)
Wat is het onderwerp ?
Ik ben benieuwd wie dit jaar op het duivelsbed durft te zitten.
(a)
Welke opsomming bevat alleen maar voorzetsels:
van, op, onder, enthousiaste, bij, naast, overheen
in, achter, over, langs, aan, houten, voor
door, van, onder, in, uit, over, naast, bij
na, van, met, tegen, naast, voor, in, uitzwaaien
Hij geeft de bal aan Elisabeth. De bal is:
meewerkend voorwerp
onderwerp
lijdend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Het frikandelbroodje wordt aan mij gegeven. Aan mij is:
meewerkend voorwerp
lijdend voorwerp
onderwerp
bijwoordelijke bepaling
de .... (katoen) poppenkleertjes van Tizza.
katoen
katoens
katoenen
katoene
Samenstellingen zijn:
buigen - de buiging
hondenhok - de relatie
relateren - relatief
fietsenhok - boterhamtrommel
komisch - komischer - .....
komischst
komiek
komiekst
meest komisch
Toon plonst in de vijver. 'In de vijver' is:
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Voorbeelden van persoonlijk voornaamwoorden:
ik, mij, jou, je, hij, hem, wij, ons, zij, hen, hun
ik, u, jullie, aan hen, aan mij, voor ons, die, dat
die, dat, deze
in, op, van, voor, onder, met, vanwege
....paar, ....schoenen, stoelen....
werk
echt
kussen
dans
Tijdens de wedstrijd, .... een eeuwigheid leek te duren, maakte het team geen enkel doelpunt.
dat
dit
deze
die
Wat is de oorzaak? Wat is het gevolg?
Ik trap in een drol.
Het huis ruikt heerlijk.
Ik maak mijn schoen schoon.
Mijn tand doet pijn.
Pap schrikt.
Wat is de oorzaak? Wat is het gevolg?
Ik was heel flink.
Ik zeg sorry.
Ik krijg een ijsje.
Ik word nat.
Snuffel ontsnapt.
Wat is de oorzaak? Wat is het gevolg?
Ik gil.
Het huis ruikt heerlijk.
Ik maak mijn schoen schoon.
Ik val in slaap.
Pap schrikt.
Mijn tand doet pijn.
Stam van: STUDEREN
Stuuder
Studer
Studeer
Studdeer
Veel ........ spreken Fries en Nederlands.
Friesen
Friezen
Friessen
Friezzen
Een ........ is vaak een ziekteverwekkende bacterie.
bacil
baccil
basil
bassil
Die keeper is even lang ........ de doelpaal.
dan
als
Hoewel ik zorgvuldig richtte met de pijl-en-boog, ........ ik de schietschijf.
miste
mistte
Veel scholen hebben de vrijdag na ........ een extra vrije dag.
hemelvaartdag
hemelvaartsdag
Hemelvaartdag
Hemelvaartsdag
In Den Haag wordt veel ........ bij de regeringsgebouwen.
gedemonstreert
gedemonstreerd
De baby slaapt in een bedje ........ van zijn oma is geweest.
wat
dat
die
dynamotje
dynamootje
dynamo'tje
Je (raden tt) nooit wie ik gisteren zag.
raad
radet
raat
raadt
